Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1431

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
16 januari 2026
Publicatiedatum
9 april 2026
Zaaknummer
UTR 25/6350
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 7:1 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroeg ingediend tegen niet tijdig besluit op bezwaar

Eiser had bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn aanvraag om overname van een private schuld. Na een eerdere uitspraak van de rechtbank waarin het besluit van verweerder werd vernietigd en verweerder werd opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, stelde eiser opnieuw beroep in omdat verweerder volgens hem niet tijdig had beslist.

De rechtbank stelde vast dat de beslistermijn begon op 9 oktober 2025 en eindigde op 4 december 2025. Eiser diende zijn beroepschrift echter al op 4 november 2025 in, terwijl de beslistermijn nog niet was verstreken. Hierdoor was het beroep prematuur en niet-ontvankelijk.

De rechtbank behandelde het beroep niet inhoudelijk en wees een proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd gedaan door rechter I. Helmich op 16 januari 2026 in Utrecht.

Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat het te vroeg is ingediend.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/6350

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 januari 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

(gemachtigde: mr. M. Kartal),
en

Dienst Toeslagen, verweerder(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Inleiding

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingesteld, omdat verweerder volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn bezwaar van 27 oktober 2023 tegen de afwijzing van de aanvraag van eiser om overname van een private schuld.
Verweerder heeft bij besluit van 19 oktober 2023 de aanvraag van eiser om overname van een private schuld afgewezen.
Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Verweerder heeft is met het besluit van 25 juli 2024 op het bezwaar van eiser bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
Bij (mondelinge) uitspraak van 22 september 2025 heeft deze rechtbank een eerder beroep van eiser tegen het besluit van 25 juli 2024 gegrond verklaard. De rechtbank heeft dat besluit vernietigd en verweerder opgedragen uiterlijk 8 weken na de dag van verzending van de uitspraak een nieuw besluit op bezwaar te nemen.
Eiser heeft op 4 november 2025 beroep ingesteld, omdat verweerder volgens hem niet op tijd opnieuw heeft beslist op zijn bezwaar.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Overwegingen

1. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. [1]
2. In dit geval heeft de rechtbank op 22 september 2025 mondeling uitspraak gedaan en verweerder opgedragen uiterlijk 8 weken na de dag van verzending van de uitspraak een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Het proces-verbaal van de mondelinge uitspraak is op 8 oktober 2025 aan partijen verzonden. Dat betekent dat de beslistermijn is aangevangen op 9 oktober 2025 en is geëindigd op 4 december 2025. De rechtbank stelt vast dat eiser zijn beroepschrift heeft ingediend op 4 november 2025. De beslistermijn was toen nog niet verstreken. Dat het betekent dat eiser het beroepschrift prematuur (te vroeg) heeft ingediend. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. De rechtbank zal het beroep niet inhoudelijk behandelen.
3. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van I. van Ittersum, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 16 januari 2026.
de griffier is verhinderd deze uitspraak
te ondertekenen
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb.