Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Verweerder, de Dienst Toeslagen, heeft niet tijdig op dit bezwaar beslist, ondanks ingebrekestelling op 15 oktober 2025. Eiseres stelde vervolgens beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is en dat verweerder alsnog binnen een redelijke termijn, uiterlijk 11 november 2026, een besluit moet nemen. De rechtbank sluit zich aan bij de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die een nadere beslistermijn van zestig weken hanteert in bijzondere gevallen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat verweerder de beslistermijn overschrijdt. De rechtbank wijkt af van een hoger voorgesteld dwangsombeleid vanwege het ontbreken van weigerachtigheid en het belang van eiseres. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 467,- en het betaalde griffierecht van € 53,- aan eiseres.