Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1490

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
1 april 2026
Publicatiedatum
13 april 2026
Zaaknummer
C/16/595128 / HA ZA 25-307
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:17 BWArt. 7:17 lid 2 BWArt. 7:18a lid 2 BWArt. 150 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering ontbinding koop tweedehands auto wegens gebrek niet aangetoond

Eiseres kocht op 4 oktober 2022 een tweedehands Ford Transit uit 2018 van gedaagde, een autohandelaar, voor € 25.222,45. Kort na aankoop traden problemen op die eiseres toeschrijft aan een verkeerde brandstoftank. Zij ontbond de koopovereenkomst buitengerechtelijk op 5 augustus 2024 en vorderde terugbetaling van de koopprijs en een schadevergoeding.

De rechtbank oordeelt dat eiseres onvoldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld om aan te tonen dat de auto bij aflevering een gebrek had, namelijk een verkeerde brandstoftank. De verklaringen van Ford en een garage bevestigen juist dat de juiste brandstoftank is geleverd. Ook het ontluchtingspijpje als oorzaak van de problemen is niet overtuigend vastgesteld.

Omdat het gebrek niet is aangetoond, is er geen sprake van non-conformiteit en kan de vordering tot ontbinding en schadevergoeding niet slagen. De rechtbank wijst de vorderingen af en veroordeelt eiseres tot betaling van de proceskosten van gedaagde.

Uitkomst: Vordering tot ontbinding en terugbetaling afgewezen wegens onvoldoende bewijs van gebrek aan de auto.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: C/16/595128 / HA ZA 25-307
Vonnis van 1 april 2026
in de zaak van
[eiseres],
die is gevestigd in [vestigingsplaats 1] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in voorwaardelijke reconventie,
hierna te noemen: [eiseres] ,
advocaat: mr. M.P. Harten,
tegen
[gedaagde] B.V.,
die is gevestigd in [vestigingsplaats 2] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in voorwaardelijke reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. A.A. Alciyan.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met 19 producties,
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in voorwaardelijke reconventie met 17 producties,
- de conclusie van antwoord in voorwaardelijke reconventie,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- de mondelinge behandeling van 14 januari 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt,
- de akte overlegging producties (20 t/m 22) van [eiseres] .
1.2.
Op verzoek van partijen is de zaak na de mondelinge behandeling aangehouden tot 4 februari 2026 om in onderling overleg tot een oplossing te komen. Dat is niet gelukt. Hierna is vonnis bepaald.

2.De kern van de zaak

2.1.
[eiseres] (een groothandel in dranken) heeft op 4 oktober 2022 een Ford Transit uit 2018 gekocht van [gedaagde] (een autohandelaar) voor € 25.222,45. Kort na de aankoop kreeg de auto problemen. Volgens [eiseres] is de oorzaak van de problemen dat de auto een verkeerde brandstoftank heeft. Op 5 augustus 2024 heeft zij de koopovereenkomst ontbonden en aanspraak gemaakt op terugbetaling van de koopprijs en schadevergoeding. Zij vordert een verklaring voor recht dat de koopovereenkomst buitengerechtelijk is ontbonden en vordert het aankoopbedrag terug en een schadevergoeding van € 5.018,58. Voor het slagen van haar vordering is in elk geval nodig dat vast komt te staan dat de auto op het moment van de aflevering een gebrek had. Dat dit het geval is, heeft [eiseres] niet aangetoond. Voor bewijslevering op dit punt is geen plaats. Haar vordering wordt afgewezen. Aan de voorwaardelijke vordering in reconventie komt de rechtbank niet toe.

