ECLI:NL:RBMNE:2026:145

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
22 januari 2026
Publicatiedatum
23 januari 2026
Zaaknummer
16/347020-24
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag met zwaar lichamelijk letsel als gevolg

Op 22 januari 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die op 23 december 2023 in Linschoten een verkeersongeval heeft veroorzaakt. De verdachte, die een stopteken van een verkeersregelaar negeerde, gaf per ongeluk gas in plaats van te remmen, wat leidde tot een botsing met twee hardlopers. Een van de slachtoffers, aangeduid als [slachtoffer 1], liep zwaar lichamelijk letsel op, waaronder een gebroken schouder en scheuren in drie ruggenwervels. De rechtbank oordeelde dat de verdachte zich aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend heeft gedragen, wat resulteerde in een veroordeling op basis van artikel 6 van de Wegenverkeerswet. De rechtbank legde een taakstraf van 80 uur op en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor zes maanden, met een proeftijd van één jaar. De rechtbank hield rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de impact van het ongeval op zowel de verdachte als het slachtoffer.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/347020-24
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 22 januari 2026 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [1958] in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres] , [woonplaats] ,
(hierna: de verdachte).

1.Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 8 januari 2026.
Op de zitting waren aanwezig:
  • de verdachte;
  • de officier van justitie: mr. F.B. Koolhof;
  • de advocaat van de verdachte: mr. M. Aygün (hierna: de advocaat);
  • de slachtoffers: [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] .

2.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat zij, samengevat:
primair:zich op 23 december 2023 in Linschoten zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend heeft gedragen, door als bestuurder van een auto een verkeersongeval te veroorzaken door, terwijl er tijdelijke verkeersmaatregelen golden in verband met een hardloopwedstrijd, in strijd met deze maatregelen haar gaspedaal in te (blijven) drukken en de Noord-Linschoterdijk op te rijden, met een hogere snelheid te rijden dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, en niet voortdurend de controle over haar auto te houden, waardoor zij in botsing is gekomen met twee personen en waardoor [slachtoffer 1] (zwaar) lichamelijk letsel heeft opgelopen;
subsidiair: op 23 december 2023 in Linschoten op de hiervoor beschreven manier gevaar en/of hinder op de weg heeft veroorzaakt.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.

3.Bewijs

3.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte het primaire feit van de beschuldiging heeft gepleegd.
Voor de mate van schuld van de verdachte aan het verkeersongeval gaat de officier van justitie uit van aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag. Daarnaast vindt zij dat het letsel van het slachtoffer moet worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel.
De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeing – besproken in paragraaf 3.3.
3.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte vrij te spreken van het primaire feit van de beschuldiging en voert daartoe verschillende verweren. De verweren worden - voor zover van belang voor de beoordeling - hierna besproken onder paragraaf 3.3.
De advocaat voert geen verweer over het bewijs voor het subsidiaire feit van de beschuldiging.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
3.3.1.
Bewijsmiddelen primaire feit
De rechtbank oordeelt dat het primaire feit van de beschuldiging (schuld aan het veroorzaken van een verkeersongeval in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet (hierna: WVW)) is bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan.
De rechtbank zal hieronder uitleggen waarom zij tot dat oordeel komt en ingaan op de verweren van de verdediging, voor zover die niet al worden weerlegd door de bewijsmiddelen.
3.3.2.
Bewijsoverwegingen
Vastgestelde feiten en omstandigheden
De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen en wat op zitting is besproken het volgende vast.
Op 23 december 2023 heeft er in Linschoten op de Noord-Linschoterdijk een verkeersongeval plaatsgevonden tussen een door de verdachte bestuurde auto en twee hardlopers. Door deze botsing heeft het slachtoffer [slachtoffer 1] letsel opgelopen.
De verdachte wilde met haar auto het parkeerterrein aan de Noord-Linschoterdijk verlaten en reed daarom naar de uitrit van dat parkeerterrein. In verband met een hardloopevenement, waarvan een deel van het hardloopparcours over de Noord-Linschoterdijk liep, golden ter plaatse tijdelijke verkeersmaatregelen en werd het verkeer geregeld door verkeersregelaars.
Aan de verdachte werd door een verkeersregelaar een stopteken gegeven, waaraan zij in eerste instantie gehoor gaf door haar auto tot stilstand te brengen. Vlak daarna gaf de verdachte echter plotseling (en blijvend) gas, reed zij met hoge snelheid de Noord-Linschoterdijk op en hield zij haar auto niet onder controle, waardoor zij in botsing kwam met twee hardlopers.
Na een afstand van ongeveer 93 meter kwam de verdachte met haar auto tot stilstand op de M.A. Reinaldaweg.
Juridisch kader
De verdachte wordt er primair van beschuldigd dat zij artikel 6 WVW heeft overtreden, doordat zij schuld heeft gehad aan een verkeersongeval, waardoor anderen ernstig lichamelijk letsel hebben opgelopen. Om deze schuld bewezen te kunnen verklaren, is het nodig dat kan worden vastgesteld dat dit verkeersongeval heeft plaatsgevonden doordat de verdachte zich als verkeersdeelnemer op zijn minst aanmerkelijk onvoorzichtig of aanmerkelijk onoplettend heeft gedragen. Hiervan is sprake, wanneer de verkeershandelingen van de verdachte die tot het ongeval hebben geleid, tekortschoten ten opzichte van de handelingen die van een gemiddelde verkeersdeelnemer in een vergelijkbare verkeerssituatie mogen worden verwacht
Beoordeling
Bij de beoordeling van de (mate van) schuld die de verdachte aan het verkeersongeval heeft gehad, gaat de rechtbank uit van de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden.
De rechtbank stelt voorop dat ter plaatse sprake was van een hardloopevenement, waarbij het hardloopparcours deels over de weg liep en waardoor het verkeer ter plaatse werd geregeld door verkeersregelaars. Deze verkeerssituatie op zichzelf vereist al bijzondere oplettendheid van een verkeersdeelnemer.
De verdachte heeft echter, terwijl zij een stopteken kreeg van een verkeersregelaar, plotseling gas gegeven en is met hoge snelheid de Noord-Linschoterdijk op gereden. De verdachte heeft zowel bij de politie als op de zitting verklaard dat het niet haar bedoeling was om gas te geven. Bij de politie heeft de verdachte verklaard dat haar auto ineens (hard) uit zichzelf ging rijden en op de zitting heeft zij verklaard dat zij denkt dat er geen andere mogelijkheid is dan dat zij het verkeerde pedaal heeft ingetrapt (het gaspedaal in plaats van de rem). De rechtbank gaat uit van dit laatste scenario. Daartoe is onder meer van belang dat na het ongeval technisch onderzoek is verricht aan de auto waarin de verdachte reed. Uit de rij- en remproeven is gebleken dat de auto zonder problemen gas kon geven en kon remmen en er werden geen storingen vastgesteld die relevantie zouden kunnen hebben voor het ontstaan van het verkeersongeval.
De advocaat heeft betoogd dat de enkele vergissing bij het bedienen van de pedalen onvoldoende is om van schuld in de zin van artikel 6 WVW te spreken. De rechtbank ziet dat anders en legt hierna uit waarom.
