Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
- C/16/605290 / FL RK 26-39
- C/16/605494 / FL RK 26-64
1.De procedures
- de moeder met haar advocaat;
- [A] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad);
- [B] namens de gecertificeerde instelling Stichting Samen Veilig Midden-Nederland (hierna: de GI).
2.Waar de procedures over gaan
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 2] ,geboren op [geboortedatum] 2014 in [geboorteplaats] .
- om aan haar vervangende toestemming te verlenen voor de behandeling van [minderjarige 2] door Praktijk [naam] ;
- om aan haar vervangende toestemming te verlenen voor een vakantie met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar Suriname, in de periode van 13 juli 2026 tot en met 2 augustus 2026;
- te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] in het vervolg bij de moeder zal zijn;
- te bepalen dat de vader met ingang van 7 januari 2026 een kinderalimentatie zal voldoen van € 350,- per kind per maand.
3.De beoordeling
- het lukt de ouders niet om op een constructieve manier met elkaar te communiceren en samen beslissingen over [minderjarige 2] te nemen. Ook binnen de lopende ondertoezichtstelling is het de ouders nog niet gelukt om hun onderlinge relatie te verbeteren en op een normale manier te communiceren;
- de vader verleent niet, of niet binnen een redelijke termijn, zijn toestemming voor de vakanties van de moeder met de kinderen. Ook heeft de moeder verteld dat de vader in het verleden weleens zijn toestemming heeft gegeven en hier dan op een later moment op terugkwam. Dit zorgt voor veel onzekerheid, ook bij de kinderen, en de moeder kan hierdoor geen concrete (vakantie)plannen maken;
- de vader stelt voorwaarden aan zijn toestemming. Zo heeft hij gezegd dat hij alleen toestemming zal verlenen voor de vakantie naar Suriname, als de moeder haar verzoek over het gezag zal intrekken;
- [minderjarige 2] heeft behoefte aan hulpverlening. De vader weigert hiervoor zijn toestemming te geven, althans is ook daarin onduidelijk;
- [minderjarige 2] is op dit moment nog maar twaalf jaar oud, dit betekent dat er waarschijnlijk nog meerdere gezagsbeslissingen genomen moeten worden. De Raad heeft tijdens de zitting uitgelegd dat het niet in het belang van [minderjarige 2] is dat zijn moeder voor elke gezagsbeslissing naar de rechter toe moet. Een rechtszaak zorgt namelijk voor veel spanning tussen ouders onderling en is erg belastend voor kinderen;
- het is niet te verwachten dat de situatie tussen de ouders binnen een afzienbare tijd zal verbeteren. De ouders zijn inmiddels al een lange tijd uit elkaar. Sinds september 2025 staan de kinderen onder toezicht van de GI, omdat zij ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. Er is sprake van een loyaliteitsconflict bij beide kinderen, die is ontstaan door de echtscheidingsproblematiek van de ouders. Tot nu is het de ouders (ook binnen de ondertoezichtstelling) niet gelukt om hun ouderrelatie te verbeteren.
ik zit erover na te denken om [minderjarige 2] en [minderjarige 1] niet meer in huis te nemen. Van mij mogen ze uit huis geplaatst worden’.De rechtbank is van oordeel dat dit een schokkende uitspraak is en ziet zich daarom genoodzaakt de vader erop te wijzen dat de beëindiging van zijn gezag over [minderjarige 2] niet betekent dat hij geen invulling meer hoeft te geven aan zijn rol als vader. Het vaderschap is namelijk niet een rol die de vader naar eigen keuze wel of niet kan vervullen. Het is zijn wettelijke plicht om omgang met zijn kinderen te hebben, en de rechtbank wil deze verplichting uitdrukkelijk onder de aandacht van de vader brengen. Het is voor de (identiteits)ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] namelijk erg belangrijk dat zij hun vader blijven zien.De rol van de vader in het leven van de kinderen zou een gegeven moeten zijn, niet iets waaraan de vader pas invulling geeft als aan zijn voorwaarden voldaan wordt. Ook houdt de vader het gezamenlijk gezag over [minderjarige 1] . De moeder heeft toegelicht dat zij voor [minderjarige 1] niet om eenhoofdig gezag heeft verzocht omdat [minderjarige 1] al 17 is en ook omdat [minderjarige 1] daar zelf niet volledig achter leek te staan. Voor [minderjarige 1] houdt de vader – net als de moeder - dus de verplichting om samen beslissingen te nemen.
allereerst heb ik besloten dat jouw moeder voortaan alleen het gezag over jou heeft. Dit betekent dat zij zelfstandig de belangrijke beslissingen over jou mag nemen en hiervoor geen toestemming meer hoeft te vragen aan jouw vader. Ik heb deze beslissing genomen, omdat het jouw ouders niet goed lukt om op een normale manier met elkaar te overleggen en samen beslissingen over jou te nemen. Ik vind dit niet in jouw belang. Daarom heb ik besloten dat het beter is als jouw moeder voortaan zelfstandig de beslissingen over kan nemen. Dit betekent ook dat je moeder (zonder je vader) kan regelen dat jij naar Praktijk [naam] kan, en ook dat jij op vakantie kunt naar Suriname.
- ik heb besloten dat ik jouw hoofdverblijfplaats ga wijzigen en deze vanaf nu bij jouw moeder bepaal. Je hoofdverblijfplaats is een juridisch begrip, het betekent (kort gezegd) vooral: waar sta je ingeschreven. Ik heb deze beslissing genomen, omdat jij op dit moment volledig bij je moeder woont en ik het belangrijk vind dat dit goed op papier staat vermeld. Het zegt niks over wanneer je bij je vader en bij je moeder bent, daar gaat mijn beslissing niet over;
- verder heb ik aan jouw moeder vervangende toestemming gegeven, zodat jij met jouw moeder en [minderjarige 2] op vakantie kan naar Suriname, ook als je vader daar geen toestemming voor zou geven;
- bij jou heb ik geen beslissing genomen over het gezag, omdat jouw moeder dit niet aan mij heeft gevraagd. Jouw ouders moeten dus nog steeds samen de belangrijke beslissingen over jou nemen. Jij wordt dit jaar natuurlijk achttien en dit betekent dat jij vanaf dat moment zelf de belangrijke beslissingen mag nemen.