Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1626

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
19 maart 2026
Publicatiedatum
17 april 2026
Zaaknummer
C/16/603823 / JL RK 25-870
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265g lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging omgangsregeling vader-kinderen wegens verblijf vader in Kenia

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) om de omgangsregeling tussen de vader en zijn drie minderjarige kinderen te wijzigen. De vader verblijft langdurig in Kenia en voert de huidige fysieke omgangsregeling niet uit. De moeder heeft het gezag over de kinderen en zij wonen bij haar. De GI en moeder willen duidelijkheid over de omgangsregeling om de belangen van de kinderen te waarborgen.

Tijdens de zitting op 19 februari 2026 is het verzoek besproken, waarbij de vader niet is verschenen. De kinderen wilden geen mondelinge verklaring afleggen, maar één kind heeft een brief geschreven die is besproken. De Raad voor de Kinderbescherming was betrokken als adviseur.

De kinderrechter oordeelt dat het in het belang van de kinderen is om de omgangsregeling te wijzigen. In plaats van fysiek contact in de even weken, wordt een (beeld)belmoment op vrijdagavond vastgesteld. De overige afspraken over vakanties en feestdagen uit het ouderschapsplan blijven ongewijzigd. De kinderrechter wijst het overige verzoek af omdat dit niet concreet genoeg is en buiten de wettelijke reikwijdte valt.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het contact na terugkeer van de vader in Nederland dient zorgvuldig te worden opgestart in overleg met de hulpverlening. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.

Uitkomst: De omgangsregeling wordt gewijzigd zodat vader in even weken via (beeld)bellen contact heeft met de kinderen; overige verzoeken worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Lelystad
Zaaknummer: C/16/603823 / JL RK 25-870
Datum uitspraak: 19 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een wijziging van de omgangsregeling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
Samen Veilig Midden-Nederland,
gevestigd te Almere,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige 1],
geboren op [geboortedatum 1] 2014 in [geboorteplaats] ,
[minderjarige 2],
geboren op [geboortedatum 2] 2017 in [geboorteplaats] ,
[minderjarige 3],
geboren op [geboortedatum 2] 2017 in [geboorteplaats] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. K. Benchaïb,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
met een briefadres in [plaats] .
In zijn adviserende taak is gekend:
DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING,
gevestigd in Lelystad,
hierna te noemen: de Raad.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 9 december 2025, mee in de beoordeling.
1.2.
Het verzoek van de GI over de omgang is besproken tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van 19 februari 2026. Gelijktijdig is ook het verzoek van de moeder (zaaknummer: C/ 16/ 601900 FL RK 25-1115) behandeld over het gezag. Daarbij waren aanwezig:
  • de moeder en haar advocaat;
  • [A.] , een vertegenwoordiger van de Raad;
  • [B.] , een vertegenwoordiger van de GI.
De vader heeft wel een uitnodiging van de rechtbank gekregen (zowel per e-mail als door middel van een advertentie in de Staatscourant), maar is niet gekomen.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] naar hun mening gevraagd. De kinderen hebben aan de kinderrechter laten weten dat zij geen gebruik van deze mogelijkheid willen maken. Wel heeft [minderjarige 1] , ook namens [minderjarige 2] en [minderjarige 3] , een brief aan de kinderrechter geschreven. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] hebben geschreven. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De rechtbank heeft tijdens de zitting van 19 februari 2026 mondeling uitspraak gedaan op het verzoek van de moeder over het gezag (zaaknummer: C/ 16/ 601900 FL RK 25-1115) en bepaald dat het gezag over de kinderen voortaan alleen aan de moeder toekomt.
2.2.
De kinderen wonen bij de moeder.
2.3.
Bij beschikking van 7 oktober 2025 heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] verlengd tot 26 maart 2026.
2.4.
De ouders zijn in het ouderschapsplan van 11 april 2022 dat deel uitmaakt van de echtscheidingsbeschikking van deze rechtbank van 7 juni 2022 – voor zover in deze procedure van belang – het volgende overeengekomen:
‘Artikel 3.1 — Zorg-/contactregeling
De ouders zijn de volgende regeling overeengekomen:
  • tot 1 maart 2022 verblijven de kinderen wekelijks vrijdag na schooltijd tot zaterdag 17.00 uur bij vader en maandag na schooltijd tot 17.00 uur;
  • vanaf 1 maart 2022 verblijven de kinderen een keer per twee weken in de even weken het weekend (de weekenden in de oneven weken zijn de kinderen bij moeder) bij vader van vrijdag na school tot zondagavond 17.00 uur, tenzij ouders anders overeenkomen;
Vakanties en feestdagen
  • bij 1 week vakantie is woensdag 13.00 het wisselmoment, de kinderen zijn aansluitend of voorafgaand aan het weekend bij de ouder waar ze volgens de weekendregeling zijn;
  • bij vakanties van 2 weken vader 1 week, moeder 1 week, aansluitend aan het weekend bij de ouder;
  • in de zomervakantie vervallen de weekenden. De eerste en tweede week verblijven de kinderen bij moeder. Derde en vierde week bij vader. Vijfde week bij moeder. Zesde week bij vader. Wissel is op maandagmorgen om 10.00, behalve laatste weekend van de zomervakantie, kinderen op zondag om 17.00 weer bij moeder;
  • mochten de kinderen de andere ouder erg missen, dan kan er in de vakanties contact zijn door middel van bellen. Er wordt gebeld op een moment dat in overleg tussen de ouders is afgesproken.
Verdeling feestdagen
  • Pakjesavond bij moeder
  • Kerstavond en eerste kerstdag bij moeder
  • 2de kerstdag bij vader
  • Oudejaarsdag en jaarwisseling bij moeder, brengen om 10.00 op 1 januari
  • Nieuwjaardag bij vader
  • Eerste paasdag bij vader
  • Tweede paasdag bij moeder
  • Koningsdag bij moeder
  • Hemelvaart bij vader
  • Eerste pinksterdag bij vader
  • Tweede pinksterdag bij moeder
  • Moederdag bij moeder
  • Vaderdag bij vader’

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt om:
- op grond van artikel 1:265g lid 1 BW de verdeling van de zorg- en opvoedtaken als volgt vast te stellen in de zin dat:
Als vader in Nederland verblijft en het ouderschapsplan hervat zou kunnen worden er eerst een gesprek dient plaats te vinden tussen vader en de betrokken hulpverlening. Het is van belang voor de kinderen dat vader meegenomen wordt in hetgeen er gespeeld heeft bij de kinderen de afgelopen periode, dat het noodzakelijk is dat vader dit kan horen en bij de kinderen kan aansluiten. Daarnaast zou het mogelijk kunnen zijn dat de inschatting wordt gemaakt dat er aanvullende hulpverlening gericht op het contactherstel ingezet moet worden mocht vader langer in Nederland verblijven.
Vader heeft eenmaal per twee weken contact met de kinderen via (beeld)bellen, op vrijdag om 19:00 uur, op de vrijdagen waarop de kinderen volgens het huidige ouderschapsplan bij vader zouden verblijven. Het (beeld)belcontact vindt plaats in de woonkamer van moeder, waarbij moeder op de achtergrond aanwezig is ten behoeve van ondersteuning van de kinderen. Aanvullend (beeld)belcontact kan plaatsvinden op verzoek van de kinderen. Moeder ondersteunt dit verzoek en herinnert de kinderen hier, indien nodig, aan. Indien [minderjarige 1] dit wenst, mag hij een bericht sturen aan vader via de gezamenlijke appgroep. Moeder ziet erop toe dat dit veilig en passend verloopt.
Voor de reguliere verdeling van weekenden en vakanties blijft het huidige ouderschapsplan onverkort van kracht. Indien vader voornemens is om naar Nederland te komen, brengt hij moeder hiervan minimaal zes (6) weken vooraf per e-mail op de hoogte. Deze e-mail bevat in ieder geval: de aankomstdatum in Nederland; de vertrekdatum uit Nederland; een kopie van het vliegticket met vluchtnummer; een boekingsbevestiging van zijn verblijf in Nederland (bijvoorbeeld hotel, huuradres of ander onderkomen). Moeder informeert de kinderen één (1) week voor de aankomstdatum van vader over zijn geplande verblijf in Nederland.
De kinderen verblijven bij moeder, aangezien vader een groot deel van het jaar niet in Nederland aanwezig is. De kinderen nemen deel aan hun reguliere sportclubs, trainingen en eventuele wedstrijden in de weekenden. Indien vader in Nederland aanwezig is en de kinderen bij hem verblijven is het van groot belang dat vader vorm geeft aan deze trainingen/wedstrijden. Vader houdt hierbij dus rekening met de bestaande sport en vrijetijdsbesteding zijn geplande verblijf in Nederland.
- de te geven beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