Een kortdurende vergissing en verwisseling van de pedalen is weliswaar onvoorzichtig, maar nog niet zodanig dat sprake is van aanmerkelijke onvoorzichtigheid (en dus strafrechtelijk verwijtbaar handelen). Tegelijkertijd mag van de gemiddelde bestuurder, en dus ook van de verdachte, op dat moment worden verwacht dat een dergelijke vergissing direct wordt hersteld. Dit geldt des te meer, nu de verdachte heeft verklaard dat zij al twee jaar lang regelmatig in deze auto reed. Uit de vastgestelde feiten en omstandigheden volgt dat de verdachte niet slechts een enkele (fractie van een) seconde gas heeft gegeven, maar dat zij het gaspedaal langere tijd ingedrukt heeft gehouden. De verdachte heeft haar vergissing dus niet (tijdig) gecorrigeerd, terwijl er gedurende de rit meerdere momenten zijn geweest om dit te doen.
Uit deze omstandigheden blijkt niet alleen dat de verdachte (per ongeluk) gas heeft gegeven, maar ook dat zij gas is blijven geven, haar auto niet voortdurend onder controle heeft gehad, met een hogere snelheid reed dan ter plaatse – gelet op het hardloopevenement – voor een veilig verkeer geboden was en haar snelheid niet zodanig heeft geregeld dat zij haar auto tijdig tot stilstand kon brengen. Van een enkele verkeersfout of een kort moment van onoplettendheid is dan ook geen sprake.
Deze feiten en omstandigheden samen bezien, maken dat de rechtbank van oordeel is dat de verdachte met het (hiervoor beschreven) verkeersgedrag tekortgeschoten is ten opzichte van het verkeersgedrag dat van een gemiddelde verkeersdeelnemer in deze situatie mag worden verwacht. De verdachte had anders kunnen en moeten handelen dan zij heeft gedaan. De rechtbank kwalificeert dit verkeersgedrag van de verdachte – net als de officier van justitie – als aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend en daarmee is sprake van schuld in de zin van artikel 6 WVW.
Naar het oordeel van de rechtbank is geen sprake van zeer onvoorzichtig rijgedrag (ernstige schuld). Om vast te kunnen stellen dat daarvan sprake is, is namelijk meer nodig dan wat er in deze zaak bewezen kan worden. Naast de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden, is niet van andere verwijtbare verkeersgedragingen gebleken. De rechtbank zal de verdachte daarom gedeeltelijk vrijspreken van de zwaardere ten laste gelegde schuldgradatie van zeer onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag.
Zwaar lichamelijk letsel
Bij de beoordeling of juridisch gezien sprake is van zwaar lichamelijk letsel zijn de ernst, de noodzaak en aard van (eventueel) medisch ingrijpen en het uitzicht op (volledig) herstel gezichtspunten die van belang zijn. Ook kan lichamelijk letsel als zwaar worden beschouwd als dat volgens algemeen spraakgebruik zo kan worden genoemd.
Uit de medische informatie blijkt dat het slachtoffer bij het ongeval een gebroken schouder en een hersenschudding heeft opgelopen en dat de genezingsduur op de datum van het ongeval onbekend was. Op 25 januari 2024 verklaarde het slachtoffer dat zij ook scheuren in drie ruggenwervels had, dat zij nog steeds klachten heeft als gevolg van al haar letsel en dat zij een revalidatietraject in zal gaan dat nog maanden in beslag zal nemen. Uit de schriftelijke slachtofferverklaring van het slachtoffer blijkt dat zij ruim twee jaar na het ongeval, nog steeds niet volledig is hersteld. Het letsel van het slachtoffer kan vanwege de aard van het letsel en het feit dat er nog geen uitzicht is op (volledig) herstel worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel.
Conclusie
Uit het voorgaande blijkt dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen vindt dat de verdachte artikel 6 WVW heeft overtreden, dat zij aanmerkelijke schuld heeft aan het ontstaan van het verkeersongeval en dat het slachtoffer door haar verkeersovertreding zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen.
3.4.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
primair:
op 23 december 2023 te Linschoten, gemeente Montfoort als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede rijdende over de wegen, de Noord-Linschoterdijk, zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,- terwijl er tijdelijke verkeersmaatregelen van kracht waren in verband met een hardloopwedstrijd,- het gaspedaal te bedienen en gas te blijven geven en (vervolgens)- in strijd met voornoemde maatregelen de Noord-Linschoterdijk op te rijden en(vervolgens)- met een (aanzienlijk) hogere snelheid te rijden dan die voor een veilig verkeer terplaatse geboden was en (vervolgens)- niet voortdurend de controle over haar motorrijtuig te houden en niet haar snelheid zodanig te reguleren dat zij in staat was om haar personenauto tijdig tot stilstand te brengen en (vervolgens)- in botsing te komen met twee personen,waardoor een ander (genaamd [slachtoffer 1] ) zwaar lichamelijk letsel, te weteneen gebroken schouder, scheuren in drie ruggenwervels en een zware hersenschudding , werd toegebracht.
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.

