ECLI:NL:RBMNE:2026:1633
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.J. van Niejenhuis
- Rechtspraak.nl
Terugvordering AOW-pensioen en AIO na herziening wegens huwelijk
De zaak betreft de terugvordering van teveel ontvangen AOW-pensioen en AIO door de Sociale Verzekeringsbank (Svb) van eiser over de periode van 1 september 2022 tot en met 31 oktober 2024, een bedrag van €6.001,44. Eiser was het niet eens met deze terugvordering en stelde dat hij zijn huwelijk tijdig had gemeld en dat er geen sprake was van schending van de inlichtingenplicht. Tevens voerde hij aan dat zijn gezondheid, geheugenproblemen en schulden aanleiding zouden moeten zijn om van terugvordering af te zien.
De rechtbank oordeelt dat de herziening van het AOW-pensioen en de AIO met ingang van 1 september 2022 en de daaropvolgende terugvordering terecht zijn. De gronden van eiser die zien op de herziening zelf worden niet inhoudelijk beoordeeld omdat deze besluiten vaststaan. De rechtbank stelt dat de Svb verplicht is onverschuldigd betaalde bedragen terug te vorderen, tenzij dringende redenen tot afzien bestaan.
De rechtbank concludeert dat geen sprake is van dringende redenen. De afhankelijkheid van eiser van hulp bij zijn administratie en zijn persoonlijke omstandigheden zijn niet uitzonderlijk genoeg om terugvordering te voorkomen. Ook is het gevolg van de terugvordering beperkt gebleven doordat invordering is opgeschort en een deel is verrekend met een nabetaling van de AIO. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de terugvordering blijft in stand.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de terugvordering van €6.001,44 en verklaart het beroep ongegrond.