Op 24 januari 2024 vond een doorzoeking plaats in een woning te Almere waar verdachte en een medeverdachte aanwezig waren. In de woning werden 214 kilogram cocaïne, meer dan 8 miljoen euro aan contant geld en luxe goederen aangetroffen. De verdachte werd beschuldigd van medeplegen van witwassen en medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van cocaïne.
De rechtbank oordeelde dat de feiten bewezen zijn op basis van diverse bewijsmiddelen, waaronder proces-verbalen, telefoongegevens met Whatsapp-gesprekken over ondergronds bankieren, en de aanwezigheid van persoonlijke administratie en identiteitspapieren van verdachte in de woning. Het gedrag van verdachte tijdens de doorzoeking, waaronder het vernielen van telefoons, versterkte de overtuiging van zijn zeggenschap over de cocaïne.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 68 maanden op, met aftrek van het voorarrest, waarbij rekening werd gehouden met de ernst van de feiten, de omvang van het witwassen en de hoeveelheid cocaïne. De redelijke termijn was met ruim twee maanden overschreden, wat tot matiging van de straf leidde. Het bevel tot schorsing van de voorlopige hechtenis werd opgeheven vanwege het niet verschijnen van verdachte bij de inhoudelijke behandeling.