De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugd & Gezinsbeschermers tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige die recentelijk is teruggeplaatst bij haar moeder na een langdurig verblijf in een pleeggezin bij haar grootouders aan vaderszijde.
De vader en moeder zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag. De ondertoezichtstelling was reeds ingesteld in december 2022 en meerdere malen verlengd, laatstelijk tot 17 maart 2026. De machtiging tot uithuisplaatsing is niet verlengd na 23 februari 2026.
De moeder stemde tijdens de zitting in met een verlenging van zes maanden, hoewel zij een kortere termijn prefereerde. De vader was het eens met het verzoek van de GI. De kinderrechter oordeelde dat de ontwikkeling van de minderjarige nog steeds ernstig wordt bedreigd door eerdere ingrijpende gebeurtenissen, de detentie van de vader wegens een ernstige strafzaak, en de recente terugplaatsing bij de moeder.
De GI heeft vertrouwen in een periode van zes maanden om de ondertoezichtstelling af te sluiten, waarbij de betrokkenheid van de GI en de start van een emotieregulatiebehandeling voor de moeder essentieel zijn. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling tot 17 september 2026 en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.