4.Kwalificatie en strafbaarheid

4.1.
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
Primair:overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.
4.2.
Strafbaarheid feit en verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

5.Straf

5.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot:
- een taakstraf van 120 uur, te vervangen door 60 dagen hechtenis als de verdachte deze taakstraf niet of niet goed uitvoert,
- een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen (rijontzegging) van zes maanden, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van één jaar.
5.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt primair om geen straf of maatregel op te leggen en te volstaan met toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). Subsidiair verzoekt de advocaat om een geheel voorwaardelijke geldboete of taakstraf op te leggen.
De advocaat van de verdachte voert daartoe aan dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten. De verdachte is erg geschrokken van het ongeval en het ongeval had en heeft een flinke impact op haar. Daarnaast heeft de verdachte ook spijt van wat er is gebeurd en heeft zij meerdere malen geprobeerd om in contact te komen met het slachtoffer. Tot slot merkt de advocaat op dat sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn.
5.3.
Oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van het gepleegde feit en de omstandigheden waaronder de verdachte dit feit heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en haar persoonlijke omstandigheden mee.
Ernst van het feit en de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd
De verdachte heeft zich als bestuurder van een auto schuldig gemaakt aan het veroorzaken van een verkeersongeval door aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend te rijden. De verdachte heeft – terwijl zij een stopteken van een verkeersregelaar had gekregen in verband met een hardloopevenement – per ongeluk gas gegeven in plaats van te remmen. De verdachte heeft deze fout echter niet direct hersteld, maar is gas blijven geven. Daarbij reed zij met een hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en had zij haar auto niet voortdurend onder controle, waardoor zij in botsing kwam met twee hardlopers die deelnamen aan het hardloopevenement. Een van de slachtoffers heeft hierdoor zwaar lichamelijk letsel opgelopen.
Op de zitting heeft het slachtoffer [slachtoffer 1] een slachtofferverklaring voorgelezen. Daaruit blijkt dat het ongeluk veel impact op haar leven heeft gehad en nog steeds heeft. In haar verklaring heeft zij treffend onder woorden weten te brengen dat het ongeluk niet alleen impact heeft (gehad) op haar, maar ook op dat van haar naasten.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
De rechtbank heeft gekeken naar het strafblad van verdachte van 4 december 2025. Daarin staat dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit. Ook na dit verkeersongeval (tot aan de datum van de zitting een periode van meer dan 2 jaar) is de verdachte niet meer met politie en justitie in aanraking gekomen. De rechtbank weegt het strafblad daarom niet in strafverzwarende zin mee.
Strafkader
Gelet op de ernst van het feit kan volgens de rechtbank niet worden volstaan met toepassing van artikel 9a Sr, zoals door de advocaat is verzocht. Om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen, werken strafrechters met landelijke oriëntatiepunten. Deze zijn gebaseerd op opgelegde straffen in andere, vergelijkbare zaken. Voor het veroorzaken van een verkeersongeval waarbij sprake is van een aanmerkelijke mate van schuld en waarbij het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen, wordt een taakstraf van 120 uur en een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van 6 maanden als uitgangspunt genomen.
De rechtbank neemt het oriëntatiepunt als uitgangspunt. De rechtbank ziet echter wel aanleiding om in het voordeel van de verdachte af te wijken van het oriëntatiepunt.
De rechtbank vindt het allereerst van belang dat het ongeval ook impact op de verdachte heeft gehad. Zo heeft zij psychische en emotionele klachten in de vorm van schuldgevoelens, angst, herbelevingen en nachtmerries en heeft zij daar hulp voor gezocht bij haar huisarts en psycholoog. Ook is gebleken dat de verdachte na het ongeval geprobeerd heeft om in contact te komen met de slachtoffers.
Op de zitting heeft de verdachte zich berouwvol getoond en heeft zij spijt betuigd, wat op de rechtbank oprecht is overgekomen en wat bovendien de slachtoffers heeft bereikt die ook op de zitting aanwezig waren. De oprechte spijbetuiging vormde de opening van een gesprek tussen de verdachte en de slachtoffers, hetgeen wellicht kan bijdragen aan afsluiting en verwerking van de gebeurtenissen voor alle betrokkenen.
De rechtbank stelt tot slot vast dat ten tijde van de uitspraak sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn. Dit betekent dat het te lang heeft geduurd voordat de strafzaak is behandeld. Als uitgangspunt geldt namelijk dat binnen twee jaar na aanvang van de redelijke termijn vonnis moet worden gewezen. In deze zaak gaat de rechtbank uit van het moment waarop de verdachte is aangehouden als het moment dat de redelijke termijn is aangevangen, namelijk 23 december 2023. Tussen die datum en de datum van het vonnis ligt een periode van iets meer dan drie weken die de redelijke termijn overschrijdt. Dit is weliswaar een beperkte overschrijding van de redelijke termijn, maar het tijdsverloop sinds het ongeval is wel groot en dat is niet aan de verdachte te wijten. Dat betekent dat de rechtbank het tijdsverloop en de beperkte overschrijding van de redelijke termijn wel in strafmatigende zin meeweegt.
Gelet op dit alles legt de rechtbank aan de verdachte een taakstraf van 80 uur op.
Daarnaast zal de rechtbank aan de verdachte geen onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid opleggen maar een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid opleggen voor de duur van zes maanden, met een proeftijd van één jaar. Deze bijkomende straf wordt opgelegd met het doel om de verdachte (blijvend) te motiveren om voorzichtig en oplettend te zijn in het verkeer.
De rechtbank wijkt af van de eis van de officier van justitie, omdat zij meer rekening houdt met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