3.De beoordeling

in conventie
de vereisten voor het slagen van de vordering van [eiseres]
3.1.
Een afgeleverde zaak moet aan de overeenkomst beantwoorden. [1] Als een gekochte zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt, wordt dat non-conformiteit genoemd. Een koper mag in het algemeen verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn. [2] Wat dat is hangt af van de aard van de zaak en de mededelingen die verkoper heeft gedaan. Als een (tweedehands) auto wordt gekocht waarvan de verkoper weet dat deze wordt gekocht om daarmee aan het verkeer deel te nemen, beantwoordt de auto in principe niet aan de overeenkomst als door een gebrek aan de auto (dat niet op eenvoudige wijze kan worden ontdekt en hersteld) het gebruik van de auto gevaar voor de verkeersveiligheid zou opleveren. [3] Volgens [eiseres] is sprake van een non-conforme auto omdat de auto met een verkeerde brandstoftank is afgeleverd.
3.2.
Volgens de hoofdregel [4] van het bewijsrecht moet [eiseres] voldoende feiten en omstandigheden stellen – en zo nodig bewijzen – waaruit blijkt dat [gedaagde] een non-conforme auto heeft afgeleverd. [eiseres] kan zich niet beroepen op het bewijsvermoeden voor de consument [5] omdat zij de auto als ondernemer heeft gekocht (en niet als consument).
3.3.
Voor het slagen van de vordering van [eiseres] (ontbinding, terugbetaling koopprijs en schadevergoeding):
  • moet sprake zijn van een tekortkoming van [gedaagde] (door een non-conforme auto af te leveren),
  • moet die tekortkoming deze ontbinding met haar gevolgen rechtvaardigen,
  • moet, voor zover nakoming niet (blijvend of tijdelijk) onmogelijk is, [gedaagde] in verzuim zijn.
[eiseres] heeft niet aangetoond dat de auto met een brandstoftank met een onjuist artikelnummer is afgeleverd
3.4.
[eiseres] heeft de auto als bakwagen (met een losse cabine en een losse bak) van [gedaagde] gekocht. [eiseres] heeft toegelicht dat de auto oorspronkelijk een dichte wagen was, dat [onderneming 1] GmbH deze heeft omgebouwd tot een bakwagen en de brandstoftank toen niet heeft aangepast.
3.5.
Niet in geschil is dat de auto aan [eiseres] is geleverd met de originele brandstoftank. Volgens [eiseres] is dat een tank met nummer GK31 9K007 G en blijkt dat uit een verklaring van de garage die de reparaties heeft verricht ( [onderneming 2] ) en een verklaring van Ford. Volgens [eiseres] had er een andere brandstoftank in moeten zitten, namelijk een tank met nummer GK31 9002 CD . Zij wijst erop dat Ford dit nummer voorschrijft. Het probleem dat de tank verkeerde specificaties heeft, heeft zij in de brief van 5 augustus 2024 aan de ontbinding ten grondslag gelegd.
3.6.
Volgens [gedaagde] zit de juiste brandstoftank in de auto, namelijk de tank waarvan [eiseres] stelt dat die erin moet zitten met nummer GK31 9002 CD . Dat blijkt volgens haar uit een verklaring van Ford en een verklaring van [onderneming 2] .
3.7.
In de verklaring van Ford waar [gedaagde] naar verwijst, schrijft Ford dat de auto werd geleverd met onderdeel GK 31 9K007 GF en dat dit onderdeel bestaat uit (onder meer) de brandstoftank met nummer GK31 9002 CD . In de verklaring van [onderneming 2] waar [gedaagde] naar verwijst, schrijft [onderneming 2] dat zij bevestigd heeft gekregen dat de geschikte brandstoftank artikelnummer GK31 9002 CD heeft. [onderneming 2] noemt in een eerdere verklaring een ander nummer ( BK21 9K007 BJ ) maar daar is geen van partijen op ingegaan.
3.8.
De rechtbank gaat ervan uit dat de auto met de juiste brandstoftank met nummer GK31 9002 CD aan [eiseres] is geleverd. Tegenover de gemotiveerde betwisting van [gedaagde] , heeft [eiseres] namelijk onvoldoende gemotiveerd feiten en omstandigheden gesteld die haar stelling kunnen staven dat de auto met een verkeerd artikelnummer is geleverd. Voor bewijslevering op dit punt is daarom geen plaats.
dat het ontluchtingspijpje de oorzaak is van de problemen staat nog niet vast
3.9.
In de dagvaarding en bij de mondelinge behandeling heeft [eiseres] aangevoerd dat de brandstoftank niet het juiste type is voor de bakwagen omdat het ontluchtingspijpje naar boven wijst in plaats van naar beneden. Dat is volgens haar de oorzaak van de problemen. Daardoor kon er regenwater in de tank komen en kwamen er problemen met de motor en verschenen er foutmeldingen op het dashboard. Dat blijkt volgens haar uit de correspondentie met [onderneming 2] en Ford.
3.10.
Dat het ontluchtingspijpje de oorzaak van de problemen is, staat nog niet vast. Het blijkt niet uit de correspondentie met Ford. Ford schrijft enkel dat als zij op chassis zoekt GK3Z9002H het juiste onderdeel is. Ford heeft daarbij een print screen gevoegd waarop nummer GK31-9002-CD te zien is. [onderneming 2] schrijft wel dat het zeer aannemelijk is dat er water via het ontluchtingsventiel in de brandstoftank is gekomen. Het expertisebureau [onderneming 3] dat in opdracht van [eiseres] onderzoek heeft gedaan, noemt een andere oorzaak (het tanken van vervuilde diesel brandstof bij een tankstation waarvan de ondergrondse tanks poreus zijn).
3.11.
Aan bewijslevering op het punt van het ontluchtingspijpje komt de rechtbank niet toe want ook als zou vast komen te staan dat dit de oorzaak van de problemen is, is de vordering niet toewijsbaar. Tegenover het verweer van [gedaagde] dat de tekortkoming de ontbinding niet rechtvaardigt (omdat vervanging van de tank maar € 1.363,92 kost), heeft [eiseres] namelijk geen feiten en omstandigheden gesteld die tot een ander oordeel kunnen leiden.
3.12.
[eiseres] heeft bij de mondelinge behandeling toegelicht dat de auto al twee jaar stil staat langs de kant van de weg bij [onderneming 2] en inmiddels twee keer apk is gekeurd. Zij wil de auto niet meer gebruiken omdat zij het niet vertrouwt. Zij heeft toegelicht dat zij vaak stil is komen te staan en dat het eng is als de auto op de snelweg vermogen verliest. De rechtbank begrijpt deze opmerkingen, maar kan niet zien welk rechtsgevolg [eiseres] hieraan geeft. De rechtbank laat dit verder dan ook onbesproken.
de vorderingen van [eiseres] worden afgewezen
3.13.
De rechtbank oordeelt dus dat [eiseres] niet heeft aangetoond dat [gedaagde] een non-conforme auto heeft afgeleverd en dat voor bewijslevering geen plaats is. Dit betekent dat haar vorderingen moeten worden afgewezen. De vraag of [gedaagde] in verzuim was, kan onbesproken blijven.
aan de vorderingen in voorwaardelijke reconventie komt de rechtbank niet toe
3.14.
Omdat de vorderingen in conventie worden afgewezen, komt de rechtbank aan de voorwaardelijke vordering in reconventie niet toe.
[eiseres] moet de proceskosten van [gedaagde] betalen
3.15.
[eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- griffierecht
2.995,00
- salaris advocaat
1.672,00
(2 punt × € 836,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
4.856,00

4.De beslissing

De rechtbank
in conventie
4.1.
wijst de vorderingen van [eiseres] af,
4.2.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 4.856,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.A. Schuman en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2026.
pvt 4189

Voetnoten

1.Artikel 7:17 lid Pro van het Burgerlijk Wetboek (BW)
2.Artikel 7:17 lid 2 BW Pro
3.HR 15 april 1994,
4.Artikel 150 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
5.Artikel 7:18a lid 2 BW (In dat artikel wordt de non-conformiteit vermoed als zich binnen één jaar na aflevering een afwijking openbaart van wat is overeengekomen, tenzij de aard van de zaak of de aard van de afwijking zich daartegen verzet.)