Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1409

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
8 april 2026
Publicatiedatum
8 april 2026
Zaaknummer
1631671720
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 3 OpiumwetArt. 11 Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak diefstal elektriciteit en voorwaardelijke straf voor hennepteelt

De rechtbank Midden-Nederland heeft op 8 april 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen de verdachte, die werd beschuldigd van het opzettelijk telen van hennep en het stelen van elektriciteit. De rechtbank verklaarde bewezen dat de verdachte in de periode van 3 juli 2020 tot en met 11 september 2020 ongeveer 294 hennepplanten teelde in een pand te Utrecht. De diefstal van elektriciteit werd echter niet wettig en overtuigend bewezen verklaard, waardoor de verdachte daarvan werd vrijgesproken.

De bewijsmiddelen bestonden uit een uitgebreid proces-verbaal van de hennepkwekerij, met gedetailleerde beschrijvingen van vier kweekruimtes, elk ingericht met kunstlicht, assimilatielampen en bewateringssystemen. Ook was vastgesteld dat er al geoogst was in twee kweekruimtes. De verdachte stond als enige ingeschreven op het adres en er werd een kopie van zijn paspoort in de woning aangetroffen.

De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, de omvang van de hennepteelt en de mogelijke maatschappelijke gevolgen, zoals brandgevaar en overlast. De verdachte had geen vergelijkbare eerdere veroordelingen en was sinds het verhoor niet meer met justitie in aanraking gekomen. Vanwege een overschrijding van de redelijke termijn van ruim 3,5 jaar, die niet aan de verdachte te wijten was, legde de rechtbank een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand op met een proeftijd van twee jaar, naast een taakstraf van 120 uur.

De rechtbank kwalificeerde het bewezen feit als medeplegen van een strafbaar feit op grond van de Opiumwet. De straf is lager dan geëist door de officier van justitie, mede door de gedeeltelijke vrijspraak en de termijnoverschrijding. De verdachte werd vrijgesproken van het niet bewezen verklaarde feit van elektriciteitsdiefstal.

Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van diefstal elektriciteit en veroordeeld tot een taakstraf van 120 uur en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand wegens hennepteelt.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/316717-20
Verstek
Vonnis van de meervoudige kamer van 8 april 2026 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1981 in [geboorteplaats] (China),
niet-ingezetene, adres onbekend (Italië),
hierna: de verdachte.

1.Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 25 maart 2026.
Op de zitting was de officier van justitie, mr. A. Bakker, aanwezig.

2.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:
Feit 1
in de periode van 3 juli 2020 tot en met 11 september 2020 in de Meern een hoeveelheid van ongeveer 8,65 kilogram hennep en/of 294 hennepplanten heeft geteeld, in elk geval aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres] );
Feit 2
in de periode van 1 september 2019 tot en met 11 september 2020 in de Meern elektriciteit van Stedin Netbeheer B.V. heeft gestolen door middel van braak en/of verbreking.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.

