Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1515

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
4 maart 2026
Publicatiedatum
14 april 2026
Zaaknummer
C/16/607082 / JE RK 26-222 en C/16/607402 / JE RK 26-252 en C/16/607644 / JE RK 26-270
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 1:265c BWArtikel 31 Verdrag van Istanbul
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging machtiging uithuisplaatsing en ondertoezichtstelling wegens huiselijk geweld en veiligheid kind

De zaak betreft de verlenging van een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige die slachtoffer is van huiselijk geweld door haar vader. De minderjarige verblijft met haar moeder op een geheime locatie vanwege veiligheidsrisico's. De vader is in 2021 veroordeeld voor partnermishandeling en kindermishandeling en ontkent zijn aandeel in het geweld.

De kinderrechter stelt vast dat de ontwikkeling van de minderjarige ernstig wordt bedreigd door de traumatische ervaringen en dat vrijwillige hulpverlening onvoldoende is. Daarom wordt de ondertoezichtstelling verlengd voor een jaar en de machtiging tot uithuisplaatsing voor zes maanden. De moeder werkt mee aan hulpverlening en de vader toont bereidheid tot contactherstel, maar ontkent de ernst van zijn gedrag.

Het contactherstel tussen vader en kind wordt als belangrijk erkend, maar moet veilig en geleidelijk verlopen, te beginnen met videobellen onder begeleiding. De kinderrechter benadrukt dat het belang en de draagkracht van de minderjarige leidend zijn, met inachtneming van het Verdrag van Istanbul. De vader krijgt beperkte informatie over de minderjarige, rekening houdend met veiligheidsrisico's. De beschikking is direct uitvoerbaar en hoger beroep is mogelijk.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling wordt verlengd voor een jaar en de machtiging tot uithuisplaatsing voor zes maanden vanwege ernstige bedreiging van de ontwikkeling en veiligheid van de minderjarige.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummers: C/16/607082 / JE RK 26-222 (ondertoezichtstelling)
C/16/607402 / JE RK 26-252 (verlenging machtiging tot uithuisplaatsing)
C/16/607644 / JE RK 26-270 (verlenging machtiging tot uithuisplaatsing)
Datum uitspraak: 4 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaken van
de Raad voor de Kinderbescherming,
Midden-Nederland, Utrecht,
hierna te noemen de Raad,
en
de gecertificeerde instelling
Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, gevestigd in Utrecht,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2017 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend geheim adres,
advocaat mr. T.C. Schouten,
[vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. G.L.D. Thomas.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
In de procedure met zaaknummer C/16/607082 / JE RK 26-222
  • het verzoekschrift van de Raad over de ondertoezichtstelling, ontvangen op 17 februari 2026;
  • het bericht van de Raad met bijlagen van 20 februari 2026;
In de procedure met zaaknummer C/16/607402 / JE RK 26-252
  • het verzoekschrift van de Raad over de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing met bijlagen, ontvangen op 23 februari 2026;
  • het bericht van de Raad met bijlage van 25 februari 2026;
  • het bericht van de Raad met bijlage van 27 februari 2026;
In de procedure met zaaknummer C/16/607644 / JE RK 26-270
- het verzoekschrift van de GI over de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing met bijlagen, ontvangen op 26 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 maart 2026. De ouders zijn gescheiden gehoord. De kinderrechter heeft om 15.00 uur gehoord:
  • de moeder (online) met haar advocaat;
  • mevrouw [A] namens de Raad;
  • de heer [B] namens de GI.
Daarna heeft de kinderrechter om 16.15 uur gehoord:
  • de vader met zijn advocaat;
  • de advocaat van de moeder;
  • mevrouw [A] namens de Raad;
  • de heer [B] namens de GI.
De advocaat van de vader was correct opgeroepen bij het deel van de zitting om 15.00 uur, maar is niet verschenen.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft een gesprek gehad met haar maatschappelijk werker. Die heeft opgeschreven wat [minderjarige] graag wilde vertellen. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat daarin staat. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
1.4.
De kinderrechter heeft niet direct na de zitting uitspraak gedaan. De partijen konden op 4 maart 2026 om 10.00 uur bellen naar de griffie van de rechtbank voor het dictum. Per abuis is daarbij als ingangsdatum van de maatregelen 3 maart 2026 vermeld, in plaats van 4 maart 2026. De griffier heeft diezelfde dag, en de advocaat van de moeder bij geen gehoor de volgende dag, telefonisch medegedeeld dat de ingangsdatum 4 maart 2026 is en die datum in de beschikking wordt opgenomen. Deze beslissing is de schriftelijke uitwerking van de uitspraak.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . Dat betekent dat zij gezamenlijk de belangrijke beslissingen over haar nemen.
2.2.
[minderjarige] verblijft met haar moeder op een geheime locatie.
2.3.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 5 december 2025 [minderjarige] voorlopig
onder toezicht gesteld tot 5 maart 2026.
2.4.
Bij diezelfde beschikking heeft de kinderrechter een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] verleend bij de gezaghebbende moeder op een geheime locatie tot 2 januari 2026. Bij beschikking van 12 december 2025 is de machtiging verlengd tot 5 maart 2026.