De GI
4.1.
Het lukt de GI in het kader van de ondertoezichtstelling niet om samen met de vader afspraken te maken over de omgang met de kinderen. Door het vertrek van de vader naar Kenia is dit nog lastiger geworden. De vader is niet duidelijk over wanneer hij in Nederland is, staat niet open om het gesprek met de GI aan te gaan en probeert de omgang buiten de GI om te regelen. De GI vindt het daarom belangrijk om een omgangsregeling op papier te hebben, zodat er met name voor de kinderen duidelijkheid is over wanneer – en onder welke voorwaarden – zij hun vader kunnen zien en dat er voor zowel de hulpverlening als de moeder een omgangsregeling is om op terug te vallen.
De Raad
4.2.
De Raad begrijpt het verzoek van de GI, maar heeft wel enkele vragen over de uitvoerbaarheid hiervan. De GI stelt namelijk voorwaarden aan de omgang, maar daarvoor is het wel van belang dat als de ondertoezichtstelling wordt afgerond een warme overdracht plaatsvindt naar een klantmanager van de gemeente. Dat de vader nu in Kenia verblijft, maakt de situatie onzeker. Zo vraagt de Raad zich af in hoeverre bijvoorbeeld de vakantieregeling op dit moment haalbaar is.
De moeder
4.3.
De moeder stemt in met het verzoek van de GI. Zij benadrukt dat zowel zij als de kinderen grote behoefte hebben aan duidelijkheid over de omgang en dat dit op papier staat, zodat zij iets heeft om op terug te vallen. De vader probeert namelijk buiten de GI om afspraken over de omgang te maken, waarbij de moeder het gevoel heeft dat er door de vader en oma (vaderszijde) grote druk op haar wordt uitgeoefend.
De vader
4.4.
De vader heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om zijn standpunt naar voren te brengen.

