5.4.Verder is in artikel 2.6 van de Wht bepaald dat de Dienst Toeslagen aan een aanvrager van een kinderopvangtoeslag op aanvraag een O/GS-tegemoetkoming toekent indien de toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, de daarop berustende bepalingen of de Wet kinderopvang bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag heeft geleid tot onbillijkheden van overwegende aard, omdat aan hem geen persoonlijke betalingsregeling is toegekend of een buitengerechtelijke schuldregeling is geweigerd vanwege de onterechte kwalificatie van opzet of grove schuld (OG/S-kwalificatie) van hemzelf of zijn partner ten aanzien van het ontstaan van de terugvordering van de kinderopvangtoeslag.
Vooringenomen handelen in de jaren 2007 tot en met 2009
6. Eiseres stelt dat zij in 2007 door een medewerker van de Belastingdienst telefonisch is aangezet om de toeslag van haar zoon stop te zetten. Eiseres heeft veel druk ervaren in dit telefoongesprek. Primair neemt zij daarom het standpunt in dat zij is gedwongen om de toeslag stop te zetten en dat daarmee vooringenomen is gehandeld. Het is lastig voor eiseres om bewijs te verzamelen, omdat zij niet over opnames of verslagen van het telefoongesprek beschikt.
7. Niet in geschil is dat eiseres de kinderopvangtoeslag op 10 oktober 2007 per 1 oktober 2007 heeft stopgezet. Vervolgens is desondanks de kinderopvangtoeslag voor 2008 automatisch gecontinueerd en dat geldt ook voor het jaar 2009. Pas bij voorschotbeschikking van 9 oktober 2009 is het voorschot vanwege de stopzetting per 1 oktober 2007 voor de toeslagjaren 2008 en 2009 op nihil gesteld. Uit de verrekenoverzichten in het dossier volgt dat de ten onrechte uitbetaalde voorschotten zijn verrekend met toeslagen en belastingen in de daaropvolgende jaren.
8. De rechtbank is van oordeel dat er geen aanknopingspunten zijn dat eiseres in de betreffende toeslagjaren vooringenomen is behandeld. Eiseres heeft haar stelling dat zij in 2007 telefonisch onder druk is gezet om de kinderopvangtoeslag stop te zetten niet kunnen onderbouwen. Dienst Toeslagen heeft ter zitting verklaard onderzoek te hebben gedaan, maar dat geen relevante telefoonnotities zijn aangetroffen. De rechtbank heeft ook geen andere aanwijzingen in het dossier gevonden die erop wijzen dat eiseres zou zijn gedwongen om de toeslag stop te zetten. Zo is op het antwoordformulier van 26 november 2009 door eiseres aangekruist dat zij ook geen gebruik heeft gemaakt van kinderopvang in 2008, wat door eiseres ter zitting is bevestigd. Verder is de nihil stelling door Dienst Toeslagen voor de jaren 2008 en 2009 uitsluitend het gevolg van de informatie die door eiseres is aangeleverd. Dat dit ondanks de stopzetting door eiseres per 1 oktober 2007, pas twee jaar later is verwerkt, vindt de rechtbank erg onzorgvuldig, maar hieruit kan niet worden afgeleid dat in het geval van eiseres sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid, waarvoor eiseres moet worden gecompenseerd. De beroepsgrond slaagt niet.
9. Eiseres stelt dat er sprake moet zijn geweest van een O/GS-kwalificatie, omdat haar een betalingsregeling is geweigerd. Dienst Toeslagen heeft daarom ten onrechte niet onderkend dat zij in aanmerking komt voor een OG/S-tegemoetkoming. Eiseres heeft aangegeven dat zij recht heeft op compensatie, maar Dienst Toeslagen heeft enkel gemotiveerd hoe de vooringenomenheid daartoe geen aanleiding geeft. De BAC heeft opgemerkt dat er in het dossier een brief zit van FRALvan 26 november 2009, maar verbindt daar enkel de conclusie aan dat de stopzetting terecht is doorgevoerd. Dienst Toeslagen motiveert niets over het gevolg van deze brief voor de O/GS-kwalificatie. Uit deze brief blijkt dat er door haar wel om een betalingsregeling is verzocht naar aanleiding van de nihil stelling voor het toeslagjaar 2009, terwijl nergens uit blijkt dat die is toegekend. Eiseres stelt dat de terugvordering daadwerkelijk is ingevorderd en dat er beslag is gelegd op haar loon en de uitkering die zij van de SVB ontving.
10. Dienst Toeslagen heeft zich op het standpunt gesteld dat uit de systemen niet blijkt dat eiseres een O/GS-kwalificatie heeft gekregen. Dienst Toeslagen heeft op de zitting toegelicht hoe het onderzoek naar de O/GS-kwalificatie in het algemeen wordt gedaan. Dit komt er op neer dat door medewerkers van de financiële administratie onderzoek wordt gedaan. In alle systemen wordt gezocht naar de kwalificatie opzet of grove schuld ten aanzien van de ouder. In het geval van eiseres is niets aangetroffen, waarbij is verwezen naar een stuk in het dossier waarin deze uitkomst is vermeld. Dienst Toeslagen verwijst in dit kader ook naar een Afdelingsuitspraak van 22 oktober 2025, waarin een soortgelijk onderzoek is geaccepteerd. Volgens Dienst Toeslagen is het ook niet vreemd dat er geen OG/S-kwalificatie is, omdat er in het geheel geen aanleiding bestaat waarom eiseres opzet of grove schuld kan worden verweten. De kinderopvangtoeslag is niet door Dienst Toeslagen stopgezet vanwege onregelmatigheden, maar eiseres heeft zelf de kinderopvangtoeslag stopgezet. Er is dan ook geen sprake van de situatie dat eiseres een persoonlijke betalingsregeling is geweigerd vanwege een onterechte OG/S-kwalificatie, aldus Dienst Toeslagen.
11. De rechtbank volgt Dienst Toeslagen hierin. Eiseres heeft ter zitting weliswaar terecht gesteld dat, anders dan in voormelde Afdelingsuitspraak van 22 oktober 2025, in dit geval wel een schriftelijk verzoek is gedaan om een betalingsregeling, namelijk in de brief van FRAL van 26 november 2009. Echter, uit dit verzoek volgt niet dat is verzocht om een
persoonlijkebetalingsregeling te treffen en er is evenmin een schriftelijke afwijzing van een dergelijke persoonlijke betalingsregeling. Ook is niet gebleken dat eiseres Dienst Toeslagen daarna nog heeft verzocht om een persoonlijke betalingsregeling of heeft gevraagd waarom de persoonlijke betalingsregeling niet is toegekend. Ook overigens ziet de rechtbank geen aanknopingspunten dat eiseres een persoonlijke betalingsregeling is geweigerd vanwege een OG/S-kwalificatie. De rechtbank overweegt daarbij dat – zoals Dienst Toeslagen ook stelt – er ook geen aanleiding is om aan te nemen dat eiseres een O/GS-kwalificatie zou zijn gegeven, nu geen onregelmatigheden zijn geconstateerd maar de nihil stelling volledig zijn oorzaak vindt in de stopzetting door eiseres. De stelling van de gemachtigde van eiseres dat er vaker ten onrechte OG/S-kwalificaties op ouders worden geplakt, acht de rechtbank onvoldoende voor het oordeel dat dit ook in deze specifieke zaak het geval is geweest. Deze beroepsgrond slaagt evenmin.