3.De verzoek

In de procedure met zaaknummer C/16/607082 / JE RK 26-222
3.1.
De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de ouder met gezag te verlenen voor de duur van zes maanden. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
In de procedure met zaaknummer C/16/607402 / JE RK 26-252
3.2.
De Raad verzoekt de kinderrechter om een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de gezaghebbende moeder op een geheime locatie te verlenen aan de GI voor de duur van drie maanden. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.3.
Tijdens de zitting heeft de Raad dit verzoek ingetrokken. Hij had dit verzoek ingediend, omdat de GI kort voor de zitting nog geen verzoek had ingediend over de machtiging tot uithuisplaatsing. Daarna heeft de GI dat verzoek wel ingediend en heeft de Raad het aldus ingetrokken. De kinderrechter hoeft dan ook niet meer op dit verzoek te beslissen.
In de procedure met zaaknummer C/16/607644 / JE RK 26-270
3.4.
De GI verzoekt de kinderrechter om de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de ouder met gezag te verlengen voor de duur van zes maanden. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De moeder is het eens met de verzoeken. Het gaat goed met haar en [minderjarige] en zij werkt mee met de hulpverlening. Volgens de moeder mist [minderjarige] haar vader. Ze heeft het vaak over hem en vraagt ze wanneer ze haar vader mag zien. De moeder hoopt ook dat [minderjarige] de vader kan zien, maar wil wel dat het contact veilig is en langzaam wordt opgebouwd en dat daarover spoedig afspraken worden gemaakt.
4.2.
Namens de vader is verweer gevoerd tegen de verzoeken. De vader begrijpt dat een ondertoezichtstelling was uitgesproken en hij is bereid om overal aan mee te werken. Hij vraagt zich af wat verder de grondslag is van de ondertoezichtstelling, naast dat er nog geen contactherstel is, wat niet alleen aan hem te wijten is. Tijdens de zitting heeft de vader aangegeven dat hij het goed vindt dat [minderjarige] bij de moeder verblijft. Hij dacht dat [minderjarige] ook bij de moeder weg zou moeten. De vader wil er alles aan doen om het contact met [minderjarige] te herstellen op een veilige manier en als [minderjarige] daar klaar voor is. Hij vindt het fijn om te horen dat [minderjarige] zelf ook contact wil.

5.De beoordeling

De beslissing
5.1.
De kinderrechter zal [minderjarige] onder toezicht stellen van de GI met ingang van 4 maart 2026 voor de duur van een jaar, dus tot 4 maart 2027. Daarnaast zal de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de gezaghebbende moeder op een geheime locatie verlengen met zes maanden vanaf 4 maart 2026 tot 4 september 2026. De kinderrechter legt hieronder uit waarom zij deze beslissing neemt.
De ondertoezichtstelling
Sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging
5.2.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De ontwikkeling van [minderjarige] wordt ernstig bedreigd. [minderjarige] heeft in haar jonge leven veel onveiligheid meegemaakt in de thuissituatie bij de ouders. Zij is in haar hele leven blootgesteld aan geweld van de vader naar de moeder. Zij is daardoor beschadigd. Bovendien is ook zijzelf slachtoffer van mishandeling door de vader. De vader is in 2021 immers veroordeeld voor partnermishandeling en kindermishandeling, nadat aan hem in datzelfde jaar een tijdelijk huisverbod was opgelegd. Daarnaast was structureel sprake van middelenmisbruik door de ouders. Door de voorgaande omstandigheden heeft [minderjarige] een belaste voorgeschiedenis en is zij getraumatiseerd. Door de onvoorspelbaarheid en onveiligheid die [minderjarige] heeft ervaren heeft zij een verzorgende rol aangenomen die niet past bij haar leeftijd. [minderjarige] heeft al bijna een half jaar geen contact met haar vader. Zij mist hem en zowel de vader als de moeder willen graag dat het contact met de vader wordt hersteld. Voor [minderjarige] is specialistische hulpverlening nodig om te herstellen, om te verwerken wat zij in haar korte leven al heeft meegemaakt, en om het contact met haar vader te herstellen.
Betrokkenheid GI noodzakelijk
5.3.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. Gelet op de onveiligheid in het verleden thuis en de complexe problematiek kan niet worden verwacht dat zij gezamenlijk de zorg inzetten die noodzakelijk is om de ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige] weg te nemen. De voorgaande omstandigheden maken dat betrokkenheid en expertise van de GI noodzakelijk is om de juiste hulpverlening voor [minderjarige] en de ouders in te zetten en om erop toe te zien dat [minderjarige] niet wordt belast met volwassenenproblematiek.
5.4.
Net als de Raad acht de kinderrechter het van belang dat gekeken wordt hoe de moeder kan worden ondersteund in haar moederschap en om haar relatie met [minderjarige] op een gezonde manier te herstellen, in die zin dat [minderjarige] onbezorgd kind kan zijn. De moeder is in behandeling voor haar slaapmiddelengebruik en heeft haar behandeling voor haar alcoholverslaving succesvol afgerond, waarbij zij ruim een jaar is afgekickt. De vader zegt dat hij openstaat open voor alle hulpverlening. Tegelijkertijd ontkent de vader zijn aandeel in het geweld en de impact daarvan op [minderjarige] . Erkenning daarvan is echter de eerste stap naar verandering. Het ligt op de weg van de vader om het komende jaar te laten zien dat hij met zichzelf aan de slag gaat en stappen zet om voor [minderjarige] een betere ouder te kunnen zijn. Dat is ook van belang met het oog op het contactherstel tussen [minderjarige] en de vader.
Doelen van de ondertoezichtstelling
5.5.
Het is belangrijk dat het aankomende jaar aan de volgende – door de Raad opgestelde – doelen wordt gewerkt:
- [minderjarige] is geen getuige van huiselijk geweld of middelengebruik;
- [minderjarige] kan weer kind zijn en krijgt hulpverlening om zich leeftijdsadequaat en goed te ontwikkelen;
- [minderjarige] weet waar zij aan toe is in het contact met de vader.
Duur van de ondertoezichtstelling
5.6.
Om de bovenstaande redenen is de ondertoezichtstelling in dit geval nodig. De kinderrechter stelt [minderjarige] onder toezicht voor de duur van een jaar, omdat zij verwacht dat het tijd zal kosten om [minderjarige] voldoende te kunnen laten profiteren van de hulpverlening en om het contact met de vader naar draagkracht van [minderjarige] zorgvuldig te herstellen gelet op [minderjarige] haar kwetsbaarheid en de complexiteit van de situatie.
Verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing
5.7.
Daarnaast is verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. [2] [minderjarige] verblijft met de moeder op een voor de vader geheime locatie sinds de moeder de vader uit de woning heeft gezet. Daar is het veilig voor [minderjarige] . Zij kan daar tot rust komen. [minderjarige] ontwikkelt zich goed op de plek waar zij nu is en zij krijgt daar traumabehandeling en begeleiding van een maatschappelijk werker. Zoals de GI tijdens de zitting heeft toegelicht is het niet in het belang van [minderjarige] dat de vader haar daar kan opzoeken, laat staan meenemen. Hoewel de vader daarop heeft aangegeven dat hij ook wil dat er begeleiding is in het belang van [minderjarige] en dat hij blij is dat [minderjarige] bij de moeder blijft wonen, blijkt uit het dossier dat het volgens de gemeente en de politie niet veilig is als de vader weet waar de moeder en [minderjarige] verblijven. De vader is eerder actief op zoek gegaan naar waar [minderjarige] verblijft. De kinderrechter heeft er onvoldoende vertrouwen in dat die situatie nu anders is, omdat de vader ontkent wat er is gebeurd en nog niet met zichzelf aan de slag is gegaan. Ook is van belang dat rust en stabiliteit voor [minderjarige] nog belangrijker is nu zij met traumabehandeling is gestart. Die kan immers alleen worden geboden vanuit een situatie van rust.
