Eiser heeft op 4 november 2024 een aanvraag ingediend bij de Commissie Werkelijke Schade voor aanvullende compensatie van werkelijke schade. Verweerder, de Dienst Toeslagen, heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van 52 weken een besluit genomen, waardoor eiser op 20 februari 2026 beroep instelde tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en verklaart het beroep gegrond. Verweerder wordt opgedragen alsnog binnen twee weken na verzending van deze uitspraak een besluit te nemen, met een uiterste datum van 29 december 2026. Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €50 per dag bij overschrijding, met een maximum van €15.000.
Omdat reeds 42 dagen zijn verstreken sinds de ingebrekestelling, stelt de rechtbank de dwangsom vast op het maximale bedrag van €1.442. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser (€467) en het betaalde griffierecht (€54). De uitspraak is gedaan door rechter P.J. Blok op 30 maart 2026.