6.Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straf en maatregel is gebaseerd op de volgende wetsartikelen:
  • artikelen 9, 14a, 14b en 14c van het Wetboek van Strafrecht;
  • artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

7.De beslissing

De rechtbank:
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat de verdachte het primaire feit heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;
strafbaarheid verdachte
- verklaart de verdachte strafbaar voor het primair bewezenverklaarde;
straf
- veroordeelt verdachte tot een
taakstrafvan
80 uur;
- beveelt dat voor het geval de verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 40 dagen hechtenis;
  • ontzegtverdachte ter zake van het onder feit 1 primair bewezen verklaarde
    de bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
    6 maanden;
  • bepaalt dat de ontzegging niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
  • als algemene voorwaarde geldt dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
  • stelt daarbij een proeftijd van één (1) jaar vast.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.C. Michon, voorzitter, mr. N.P.J. Janssens en mr. T.C.P. Christoph, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G.S.M. van Duinkerken als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2026.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
zij op of omstreeks 23 december 2023 te Linschoten, gemeente Montfoort als
verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede
rijdende over de weg(en), de Noord-Linschoterdijk en/of de M.A. Reinaldaweg, zich
zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft
plaatsgevonden door zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,
- terwijl er tijdelijke verkeersmaatregelen van kracht waren in verband met een
hardloopwedstrijd,
- het gaspedaal te bedienen en/of gas te blijven geven en/of (vervolgens)
- in strijd met voornoemde maatregelen de Noord-Linschoterdijk op te rijden en/of
(vervolgens)
- met een (aanzienlijk) hogere snelheid te rijden dan die voor een veilig verkeer ter
plaatse geboden was en/of (vervolgens)
- niet voortdurend de controle over haar motorrijtuig te houden en/of niet haar
snelheid zodanig te reguleren dat zij in staat was om haar personenauto tijdig tot
stilstand te brengen en/of (vervolgens)
- in botsing te komen met twee personen,
waardoor een ander (genaamd [slachtoffer 1] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten
een gebroken schouder, scheuren in drie ruggenwervels en een zware
hersenschudding, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit
tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is
ontstaan;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
zij op of omstreeks 23 december 2023 te Linschoten, gemeente Montfoort als
bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg(en), de
Noord Linschoterdijk en/of de M.A. Reinaldaweg,
- terwijl er tijdelijke verkeersmaatregelen van kracht waren in verband met een
hardloopwedstrijd,
- het gaspedaal te bedienen en/of gas te blijven geven en/of (vervolgens)
- in strijd met voornoemde maatregelen de Noord-Linschoterdijk op is gereden
en/of (vervolgens)