5.8.
Om de voorgaande redenen is het belangrijk dat [minderjarige] met haar moeder op een voor de vader geheime locatie kan blijven, zodat [minderjarige] de rust en hulpverlening kan blijven krijgen die zij nodig heeft. Daarvoor is het nodig dat de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing verlengt met zes maanden. Dat bekent dat zij het verzoek van de GI toewijst. Het is nog niet duidelijk op welke passende plek [minderjarige] voor langere tijd kan gaan wonen. De kinderrechter vindt het in elk geval van belang dat de plek waar [minderjarige] verblijft de komende periode voor de vader geheim blijft, om de fysieke en emotionele veiligheid van [minderjarige] te waarborgen.
Het contactherstel met de vader
5.9.
Iedereen is het erover eens dat het contact tussen [minderjarige] en de vader moet worden hersteld. Voor een gezonde identiteitsontwikkeling van [minderjarige] is het belangrijk dat het contact met beide ouders voorspelbaar en fijn is, aldus de Raad. [minderjarige] heeft positief gereageerd op het kaartje dat de vader naar haar heeft gestuurd en zij wil hem graag zien. Omdat [minderjarige] ’s directe veiligheid voorop staat, is de GI van plan om te starten met videobellen. Tijdens de zitting heeft de GI toegelicht dat aan de vader was toegezegd dat het contactherstel zou starten, maar door tijdelijke uitval van de jeugdbeschermer heeft dat vertraging opgelopen. Het gesprek om afspraken te maken over de start van het contactherstel met het verblijf van [minderjarige] staat gepland op 12 maart 2026. De bedoeling van de GI is dat de vader op het kantoor van de GI in aanwezigheid van de jeugdbeschermer, die erop kan toezien dat het contact voor [minderjarige] prettig en veilig verloopt, videobelt met [minderjarige] die dan begeleid wordt door haar maatschappelijk werkster. Aan de hand van de videobelmomenten kan de GI met de vader en de hulpverlening van [minderjarige] bekijken wat de volgende stap kan zijn in het contactherstel.
5.10.
De kinderrechter benadrukt zoals ook tijdens de zitting is benoemd dat [minderjarige] ’s belang en haar draagkracht leidend is als het gaat om het contact met haar vader. Op grond van artikel 31 van Pro het Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld (het Verdrag van Istanbul) moet huiselijk geweld in aanmerking worden genomen bij het bepalen van de gezag- en omgangsrechten van kinderen, om ervoor te zorgen dat alle regelingen in het belang van het kind zijn en, in het bijzonder, dat de veiligheid van de ouder en van het kind wordt beschermd (EHRM 10 november 2022,
I.M. t. Italië,Zaaknummer 25426/20). In het kader van deze beoordeling dienen eventuele risico’s op geweld of andere vormen van mishandeling daarom een ​​integraal onderdeel van dergelijke procedures vormen (EHRM 5 juli 2016,
Bîzdîga t. Moldavië,Zaaknummer 23755/07). [minderjarige] geeft duidelijk aan dat zij haar vader graag wil zien. Tegelijkertijd is haar vader een bron van onveiligheid geweest voor [minderjarige] , waardoor zij beschadigd is. De wens van [minderjarige] om haar vader te zien kan daarvan niet los worden gezien. Er zal dan ook goed moeten worden bekeken naar de gehechtheid van [minderjarige] aan haar vader en naar de vraag, in hoeverre haar wens om haar vader te zien voortkomt uit loyaliteit. Vervolgens moet worden beoordeeld in hoeverre contactherstel in haar belang is en of dat naast haar eigen traject van traumaverwerking en hulpverlening kan plaatsvinden. En als contactherstel in haar belang is, staat de veiligheid van [minderjarige] uiteraard voorop. De GI zal de regie voeren bij dit proces.
Informatievoorziening aan de vader
5.11.
Verder is tijdens de zitting besproken dat de vader als gezaghebbende vader weinig tot geen informatie krijgt over [minderjarige] en hij daar behoefte aan heeft. Het klopt dat de vader als gezaghebbende ouder recht heeft op informatie over [minderjarige] , ook al verblijft [minderjarige] met de moeder op een geheime locatie. De GI heeft dit tijdens de zitting erkend en toegezegd dat zij zal bekijken hoe de vader informatie kan krijgen. De kinderrechter kan zich voorstellen dat de vader informatie krijgt zoals over hoe het met [minderjarige] gaat, wat zij doet op school, wat haar hobby’s zijn en wat voor hulpverlening zij krijgt. Het is immers ook belangrijk voor de vader om aan te kunnen sluiten bij [minderjarige] haar belevingswereld met het oog op het contactherstel dat wordt opgestart. Met inachtneming van de veiligheidsrisico’s zal afgewogen moeten worden welke informatie met de vader gedeeld kan worden.
5.12.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
stelt [minderjarige] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering met ingang van 4 maart 2026 tot 4 maart 2027;
6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de gezaghebbende moeder op een geheime locatie met ingang van 4 maart 2026 tot 4 september 2026;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2026 door mr. T. Dopheide, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. A.W.S. Stukker als griffier, en op schrift gesteld op 14 april 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:255 BW Pro.
2.Artikel 1:265c, tweede lid, BW.