ECLI:NL:RBMNE:2026:1526
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij bankhelpdeskfraude
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 14 april 2026 uitspraak gedaan in een zaak waarin de veroordeelde werd veroordeeld voor medeplegen van bankhelpdeskfraude gepleegd tussen 21 juni en 26 augustus 2021. De officier van justitie vorderde ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, berekend op €60.720, terwijl de verdediging matiging en verrekening met schadevergoedingen bepleitte.
De rechtbank stelde vast dat het wederrechtelijk verkregen voordeel gelijkelijk moest worden toegerekend aan de veroordeelde en zijn mededader, waardoor het bedrag werd vastgesteld op €30.360. De rechtbank wees het verzoek van de verdediging af om schadevergoedingen vooraf in mindering te brengen, omdat deze pas bij daadwerkelijke betaling verrekend kunnen worden.
De rechtbank legde de veroordeelde de verplichting op om het bedrag van €30.360 aan de Staat te betalen en bepaalde de maximale duur van gijzeling op 303 dagen. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer in Utrecht, waarbij de rechters Janssens, Dolmans en Terstegge het vonnis tekenden.
Uitkomst: De veroordeelde is verplicht tot betaling van €30.360 aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.