5.De beoordeling

Voortaan wordt gesproken over een omgangsregeling
5.1.
Omdat het gezag van de vader is beëindigd, wordt voortaan gesproken over een omgangsregeling in plaats van over een zorgregeling/ verdeling van de zorg- en opvoedtaken.
Wijziging van de omgangsregeling
5.2.
De kinderrechter zal de omgangsregeling tussen de vader en de kinderen in die zin wijzigen dat in plaats van een fysiek contactmoment in de even weken van vrijdag na school tot zondag 17.00 uur, voortaan in de even weken op vrijdag om 19.00 uur een (beeld)belmoment plaatsvindt tussen de vader en de kinderen. Voor het overige, de verdeling van de vakantie- en feestdagen, blijven de afspraken van de ouders uit het ouderschapsplan gelden. Het meer of anders verzochte zal worden afgewezen. De kinderrechter legt haar beslissing hierna uit.
5.3.
Wanneer kinderen onder toezicht staan, kan de kinderrechter op verzoek van de GI op grond van artikel 1:265g lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) een omgangsregeling vaststellen of wijzigen voor zover dit in het belang van de kinderen noodzakelijk is. Hoewel de GI verzoekt om een omgangsregeling vast te stellen, begrijpt de kinderrechter dat zij feitelijk heeft bedoeld om de omgangsregeling te wijzigen. De ouders zijn immers in het ouderschapsplan al een omgangsregeling overeengekomen.
5.4.
De kinderrechter is van oordeel dat het in het belang van de kinderen noodzakelijk is om de omgangsregeling te wijzigen. De vader geeft al langere tijd geen uitvoering aan de huidige omgangsregeling. Dit komt met name door zijn vertrek naar Kenia. Onduidelijk is hoelang de vader van plan is om daar te blijven wonen. De GI en de moeder hebben meerdere keren geprobeerd om hierover met de vader in gesprek te gaan, maar hij staat hier vooralsnog niet voor open. Omdat de GI van plan is de ondertoezichtstelling af te ronden en het gezin over te dragen naar de hulpverlening binnen het vrijwillig kader, is het wel – met name voor de kinderen – belangrijk dat er duidelijkheid is over de omgangsregeling. Het contact met de vader is voor de kinderen al langere tijd onzeker, terwijl zij duidelijk bij de hulpverlening hebben aangegeven dat zij behoefte hebben aan contact met hun vader. Gelet op de situatie is een fysieke omgangsregeling op dit moment niet mogelijk. Om die reden zal de kinderrechter een (beeld)belregeling vaststellen, zodat er in ieder geval een vorm van contact tussen de vader en kinderen is. Wanneer de ondertoezichtstelling zal eindigen, zal deze omgangsregeling blijven gelden totdat hierover een andere beslissing wordt genomen óf de ouders hier samen – al dan niet met behulp van de hulpverlening – andere afspraken over maken.
Het meer of anders verzochte
5.5.
De kinderrechter zal het overig verzochte afwijzen. De reden daarvoor is het verzoek van de GI, dat staat geciteerd in 3.1 van deze beschikking, voor het overige onvoldoende concreet is om te kunnen worden opgenomen in het dictum (punt 6 van deze beschikking). Op de zitting heeft de GI, ook nadat de kinderrechter hierom heeft gevraagd, haar verzoek daartoe niet nader geconcretiseerd. Bovendien is de rechtbank van oordeel dat een deel van de verzochte wijzigingen, zoals onder meer (i) op welke termijn de vader de moeder moet informeren over zijn terugkomst naar Nederland, (ii) welke gegevens hij hierover per e-mail aan haar moet verstrekken en (iii) de opstelling van de ouders, niet vallen binnen de reikwijdte van artikel 1:265g lid 1 BW. Op grond van deze bepaling kan de rechtbank een omgangsregeling vaststellen of wijzigen. De door de GI voorgestelde punten vallen daar niet onder.
Wat kan de vader doen als hij terug in Nederland is en de kinderen (weer) wil zien?
5.6.
Hoe dan ook onderschrijft de kinderrechter de bedoeling van de GI met het verzoek, namelijk dat het contact tussen de vader en de kinderen na zijn (eventuele) terugkeer in Nederland weer zorgvuldig moet worden opgestart omdat de vader al langere tijd (fysiek) uit het leven van de kinderen is. In dat kader acht de rechtbank het wenselijk dat eerst een gesprek plaatsvindt tussen de vader en de hulpverlening die op dat moment betrokken is, voordat de reguliere zorgregeling – waarvan de GI geen wijziging vraagt en die dus ongewijzigd blijft – wordt hervat. Wanneer de vader weer terug is in Nederland en de kinderen weer wil zien, is het dus belangrijk dat hij zich meldt bij de hulpverlening. Zolang de ondertoezichtstelling loopt, is dat de gezinsvoogd. Indien de ondertoezichtstelling is afgelopen, kan de vader zich melden bij de hulpverlening die op dat moment bij de kinderen betrokken is.
Uitvoerbaarheid bij voorraad
5.7.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
wijzigt de omgangsregeling, zoals de ouders deze in het ouderschapsplan van
11 april 2022 zijn overeengekomen en deel uitmaakt van de echtscheidingsbeschikking van deze rechtbank van 7 juni 2022, en bepaalt dat:
  • de kinderen in de even weken op vrijdag om 19.00 uur met de vader (beeld)bellen, waarbij de moeder op de achtergrond aanwezig is;
  • [minderjarige 1] berichten mag sturen aan de vader via de gezamenlijke appgroep, waarbij de moeder erop toeziet dat dit veilig en passend verloopt;
  • wanneer de kinderen volgens de regeling in het ouderschapsplan bij de vader zijn, de vader ervoor zorgt dat de kinderen deelnemen aan hun bestaande sport en vrijetijdsbesteding;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
6.3.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.G. de Jong, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2026, in aanwezigheid van de griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.