3.Bewijs

3.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte de feiten 1 en 2 heeft gepleegd.
De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 3.2.
3.2.
Oordeel van de rechtbank
3.2.1.
Vrijspraak feit 2
De rechtbank oordeelt dat feit 2 niet is bewezen en zal de verdachte daarvan vrijspreken. De rechtbank legt hierna uit waarom.
3.2.2.
Bewijsmiddelen feit 1
De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van het onder feit 1 ten laste gelegde, voor zover het betreft het opzettelijk telen van 294 hennepplanten en/of delen daarvan. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan.
3.2.3.
Bewijsoverwegingen
Vrijspraak feit 2
De rechtbank oordeelt dat het onder feit 2 ten laste gelegde, de diefstal van elektriciteit, niet wettig en overtuigend is bewezen en overweegt daartoe als volgt.
Na ontdekking van de hennepkwekerij op 11 september 2020 is door de fraude-inspecteur van netbeheerder Stedin B.V. (hierna: Stedin) een onderzoek ingesteld naar de elektriciteitsvoorziening in de woning aan de [adres] in [plaats] . Hierbij werd geconstateerd dat voor de hennepkwekerij elektriciteit werd afgenomen. Zo bleek de verzegeling van het deksel van de hoofdaansluitkast te zijn verbroken en verwijderd. Daarnaast waren de hoofdzekeringen verzwaard, waardoor een grote hoeveelheid elektrisch vermogen kon worden afgenomen. Ook waren de verzegelingen van het telwerkhuis van de elektriciteitsmeter verwijderd, waarna het telwerkhuis was verwijderd en het telwerk op een willekeurige stand kon worden gezet. Namens Stedin is vervolgens aangifte gedaan van diefstal van elektriciteit door middel van braak en/of verbreking.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan, kort gezegd, het in de woning opzettelijk telen van hennep (feit 1), maar dit betekent op zichzelf niet dat hij zich ook schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk wegnemen van de daarvoor gebruikte elektriciteit.
Voor een bewezenverklaring moet vaststaan dat de verdachte opzettelijk elektriciteit heeft weggenomen door het verbruik van die elektriciteit door appraten of installaties. Daarvoor is onder andere vereist dat verdachte wist dat de elektriciteit illegaal werd afgenomen. [1]
Op basis van het dossier kan niet worden vastgesteld wie de illegale elektriciteitsvoorziening in de woning heeft aangelegd. Het dossier bevat onvoldoende aanwijzingen dat de verdachte zelf werkzaamheden aan de elektriciteitsvoorziening heeft verricht of dat hij op de hoogte was van de gemanipuleerde elektriciteitsvoorziening. Gelet hierop zal de verdachte worden vrijgesproken van feit 2, te weten de diefstal van elektriciteit door middel van braak en/of verbreking.
Feit 1
Op grond van de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan – kort gezegd – het opzettelijk telen van hennep in de ten laste gelegde periode. In aanvulling hierop overweegt de rechtbank dat uit de bewijsmiddelen volgt dat in kweekruimte 3 en 4 al was geoogst gelet op de aangetroffen potten met tuinaarde met daarin wortelresten. Daarmee komt voldoende vast te staan dat er gedurende een langere tijd (binnen de ten laste gelegde periode) een hennepkweek heeft plaatsgevonden.
Partiele vrijspraak
De rechtbank is van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte opzettelijk hennep heeft bereid, bewerkt en verwerkt. Het dossier bevat daarvoor onvoldoende aanknopingspunten. Dit betekent dat de rechtbank de verdachte gedeeltelijk zal vrijspreken.
3.3.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
in of omstreeks 03 juli 2020 tot en met 11 september 2020 te [plaats] , gemeente
Utrecht opzettelijk heeft geteeld in een pand aan de [adres] ,
een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 294 hennepplanten en/of delen daarvan,
zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.

4.Kwalificatie en strafbaarheid

4.1.
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod.
4.2.
Strafbaarheid feit en de verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