- met een (aanzienlijk) hogere snelheid heeft gereden dan die voor een veilig verkeer
ter plaatse geboden was en/of (vervolgens)
- niet voortdurend de controle over het motorrijtuig heeft gehouden en/of niet haar
snelheid zodanig heeft gereguleerd dat zij in staat was om haar personenauto tijdig
tot stilstand te brengen, waardoor zij in botsing is gekomen met twee personen,
door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,
althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,
althans kon worden gehinderd;
Bijlage II: Bewijsmiddelen [1]
Verklaring van de verdachte op de zitting van 8 januari 2026, voor zover inhoudende:
Op 23 december 2023 reed ik in Linschoten met mijn auto richting de uitrit van een parkeerterrein. Er waren hardlopers daar in verband met een wedstrijd en de verkeersregelaar zei dat ik moest wachten. Mijn auto reed ineens heel hard weg.
Ik reed al twee jaar regelmatig in deze auto. Ik denk dat er geen andere mogelijkheid is dan dat ik het verkeerde pedaal heb ingetrapt.
Een proces-verbaal van aanrijding overtreding, voor zover inhoudende:
Locatie ongeval
Datum: 23 december 2023.
Adres: Noord Linschoterdijk, gemeente Montfoort
Tijdelijke omstandigheden: anders, namelijk geregeld door verkeersregelaars.
Betrokken partijen:
1. voertuig, bestuurder [verdachte]
2. voetganger [slachtoffer 2] .
3. voetganger [slachtoffer 1] . [2]
Verdachte: [verdachte] .
Bij het ongeval heeft [slachtoffer 1] letsel opgelopen. [3]
Een proces-verbaal van forensisch onderzoek verkeer, voor zover inhoudende:
Ik zag dat het profiel van de banden van de personenauto overeenkwamen met het profiel dat te zien was bij het bandenspoor. Deze bandensporen bevestigen de verklaringen dat de bestuurder van de personenauto "ineens wegschoot". [4]
Op basis van het onderzoek op de plaats van het verkeersongeval kon door mij het volgende gerelateerd worden:
Op 23 december 2023 had er een aanrijding plaatsgevonden op de Noord-Linschoterdijk te Linschoten, hierbij waren twee hardlopers en een personenauto betrokken.
De personenauto kwam vanaf de parkeerplaats gelegen aan de Noord-Linschoterdijk en bereed de rijbaan van de Noord-Linschoterdijk in de richting van de M.A. Reinaldaweg. Op de Noord-Linschoterdijk was op dat moment een hardloopwedstrijd bezig. Deze liep tegengesteld aan de rijrichting van de personenauto. Bij het verlaten van het parkeerterrein kreeg de bestuurder van de personenauto een stopteken van een verkeersregelaar, gaf hier in eerste instantie gehoor aan maar versnelde daarna weer. Aan de vanuit de personenauto gezien, linkerzijde van de rijbaan van de Noord-Linschoterdijk, reed de personenauto twee hardlopers aan en kwam tot stilstand op de M.A. Reinaldaweg. Tijdens het forensisch voertuigonderzoek zijn er geen aanwijzingen gevonden dat het voertuig uit zichtzelf is gaan rijden, verbalisant acht het waarschijnlijker dat er een verkeerd pedaal was bediend dan dat de personenauto uit zichzelf is gaan rijden. [5]
Een proces-verbaal forensisch voertuigonderzoek, voor zover inhoudende:
Dit voertuig was op zaterdag 23 december 2023 betrokken bij een verkeersongeval op de Noord-Linschoterdijk. [6]
