Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1625

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
19 maart 2026
Publicatiedatum
17 april 2026
Zaaknummer
C/16/607586 / FV RK 26-545
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing zorgmachtiging voor betrokkene met psychische stoornissen en middelenzucht

De rechtbank Midden-Nederland ontving op 26 februari 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1986, die lijdt aan schizofrenie, autismespectrumstoornis en PTSS. De zitting vond plaats op 19 maart 2026, waarbij betrokkene, zijn advocaat, een assistent hoofdbehandelaar en een begeleider van de woongroep werden gehoord.

De rechtbank oordeelde dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door zijn psychische stoornissen, waaronder lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing en gevaar voor de veiligheid. Ondanks medicatie en stabilisatie is er een voortdurende onrust en zucht naar middelen, waardoor vrijwillige zorg onvoldoende is. Daarom is verplichte zorg noodzakelijk om ontregeling te voorkomen.

De toegewezen zorgmachtiging omvat onder meer medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen, onderzoeken aan kleding en woonruimte, en beperkingen in het gebruik van communicatiemiddelen. De rechtbank verwierp het verweer van de advocaat dat bepaalde vormen van zorg niet nodig zijn, mede op advies van betrokken zorgverleners.

De machtiging geldt voor 24 maanden tot en met 19 maart 2028. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de toegewezen zorg is evenredig en effectief. De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door rechter J.P.M. Schwillens op 19 maart 2026, met mogelijkheid tot cassatie.

Uitkomst: De rechtbank wijst de zorgmachtiging toe voor 24 maanden met diverse vormen van verplichte zorg om ernstig nadeel af te wenden.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/607586 / FV RK 26-545
Datum uitspraak: 19 maart 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1986 in [geboorteplaats] ,
hierna: betrokkene,
wonende in [plaats] ,
advocaat: mr. M.I. Tonk.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank heeft het verzoekschrift met bijlagen op 26 februari 2026 ontvangen.
1.2.
De zitting heeft plaatsgevonden op 19 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • [A.] , assistent hoofdbehandelaar;
  • [B.] , begeleider van de woongroep in [plaats] .

2.Het verzoek

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van 24 maanden.

3.De beoordeling

3.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van 24 maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
3.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft schizofrenie, een autismespectrumstoornis en PTSS. Daarnaast was er in het verleden sprake van middelengebruik, echter is dit al geruime tijd in remissie. De rechtbank baseert zich hierbij op de medische verklaring van 18 februari 2026.
3.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige materiële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
3.4.
Om het ernstig nadeel af te wenden heeft betrokkene zorg nodig.
3.5.
Hoewel de advocaat namens betrokkene primair pleit voor afwijzing op basis van voldoende vrijwilligheid, oordeelt de rechtbank anders. Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Uit de processtukken en de toelichting ter zitting blijkt dat men het risico op een ontregeling als groot inschat. Betrokkene is ingesteld op de medicatie waardoor de situatie is gestabiliseerd. Desondanks heeft betrokkene alsnog last van de onrust in zijn hoofd. Op de momenten dat de onrust toeneemt en betrokkene ontregelt, is betrokkene minder goed in de samenwerking. Op die momenten is een zorgmachtiging nodig om tijdig te kunnen ingrijpen. Verplichte zorg is dus nodig.
3.6.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
3.7.
Subsidiair pleit de advocaat om de vormen van verplichte zorg ‘insluiten’, ‘uitoefenen van toezicht op betrokkene’, ‘onderzoek aan kleding of lichaam’, ‘onderzoek van de woon- of verblijfsruimte of gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen’ en ‘controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen’ af te wijzen. De assistent hoofdbehandelaar heeft aangegeven dat er kan worden volstaan met een afwijzing van ‘insluiten’ en ‘het uitoefenen van toezicht op betrokkene’ omdat dit al geruime tijd niet meer aan de orde is.
Wat betreft de vormen van verplichte zorg die toezien op het controleren van middelen, daarover zegt de begeleider van de woongroep dat hij deze wel noodzakelijk acht. Hoewel betrokkene momenteel geen middelen gebruikt, heeft hij nog wel last van de zucht naar middelen. Op het moment dat er vermoedens zijn van middelengebruik, is het noodzakelijk om hier tijdig op te handelen. Dit ter bescherming van betrokkene zelf maar ook ter bescherming van zijn woonplek. Gelet hierop zal de rechtbank deze vormen van verplichte zorg wel toewijzen.
3.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1986 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 3.6. staan kunnen worden toegepast;
4.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 19 maart 2028;
4.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2026 door mr. J.P.M. Schwillens, rechter, in aanwezigheid van R. Staal, griffier en op schrift gesteld op 23 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.