De rechtbank Midden-Nederland ontving op 26 februari 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1986, die lijdt aan schizofrenie, autismespectrumstoornis en PTSS. De zitting vond plaats op 19 maart 2026, waarbij betrokkene, zijn advocaat, een assistent hoofdbehandelaar en een begeleider van de woongroep werden gehoord.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door zijn psychische stoornissen, waaronder lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing en gevaar voor de veiligheid. Ondanks medicatie en stabilisatie is er een voortdurende onrust en zucht naar middelen, waardoor vrijwillige zorg onvoldoende is. Daarom is verplichte zorg noodzakelijk om ontregeling te voorkomen.
De toegewezen zorgmachtiging omvat onder meer medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen, onderzoeken aan kleding en woonruimte, en beperkingen in het gebruik van communicatiemiddelen. De rechtbank verwierp het verweer van de advocaat dat bepaalde vormen van zorg niet nodig zijn, mede op advies van betrokken zorgverleners.
De machtiging geldt voor 24 maanden tot en met 19 maart 2028. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de toegewezen zorg is evenredig en effectief. De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door rechter J.P.M. Schwillens op 19 maart 2026, met mogelijkheid tot cassatie.