5.Straf

5.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden.
5.2.
Oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van deze straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van het gepleegde feit en de omstandigheden waaronder de verdachte dit feit heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het telen van een grote hoeveelheid hennepplanten in een woning. Hennep is een verdovend middel waarvan het gebruik schadelijk kan zijn voor de volksgezondheid. Daarnaast is hennepteelt ongewenst omdat de handel in en het gebruik van dergelijke verdovende middelen vaak gepaard gaan met verschillende vormen van (ernstige) criminaliteit waarvan anderen overlast ondervinden en waardoor de samenleving schade wordt toegebracht. Door het telen van hennep kunnen gemakkelijk onveilige en brandgevaarlijke situaties ontstaan door de grote hoeveelheid aangebrachte apparatuur in een daarvoor niet geschikte ruimte en door de manipulatie van elektrische installaties. De verdachte heeft door zijn handelen bijgedragen aan de instandhouding van deze problematiek. Zijn handelen is slechts gericht geweest op eigen financieel gewin, zonder daarbij acht te slaan op de mogelijke negatieve gevolgen voor anderen.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 10 februari 2026. Hieruit volgt dat hij niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit dat ziet op, of vergelijkbaar is met, het telen van hennep. Bovendien is de verdachte nadat hij voor onderhavige strafbare feiten is verhoord, niet meer met politie en justitie in aanraking gekomen.
Strafkader
Het startpunt bij het bepalen van de aan de verdachte op te leggen straf zijn de oriëntatiepunten voor straftoemeting, opgesteld door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Deze zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om te bevorderden dat landelijk voor dezelfde feiten door rechtbanken ongeveer dezelfde straffen worden opgelegd. Hierin wordt voor een hennepkwekerij van 100 tot 500 planten een taakstraf van 120 uren en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand als uitgangspunt genomen. De rechtbank neemt dit ook in deze zaak als uitgangspunt.
Daarnaast neemt de rechtbank bij de straftoemeting de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van Pro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) in aanmerking. Als uitgangspunt geldt dat binnen een termijn van twee jaar na aanvang van de redelijke termijn vonnis dient te worden gewezen. In deze zaak gaat de rechtbank uit van het moment waarop de verdachte door de politie als de verdachte is gehoord als het moment dat de redelijke termijn is aangevangen, te weten op 15 september 2020. Tussen die datum en de datum van het vonnis – 8 april 2026 – ligt een periode die de redelijke termijn met ruim 3,5 jaar overschrijdt. Deze overschrijding is niet te wijten aan de verdachte. Van bijzondere omstandigheden die deze termijnoverschrijding zouden kunnen rechtvaardigen, is niet gebleken. De rechtbank weegt de overschrijding van de redelijke termijn in strafmatigende zin mee.
Naast vergelding, is een ander belangrijk doel van het opleggen van straf namelijk ook het voorkomen dat een verdachte zich in de toekomst nogmaals schuldig maakt aan het plegen van dit soort feiten. De rechtbank zal daarom aan de verdachte een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen. Met deze voorwaardelijke straf heeft de verdachte een forse stok achter de deur om niet opnieuw in de fout te gaan.
De strafoplegging
De rechtbank legt een lagere straf op dan geëist door de officier van justitie. Dat komt, onder meer, doordat de rechtbank uitgaat van een beperktere bewezenverklaring en de verdachte vrijspreekt van feit 2.
De rechtbank acht – zonder de overschrijding van de redelijke termijn – een taakstraf van 120 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand passend en geboden. Gelet op de forse overschrijding van de redelijke termijn, zal de rechtbank echter geen onvoorwaardelijke taakstraf opleggen.
Alles afwegende vindt de rechtbank het passend en geboden om de verdachte voor het bewezen verklaarde feit een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen van 1 maand met een proeftijd van twee jaren.

6.Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straf is gebaseerd op de volgende wetsartikelen:
  • 14a, 14b en 14c van het Wetboek van Strafrecht;
  • 3 en 11 van de Opiumwet.

7.De beslissing

De rechtbank:
vrijspraak
- verklaart feit 2 niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
bewezenverklaring
  • verklaart bewezen dat de verdachte het feit 1heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.3 is omschreven;
  • verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;
strafbaarheid van de verdachte
- verklaart de verdachte strafbaar voor het onder feit 1 bewezenverklaarde;
straf
  • veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 1 (één) maand;
  • bepaalt dat de gevangenisstraf, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
  • stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast;
  • als voorwaarde geldt dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.M. Lemmen, voorzitter, mr. drs. S.M. van Lieshout en mr. S.E. Garvelink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H. van Veenschoten als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 8 april 2026.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
1
hij in of omstreeks 03 juli 2020 tot en met 11 september 2020 te [plaats] , gemeente
Utrecht opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk
geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres] ),
een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 8,65 kilogram hennep en/of ongeveer 294
hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk
geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep,
zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst
II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2
hij in of omstreeks 01 september 2019 tot en met 11 september 2020 te De Meern,
gemeente Utrecht een hoeveel elektriciteit, in elk geval enig goed, dat/die geheel of
ten dele aan Stedin Netbeheer B.V., in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft
weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl
verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of
dat/die weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van
braak en/of verbreking;
Bijlage II: Bewijsmiddelen [2]
Een proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op het adres [adres] , [postcode] [plaats] , binnen de gemeente Utrecht, staat de volgende persoon ingeschreven: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1981.
Ingangsdatum: 26 november 2009.
In voornoemde woning werd op vrijdag 11 september 2020 ter opsporing en inbeslagneming binnengetreden. [3]
Kweekruimte 1Ik zag dat de ruimte geheel tegen licht van buitenaf was afgedicht. Ik zag dat deze ruimte geheel was ingericht en bestemd voor de teelt van hennepplanten. Ik zag dat er een kweektent aanwezig was. Er stonden 76 hennepplanten van ongeveer 50 centimeter hoog. Per vierkante meter stonden er 16 hennepplanten. Voor de belichting werd gebruikt gemaakt van kunstlicht, geschakeld op tijdklokken. Er hingen 5 assimilatielampen in de kweekruimte. Tevens bevond zich 1 koolstoffilter in de kweekruimte. De luchtverversing en luchtafvoer werd geregeld door een aan- en afzuiginstallatie. De hennepplanten werden door middel van een centraal geregeld bevloeiingssysteem of drupsysteem van een voedingsoplossing voorzien.
Kweekruimte 2Ik zag dat de ruimte geheel tegen licht van buitenaf was afgedicht. Ik zag dat deze ruimte geheel was ingericht en bestemd voor de teelt van hennepplanten. In totaal stonden er 67 hennepplanten. Per m2 stonden er 13 planten. Voor de belichting werd gebruik gemaakt van kunstlicht, geschakeld op tijdklokken. In totaal hingen er in de kweekruimte 6 assimilatielampen. De hennepplanten werden door middel van een centraal geregeld bevloeiingssysteem of drupsysteem van een voedingsoplossing voorzien.
Kweekruimte 3Ik zag dat de ruimte geheel tegen licht van buitenaf was afgedicht. Ik zag dat de ruimte geheel was ingericht en bestemd voor de teelt van hennepplanten. Ik zag dat er 59 potten stonden, elk vol met tuinaarde met daarin wortelkluiten. Voor de belichting werd gebruik gemaakt van kunstlicht, geschakeld op tijdklokken. In totaal hingen er in de kweekruimte 5 assimilatielampen.
Kweekruimte 4Ik zag dat de ruimte geheel tegen licht van buitenaf was afgedicht. Ik zag dat de ruimte geheel was ingericht en bestemd voor de teelt van hennepplanten. [4] Ik zag dat er 92 potten stonden, elk vol met tuinaarde met daarin wortelkluiten. Voor de belichting werd gebruik gemaakt van kunstlicht, geschakeld op tijdklokken. In totaal hingen er in de kweekruimte 9 assimilatielampen.
Vastelling hennepIk constateerde op grond van mijn kennis en ervaring, opgedaan bij eerdere ontmantelingen van hennepkwekerijen, dat het hennepplanten waren. Ik constateerde, gezien de waargenomen uiterlijke kenmerken, kleur en vorm, en daarnaast de herkenbare geur, dat de aangetroffen planten hennepplanten waren. [5]
VerdachtenVerdachte [verdachte] staat volgens de gemeentelijke basisadministratie als enige ingeschreven op het betreffende adres. Ook lag er een kopie van het paspoort van verdachte [verdachte] in de woning. [6]
Een proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende, zakelijk weergeven:
Ik deelde [A] mede, dat ik een foto zou laten zien van een persoon. Ik vertelde [A] dat ik graag wilde weten of zij de persoon herkende als zijnde de persoon welke zij vaker de woning in en uit heeft zien gaan en heeft gesproken. Ik hoorde dat [A] volmondig "Ja" zei. Ik hoorde dat zij zei: "Ja, dit is hem". [7]
Een proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 14 september 2020 kwam aan het bureau [verdachte] geboren op [geboortedatum] 1981. Hij vertelde mij dat hij zijn woning niet meer in kon omdat er een anders slot op de deur was gezet. Hij zij toen "de politie zal wel wat gevonden hebben". [8]
Een rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
De periode van een volledige hennepoogst is 10 weken. [9]

Voetnoten

1.Zie Hoge Raad 25 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:932, rechtsoverweging 2.4.
3.Pagina 11.
4.Pagina 12.
5.Pagina 13.
6.Pagina 14.
7.Pagina 24.
8.Pagina 297.
9.Pagina 91.