Tijdens deze rijproef heb ik meerdere malen opgetrokken vanuit stilstand, diverse remmingen uitgevoerd en tussentijds de MG in- en uitgeschakeld. Tijdens deze rijproef voelde ik dat de MG goed stuurde, remde en goed reageerde op de bediening van het gaspedaal (energiepedaal).
Ten tijde van het verkeersongeval waren er geen storingen aanwezig die relevantie zouden kunnen hebben op het ontstaan van het verkeersongeval. Eveneens bleek dat er ten tijde van het verkeersongeval geen storingen waren ontstaan.
Op basis van de rijproef met de MG werden geen gebreken vastgesteld aan de MG. [7]
Een proces-verbaal van de verklaring van getuige [getuige] , voor zover inhoudende:
Op 23 december 2023 was ik ingezet als verkeersregelaar in Linschoten.
Een rood voertuig trok mijn aandacht. Ik zag dat dit voertuig op de parkeerplaats herhaaldelijk aan het optrekken was en vrijwel direct remde. Ik sprak de vrouw aan en deelde haar mede dat zij pas mocht rijden als de laatste loper voorbij was. Toen ik bijna mijn positie was hoorde ik achter mijn rug een geluid wat leek op een voertuig dat plankgas optrok. Ik hoorde vervolgens een harde klap. Ik zag dat er twee mensen op de grond lagen. [8]
Een geschrift, te weten een letselverklaring van 11 april 2024, voor zover inhoudende:
Medische informatie betreffende: [slachtoffer 1]
Is er sprake van niet uitwendig waarneembaar letsel? Ja.
Overige informatie:
- hersenschudding;
- tub. majus # li (
de rechtbank begrijpt: gebroken schouder)
Geschatte duur van de genezing: onbekend. [9]
Een proces-verbaal van de verklaring van slachtoffer [slachtoffer 1] op 25 januari 2024, voor zover inhoudende:
Op 23 december 2023 ben ik aangereden op de Noord-Linschoterdijk. [10]
Na de aanrijding ben ik 9 dagen op de neurologie afdeling opgenomen met onder andere een zware hersenschudding. Momenteel kamp ik nog steeds met geheugenverlies, overprikkeling en gebrekkige focus en concentratie als gevolg van de hersenschudding.
Daarnaast liep ik ook lichamelijke schade op, waaronder scheuren in drie ruggenwervels.
Inmiddels sta ik op de wachtlijst voor een revalidatietraject op de neurologie afdeling
Het revalidatietraject zal nog maanden in beslag nemen. [11]
Een schriftelijk bescheid, te weten de schriftelijke slachtofferverklaring van slachtoffer [slachtoffer 1] van 8 januari 2026:
De maanden daarna stonden volledig in het teken van revalidatie. Ik volgde ongeveer negen maanden revalidatie in een kliniek in Den Haag, drie keer per week. Ik werd behandeld voor niet-aangeboren hersenletsel, mijn schouder en rug, en voor de psychische gevolgen van het ongeval. Na behandelmiddagen kon ik vaak de rest van de dag niets meer.
Het hersenletsel had ingrijpende gevolgen voor mijn dagelijks leven: extreme vermoeidheid, overprikkeling, concentratie- en geheugenproblemen.
Pas later bleek dat mijn oogspieren door de klap op mijn hoofd uit het lood waren geraakt, waarvoor ik maandenlang een intensieve behandeling volgde bij een
functioneel optometrist. Ook lichamelijk bleef ik beperkt: twee jaar lang had ik vrijwel
dagelijks rugpijn en mijn schouder geeft nog steeds pijn en bewegingsbeperkingen,
bijvoorbeeld bij tillen, liggen of sporten.

Voetnoten

2.Pagina 6.
3.Pagina 8-9.
4.Pagina 34.
5.Pagina 35.
6.Pagina 44.
7.Pagina 47.
8.Pagina 103.
9.Pagina 139.
10.Pagina 140.
11.Pagina 141.