ECLI:NL:RBMNE:2026:152

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
23 januari 2026
Publicatiedatum
23 januari 2026
Zaaknummer
605611 HA RK 26-10
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoeker niet-ontvankelijk in wrakingsverzoek na einduitspraak hoofdzaak

Verzoeker diende op 16 januari 2026 een wrakingsverzoek in tegen de behandelend rechter in een civiele hoofdzaak, nadat op 14 januari 2026 al een einduitspraak was gedaan. De wrakingskamer heeft het verzoek nader toegelicht ontvangen, waarin verzoeker stelde dat de rechter partijdig zou zijn omdat deze alleen op basis van stukken van de wederpartij had geoordeeld.

Volgens artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan een wrakingsverzoek alleen worden ingediend zolang er een behandelend rechter is. Na de einduitspraak in de hoofdzaak eindigt de procedure en is er geen behandelend rechter meer. Omdat het wrakingsverzoek na de einduitspraak werd ingediend, is het verzoek te laat en niet-ontvankelijk.

De wrakingskamer heeft daarom het verzoek afgewezen zonder mondelinge behandeling. De beslissing is op 23 januari 2026 in het openbaar uitgesproken door de voorzitter en leden van de wrakingskamer. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat het na de einduitspraak in de hoofdzaak is ingediend.

Uitspraak

Beslissing
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
WRAKINGSKAMER
Locatie: Utrecht
Zaaknummer: 605611 HA RK 26-10
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van
23 januari 2026
op het verzoek in de zin van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) van:
[verzoeker] ,
wonende in [woonplaats] ,
(hierna: verzoeker),

1.De procedure

1.1.
Verzoeker heeft per e-mail van 16 januari 2026 om 10:45 uur een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. D. A. van Steenbeek, de behandelend rechter in de zaak met het zaaknummer 11823147\UC EXPL 25-6344 (hierna: de hoofdzaak).
1.2.
Er is op 14 januari 2026 einduitspraak gedaan in de hoofdzaak.
1.3.
De wrakingskamer heeft, gelet op het onderstaande, afgezien van een mondelinge behandeling.
1.4.
De uitspraak is bepaald op vandaag.

2.De beoordeling

2.1.
Verzoeker heeft zijn wrakingsverzoek nader toegelicht per e-mails van 16 januari 2026 om 17:34 uur en 18 januari 2026 om 14:42 uur. Verzoeker schrijft in deze mails – samengevat – dat de rechter niets zou hebben gedaan met zijn bezwaarschrift, alleen heeft geoordeeld op basis van de stukken van de wederpartij en daarom alleen oog heeft gehad voor de belangen van de wederpartij. Hieruit zou de partijdigheid van de rechter blijken.
2.2.
In artikel 36 Rv Pro staat dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2.3.
Een wrakingsverzoek kan worden ingediend totdat de behandelend rechter einduitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak. Na een einduitspraak eindigt de procedure namelijk en is er dus geen “behandelend rechter” meer zoals wordt bedoeld in artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
2.4.
Verzoeker heeft het wrakingsverzoek ingediend na de einduitspraak van 14 januari 2026 en dat is te laat. De wrakingskamer zal verzoeker daarom niet-ontvankelijk verklaren in zijn wrakingsverzoek. [1]

3.De beslissing

De wrakingskamer
3.1.
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek;
3.2.
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te sturen aan verzoeker, de rechter waartegen het wrakingsverzoek is gericht, andere betrokken partijen, de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkt en de president van deze rechtbank.
Deze beslissing is genomen door mr. D. Wachter, voorzitter, en mr. I.L. Rijnbout en
mr. A.F. Hermans als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. D. van Wijk, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2026.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie ook artikel 2.4.2. onder d van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank.