Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1594

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
15 april 2026
Publicatiedatum
15 april 2026
Zaaknummer
UTR_25_328
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 Wet WOZBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering WOZ-waarde woning na overeenstemming tussen partijen

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €1.201.000,- voor het belastingjaar 2024. Na een bezwaarprocedure waarbij de waarde werd gehandhaafd, stelde eiser beroep in bij de rechtbank.

De heffingsambtenaar diende een verweerschrift in met een voorstel om de WOZ-waarde te verlagen naar €1.016.000,-. Eiser stemde hiermee in, waarna partijen overeenstemming bereikten over deze waarde. De rechtbank besloot de procedure zonder zitting af te doen.

De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, verlaagde de WOZ-waarde tot €1.016.000,- en bepaalde dat de daarop gebaseerde aanslagen onroerendezaakbelasting en rioolheffing dienovereenkomstig worden verminderd. Tevens veroordeelde de rechtbank de heffingsambtenaar tot betaling van proceskosten en griffierecht aan eiser.

Uitkomst: De rechtbank verlaagt de WOZ-waarde van de woning tot €1.016.000,- en vermindert de aanslagen onroerendezaakbelasting en rioolheffing dienovereenkomstig.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/328

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 april 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap [gemeente], de heffingsambtenaar.

Procesverloop

1. In de beschikking van 29 februari 2024 heeft de heffingsambtenaar op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak aan de [adres] in [plaats] (de woning) voor het belastingjaar 2024 vastgesteld op € 1.201.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2023. De heffingsambtenaar heeft eiser als eigenaar van deze woning daarbij ook aanslagen onroerendezaakbelastingen en rioolheffing opgelegd, waarbij deze waarde als heffingsgrondslag is gehanteerd. Eiser is tegen deze beschikking in bezwaar gegaan.
2. In de uitspraak op bezwaar van 26 november 2024 heeft de heffingsambtenaar de vastgestelde waarde van de woning gehandhaafd en het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van de woning gehandhaafd.
3. Eiser heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld.
4. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift met een taxatiematrix ingediend. In het verweerschrift heeft de heffingsambtenaar de rechtbank in overweging gegeven het beroep gegrond te verklaren en de waarde van de woning te bepalen op € 1.016.000,-.
5. Op 9 februari 2026 heeft de rechtbank een brief van eiser ontvangen waarin hij de rechtbank laat weten in te stemmen met het voorstel van de heffingsambtenaar om de WOZ-waarde van de woning vast te stellen op € 1.016.000,-.
6. De rechtbank heeft partijen op 17 februari 2026 een brief gestuurd en daarin meegedeeld dat de rechtbank voldoende informatie heeft om een uitspraak te doen. Partijen hebben ermee ingestemd om de procedure zonder zitting af te doen. De rechtbank zal daarom een zitting achterwege laten.

Overwegingen

7. De WOZ-waarde van de woning is niet meer in geschil. Partijen hebben bij wijze van compromis overeenstemming bereikt en wel in de zin dat naar hun oordeel de waarde in het economisch verkeer, als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de Wet WOZ, van de woning op de waardepeildatum 1 januari 2023 moet worden vastgesteld op € 1.016.000,-.

Conclusie en gevolgen

8. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het beroep gegrond verklaren, de
WOZ-waarde van de woning verlagen tot € 1.016.000,- en bepalen dat de daarop gebaseerde aanslagen onroerendezaakbelastingen en rioolheffing dienovereenkomstig worden verminderd.
9. Omdat het beroep gegrond is, ziet de rechtbank aanleiding om de heffingsambtenaar te veroordelen in de proceskosten van eiseres. De proceskosten voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 1.332,- (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift en 1 punt voor de telefonische hoorzitting met een waarde per punt van
€ 666,- en wegingsfactor 1).
10. Verder ziet de rechtbank aanleiding tot vergoeding van het Onesta
WOZ-taxatierapport. De rechtbank acht het niet aannemelijk dat de taxateur van de gemachtigde van eiser meer dan een geringe hoeveelheid tijd aan het rapport heeft besteed. De rechtbank stelt de vergoeding voor de kosten van het taxatierapport daarom vast op
€ 35,70 (0,5 uur x € 59,- [1] te vermeerderen met 21% BTW). [2]
11. Dit leidt tot een totale proceskostenvergoeding van € 1.367,70.
12. De heffingsambtenaar moet ook het griffierecht van € 53,- aan eiser betalen.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt de uitspraak op bezwaar;
  • vermindert de WOZ-waarde van de woning tot een bedrag van € 1.016.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2023;
  • bepaalt dat de aanslag onroerendezaakbelasting en rioolheffing dienovereenkomstig wordt verminderd;
  • bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van de bestreden uitspraak op bezwaar;
  • veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 1.367,70 aan proceskosten aan eiser;
  • bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 53,- aan eiser moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.W.A. Schimmel, rechter, in aanwezigheid van mr. J.M.T. Bouwman, griffier. Uitgesproken op 15 april 2026.
griffier
rechter
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Conform het door Waarderingsmeesters gehanteerde uurtarief.
2.Vergelijk het arrest van gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 20 januari 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:259.