Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- [verdachte] ;
- de officier van justitie: mr. J. Boon;
- de advocaat van [verdachte] : mr. M.S. Rozenbeek (hierna: de advocaat);
- de ouders van [verdachte] ;
- de opa en oma van [verdachte]
- [A] van Slachtofferhulp Nederland, namens de benadeelde partij [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] );
- de moeder van [slachtoffer] ;
- de jeugdreclasseerder bij Samen Veilig (hierna: SAVE).
2.Tenlastelegging
primairtenlastegelegd als een poging tot doodslag,
subsidiairals een poging tot zware mishandeling en
meer subsidiairals het openlijk in vereniging geweld plegen met enig lichamelijk letsel tot gevolg.
3.Bewijs
- de bekennende verklaring van [verdachte] op de zitting van 31 maart 2026;
- een proces-verbaal van aangifte van 6 oktober 2025, betreffende de verklaring van [slachtoffer]
4.Kwalificatie en strafbaarheid
5.Straf
6.Vordering benadeelde partij
7.Toegepaste wetsartikelen
8.De beslissing
- verklaart bewezen dat [verdachte] het meer subsidiair tenlastegelegde heeft gepleegd, zoals in paragraaf 3.4 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt [verdachte] daarvan vrij;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals in paragraaf 4.1 is vermeld;
- veroordeelt [verdachte] tot een taakstraf, bestaande uit
- beveelt dat voor het geval [verdachte] de werkstraf niet of niet naar behoren verricht, de werkstraf wordt vervangen door
- bepaalt dat de tijd, door [verdachte] vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de werkstraf in mindering zal worden gebracht, berekend naar de maatstaf van 2 uren werkstraf per dag;
40 uren, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat [verdachte] de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
proeftijd van 2 (twee) jarenvast;
20 dagen jeugddetentie;
- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het derde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;
- meewerkt aan het hebben en behouden van een positieve dag invulling in de vorm van school, een vervangend schooltraject en/of werk, waarbij zij volgens rooster aanwezig is en zich volgens de gedrags- en omgangsnormen positief zal gedragen;
- meewerkt aan het hebben en behouden van een positieve vrijetijdsbesteding in de vorm van werk en/of sport;
- meewerkt aan ambulante begeleiding vanuit [instelling] , indien de jeugdreclassering dit nodig acht zal dit worden doorgezet door de Waag of een soortgelijke instelling;
- zich houdt aan de aanwijzingen van de jeugdreclassering, ook indien deze aanwijzingen inhouden dat [verdachte] zich onder behandeling van een bepaalde deskundige of bepaalde instantie zal stellen zoals de Waag Flevoland of soortgelijke instelling;
- wijst de vordering van [slachtoffer] geheel toe tot een bedrag van
- veroordeelt [verdachte] tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 augustus 2025 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt [verdachte] hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander (gedeeltelijk) aan de benadeelde is betaald, [verdachte] (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- veroordeelt [verdachte] ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt aan [verdachte] de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 600,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 augustus 2025 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling zal geen gijzeling worden toegepast;
- bepaalt dat [verdachte] van haar verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als zij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- legt aan [verdachte] de hoofdelijke verplichting op het toegewezen bedrag aan de Staat te betalen;
- bepaalt dat [verdachte] van haar verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als zij en/of een mededader, op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;