Op 13 oktober 2022 vond een controle plaats op het perceel van verdachte, waarbij goederen en chemicaliën werden aangetroffen die volgens het Openbaar Ministerie bestemd waren voor de productie van synthetische harddrugs. De verdachte werd beschuldigd van het voorhanden hebben van deze stoffen ter voorbereiding van productie van MDMA, methamfetamine en amfetamine.
De verdediging voerde aan dat het binnentreden en doorzoeken van het perceel onrechtmatig was vanwege het ontbreken van een geldige machtiging, wat leidde tot een onherstelbaar vormverzuim. De rechtbank stelde vast dat de machtiging tot binnentreden was herroepen na bezwaar, waardoor het binnentreden onrechtmatig was. Dit vormverzuim had bepalende invloed op het opsporingsonderzoek en de vervolging.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs dat op het perceel was verkregen, vanwege de ernstige inbreuk op het huisrecht en de persoonlijke levenssfeer van verdachte, moest worden uitgesloten. Na bewijsuitsluiting was er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs om de beschuldiging te bewijzen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastelegging.