ECLI:NL:RBMNE:2026:151

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
7 januari 2026
Publicatiedatum
23 januari 2026
Zaaknummer
11918057 \ UC EXPL 25-7951
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 RvArt. 6:233 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering Basic-Fit wegens onredelijk bezwarende bedingen en onvolledige informatie

Basic-Fit vorderde betaling van een jaarabonnement van een consument die het abonnement vroegtijdig had opgezegd en een betaling had gestorneerd. De kantonrechter beoordeelde dat de algemene voorwaarden van Basic-Fit onredelijk bezwarende bedingen bevatten, met name de combinatie van het blokkeren van toegang bij betalingsachterstand en het blijven opeisen van het volledige abonnementsgeld.

Daarnaast stelde de kantonrechter vast dat Basic-Fit in strijd met artikel 21 Rv Pro niet alle relevante feiten en documenten volledig en naar waarheid had aangevoerd. Basic-Fit had belangrijke correspondentie en informatie bewust weggelakt, waardoor de rechter niet kon vaststellen of de consument daadwerkelijk toegang was geweigerd en of de overeenkomst tussentijds was beëindigd.

De kantonrechter legde uit dat Basic-Fit als professionele partij in elke procedure voldoende feiten en bewijs moet aanvoeren om de naleving van consumentenbeschermende bepalingen aan te tonen. Het nalaten hiervan leidt tot sancties. Gezien de voorgeschiedenis en het huidige gedrag van Basic-Fit werd de vordering volledig afgewezen.

Omdat de vordering werd afgewezen, werd Basic-Fit veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan de zijde van de consument. De kantonrechter zag geen aanleiding om de essentiële informatieplichten verder te toetsen, maar benadrukte dat dit niet betekent dat deze plichten waren nageleefd.

Uitkomst: De vordering van Basic-Fit wordt afgewezen wegens onredelijk bezwarende bedingen en het niet volledig informeren van de rechter.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11918057 \ UC EXPL 25-7951
Vonnis van 7 januari 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BASIC-FIT NEDERLAND B.V. H.O.D.N. [.],
gevestigd in Hoofddorp,
eisende partij,
hierna te noemen: Basic-Fit,
gemachtigde: Bosveld Beverwijk B.V.,
tegen
[gedaagde],
wonend in [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
De kantonrechter heeft de volgende stukken ontvangen en gelezen:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Op basis hiervan doet de kantonrechter deze uitspraak.

2.Waar deze zaak over gaat

2.1.
[gedaagde] heeft op 27 augustus 2024 een abonnement afgesloten bij Basic-Fit. [gedaagde] heeft diezelfde dag € 29,99 betaald. [gedaagde] heeft zijn abonnement op 16 september 24 opgezegd. Op 28 oktober 2024 heeft Basic-Fit € 29,99 geïncasseerd van de bankrekening van [gedaagde] voor de periode 29 oktober 2024 tot 25 november 2024. [gedaagde] heeft die betaling op 6 november 2024 gestorneerd. Daarna heeft [gedaagde] niets meer betaald. Volgens Basic-Fit heeft [gedaagde] een jaarabonnement afgesloten dat afloopt op 30 september 2025 en moet hij nog € 359,88 betalen.
2.2.
Basic-Fit vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 359,88, vermeerderd met rente en kosten.
2.3.
[gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

3.De beoordeling

3.1.
De vordering van Basic-Fit wordt afgewezen. De kantonrechter legt dat hierna uit.
3.2.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een professionele partij, handelend in de uitoefening van haar beroep of bedrijf, en een consument. Op zo’n overeenkomst zijn consumentenbeschermende bepalingen van toepassing. Sommige van die bepalingen worden zo belangrijk gevonden dat de kantonrechter ambtshalve (uit zichzelf, ook als de consument daar niet om vraagt) moet beoordelen of die zijn nageleefd.
3.3.
Basic-Fit is een zogenoemde ‘repeat player’, dat wil zeggen een partij die herhaaldelijk vorderingen instelt tegen consumenten die met haar een overeenkomst hebben gesloten, meestal, net als in deze procedure, in verband met ontstane betalingsachterstanden.
3.4.
Basic-Fit moet in iedere individuele procedure in de dagvaarding voldoende feiten en omstandigheden stellen, en ter onderbouwing daarvan relevante bijlagen bij de dagvaarding voegen, om de kantonrechter in staat te stellen te beoordelen of de toepasselijke consumentenbeschermende bepalingen zijn nageleefd en of de vordering van Basic-Fit toewijsbaar is. Als Basic-Fit dat niet doet, moet de kantonrechter daar, eveneens ambtshalve, consequenties aan verbinden. Dat volgt uit artikel 21 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) en uit vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie en van de Hoge Raad in consumentenzaken.
3.5.
De kantonrechter moet onder andere ambtshalve beoordelen of de toepasselijke essentiële informatieplichten van afdeling 2B van titel 5 van boek 6 van het Burgerlijk Wetboek (BW) zijn nageleefd. Ook moet de kantonrechter ambtshalve beoordelen of in de overeenkomst en de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden geen bedingen zijn opgenomen die onredelijk bezwarend zijn voor consumenten, als bedoeld in artikel 6:233 onder Pro a BW. De kantonrechter ziet aanleiding om met die laatste beoordeling te beginnen.
Onredelijk bezwarende bedingen
3.6.
In dit geval is vooral artikel 5f van de toepasselijke algemene voorwaarden (de algemene voorwaarden Basic-Fit, versie 3 mei 2023) relevant, in combinatie met artikel 5g. Basic-Fit heeft in artikel 5g van de algemene voorwaarden bedongen dat zij de overeenkomst in geval van betalingsverzuim kan beëindigen na afloop van de overeengekomen minimale abonnementsduur. De consument blijft wel het volledige overeengekomen abonnementsgeld verschuldigd. In artikel 5f heeft Basic-Fit bedongen dat de QR-code, de toegangscode waarmee de sportschool kan worden betreden, wordt geblokkeerd in geval van een betalingsachterstand.
3.7.
Op zichzelf kunnen de bedingen in artikel 5f en 5g wel door de beugel, maar in hun onderlinge samenhang bezien kunnen zij tot gevolg hebben dat een consument met een betalingsachterstand, zoals [gedaagde] , wel over de volledige overeengekomen looptijd van de overeenkomst aan zijn betalingsverplichtingen moet voldoen, maar daar niet de volledige looptijd gebruik van kan maken, omdat hem op enig moment de toegang wordt ontzegd. Dat komt door de bedongen einddatum. Het wettelijk opschortingsrecht gaat ervan uit dat de abonnementsduur nadat de achterstand is ingelopen wordt verlengd met de periode waarin de toegang werd ontzegd, zodat de consument uiteindelijk alleen betaalt voor de periode waarin hij daadwerkelijk gebruik kan maken van het abonnement. De contractuele regeling van Basic-Fit wijkt daar ten nadele van consumenten aanzienlijk van af. En daarmee verstoren de genoemde bedingen in de artikelen 5f en 5g, in hun onderlinge samenhang bezien, het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van partijen ten nadele van consumenten aanzienlijk. Dat maakt die bedingen onredelijk bezwarend voor consumenten als bedoeld in artikel 6:233 onder Pro a BW en aldus vernietigbaar.
3.8.
Basic-Fit heeft in haar dagvaarding gesteld dat zij de toegang, al dan niet uit coulance, nooit weigert. Dat maakt de beoordeling echter niet anders, omdat Basic-Fit zichzelf contractueel nu eenmaal wel het recht heeft voorbehouden om de toegang te weigeren, wat zij ook achterwege had kunnen laten.
Basic-Fit heeft de kantonrechter niet volledig geïnformeerd
3.9.
Ten overvloede voegt de kantonrechter hier nog aan toe dat Basic-Fit haar stelling dat zij de toegang in de praktijk nooit weigert niet heeft onderbouwd. Basic-Fit heeft nagelaten correspondentie in het geding te brengen die haar standpunt zou kunnen onderbouwen en de kantonrechter vermoedt dat dit is omdat ook uit die correspondentie zou kunnen blijken dat [gedaagde] de toegang is geweigerd, of dat daarin in ieder geval de suggestie is gewekt dat de toegang zou worden geweigerd.
3.10.
Dat vermoeden wordt als volgt toegelicht. De kantonrechter is de afgelopen jaren in toenemende mate ambtshalve gaan toetsen of belangrijke consumentenbeschermende bepalingen worden nageleefd. In dat kader is de kantonrechter in vergelijkbare procedures van Basic-Fit op enig moment ambtshalve bedingen in (de destijds toepasselijke versie van) de door Basic-Fit gebruikte algemene voorwaarden gaan vernietigen, wat tot gevolg had dat de vorderingen van Basic-Fit in die procedures (gedeeltelijk) werden afgewezen.
3.11.
In reactie daarop is Basic-Fit in volgende dagvaardingen uitdrukkelijk gaan stellen dat consumenten gedurende de volledige looptijd van hun overeenkomst toegang hielden tot de sportfaciliteiten, ook in geval van een eventuele betalingsachterstand. Uit in het geding gebrachte aanmaningsbrieven bleek echter dat Basic-Fit de overeenkomsten in geval van betalingsachterstanden wel degelijk voortijdig beëindigde, althans suggereerde dat zij vanwege de ontstane achterstand geen toegang verleende tot de sportfaciliteiten, waarmee de overeenkomst (weliswaar niet juridisch, maar wel) feitelijk ophield te bestaan.
3.12.
Nadat de kantonrechter daar consequenties aan is gaan verbinden is Basic-Fit opgehouden met het in het geding brengen van de aanmaningsbrieven waaruit bleek dat zij in de praktijk anders handelde dan zij in haar dagvaardingen stelde. In plaats daarvan ging Basic-Fit in procedures over onbetaalde abonnementsgelden andere aanmaningsbrieven bij haar dagvaarding voegen, verzonden door haar gemachtigde. Uit andere bijlagen bij de dagvaarding, waarin inzichtelijk werd gemaakt hoe de achterstanden waren opgebouwd, kon echter worden afgeleid dat Basic-Fit al snel na het ontstaan van een betalingsachterstand zelf ook al aanmaningsbrieven had verstuurd, die in de betreffende bijlagen werden opgevoerd als “reminder cost”. De kantonrechter vermoedde dat de hiervoor beschreven praktijk, waarin overeenkomsten van consumenten met een betalingsachterstand in aanmaningsbrieven werden beëindigd, of waarin die suggestie werd gewekt, onverminderd werd voortgezet.
3.13.
Omdat de “reminder cost”-brieven niet meer in het geding werden gebracht kon de kantonrechter niet vaststellen dat haar vermoeden onjuist was en daarom is zij het er toen in aan haar voorgelegde procedures voor gaan houden dat Basic-Fit de betreffende overeenkomsten daadwerkelijk tussentijds had beëindigd. Als gevolg daarvan werd toen steeds het grootste deel van de vordering, het deel dat geacht werd te zijn gebaseerd op het onredelijk bezwarend geoordeelde en vernietigde beding in de algemene voorwaarden, afgewezen.
3.14.
Basic-Fit heeft daarop haar handelwijze wederom aangepast, in die zin dat zij in de bijlagen bij de dagvaarding de verwijzingen naar de eerder verstuurde aanmaningsbrieven (waarnaar eerder werd verwezen met de vermelding “reminder cost”) is gaan weglakken, waarmee zij, naar het lijkt bewust, relevante informatie voor de beoordeling van de vordering achterhield. De kantonrechter, constaterend dat Basic-Fit in strijd met artikel 21 Rv Pro niet alle van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid had aangevoerd, oordeelde daarop dat volledige afwijzing van de vordering een passende sanctie was.
3.15.
Basic-Fit is vervolgens onverminderd doorgegaan met het niet volledig informeren van de kantonrechter. Zij is doorgegaan met het in de bijlagen bij de dagvaarding weglakken van verwijzingen naar de betreffende brieven. Aanvankelijk kon de kantonrechter zonder al te veel speurwerk achterhalen dat die brieven wel degelijk waren verstuurd, en dat Basic-Fit in verband daarmee ook kosten in rekening had gebracht, die zij niet vorderde. De uit de bijlagen bij de dagvaarding blijkende geadministreerde schuld was namelijk steeds € 40,00 hoger dan de gevorderde hoofdsom, precies de omvang van het toepasselijke wettelijke tarief voor de vergoeding van gemaakte buitengerechtelijke incassokosten.
3.16.
Toen de kantonrechter die handelwijze onverminderd bleef afstraffen, heeft Basic-Fit ervoor gekozen om in haar producties nóg meer informatie weg te lakken. Zij heeft daarin nu óók de eerdere vermelding van de totale schuld verwijderd.
3.17.
Dat heeft Basic-Fit ook in deze procedure gedaan. Nergens in de producties is de totale schuld zichtbaar en in producties 7 en 8 bij de dagvaarding is duidelijk te zien dat twee regels zijn witgelakt. Overigens lijkt het er ook op dat Basic-Fit de overeenkomst zelf tussentijds heeft beëindigd. In productie 5 is te zien dat er op 11 februari 2025 een wijziging is doorgevoerd in de gegevens van [gedaagde] en in het overzicht van de openstaande posten zijn de bedragen met ingang van maart 2025 niet langer omschreven als lidmaatschapskosten maar als schuldboeking.
3.18.
Als gezegd moet Basic-Fit in iedere procedure voldoende feiten en omstandigheden stellen, en ter onderbouwing daarvan relevante bijlagen bij de dagvaarding voegen, om de kantonrechter in staat te stellen te beoordelen of de toepasselijke consumentenbeschermende bepalingen zijn nageleefd en of de vordering toewijsbaar is. Zo niet, dan moet de kantonrechter daar, eveneens ambtshalve, consequenties aan verbinden.
3.19.
De kantonrechter constateert (ook weer) in de nu ter beoordeling voorliggende procedure dat Basic-Fit in strijd met artikel 21 Rv Pro niet alle van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aanvoert en dat zij, al dan niet bewust, relevante informatie achterwege laat. Daar moet de kantonrechter consequenties aan verbinden. Zij acht, mede gelet op de beschreven voorgeschiedenis, afwijzing van de vordering de passende sanctie.
Geen toetsing van de informatieverplichtingen
3.20.
Omdat de vordering hoe dan ook wordt afgewezen komt de kantonrechter niet toe aan de in overweging 3.5 beschreven ambtshalve beoordeling van de naleving van de toepasselijke essentiële informatieplichten. De kantonrechter wijst erop dat daaruit niet kan worden geconcludeerd dat alle toepasselijke essentiële informatieplichten zouden zijn nageleefd.
Basic-Fit moet de proceskosten betalen
3.21.
Basic-Fit wordt, omdat zij ongelijk krijgt, veroordeeld in de proceskosten. [gedaagde] heeft geen gemachtigde ingeschakeld. Hij is wel zelf naar de rolzitting gekomen om te antwoorden op de dagvaarding. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden daarom begroot op € 50,00 verletkosten.

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1.
wijst de vordering af;
4.2.
veroordeelt Basic-Fit tot betaling van de proceskosten, tot de datum van dit vonnis aan de zijde van [gedaagde] begroot op € 50,00.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.L. Rijnbout en in het openbaar uitgesproken op 7 januari 2026.