ECLI:NL:RBMNE:2026:1589
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen EMG-maatregel opgelegd door CBR
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) heeft aan verzoeker een Educatieve Maatregel Gedrag en Verkeer (EMG-maatregel) opgelegd wegens een snelheidsovertreding van 71 km/h boven de maximumsnelheid. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit, dat door het CBR is gehandhaafd, en vervolgens beroep ingesteld. Verzoeker vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om de uitvoering van de maatregel op te schorten totdat het beroep is behandeld.
De voorzieningenrechter beoordeelde eerst of er sprake was van een spoedeisend belang. Verzoeker stelde dat de cursusdagen al begonnen voordat het beroep zou worden behandeld, wat onomkeerbare gevolgen zou hebben. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat er geen sprake was van spoedeisend belang, omdat de kosten en tijdsinvestering later gecompenseerd kunnen worden en verzoeker al ruim van tevoren op de hoogte was van de cursusdata.
Daarnaast werd beoordeeld of het bestreden besluit evident onrechtmatig was. Dit betekent dat zonder diepgaand onderzoek duidelijk moet zijn dat het besluit onjuist is. De voorzieningenrechter vond dat dit niet het geval was op basis van de overgelegde stukken.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De uitspraak is gedaan zonder zitting en bindt de rechtbank niet in het bodemgeding. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de EMG-maatregel is afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en het ontbreken van evident onrechtmatigheid.