Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1375

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
19 maart 2026
Publicatiedatum
7 april 2026
Zaaknummer
25/7176
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 lid 1 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond wegens tijdige beslissing op verzoek herbeoordeling WIA

Eiseres heeft op 10 december 2025 beroep ingesteld tegen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) omdat zij meent dat verweerder niet tijdig heeft beslist op haar verzoek om herbeoordeling van 4 april 2025.

Verweerder stelt dat er al een beslissing is genomen op 25 juni 2025 en dat er bovendien een hoger beroep loopt tegen de primaire beslissing van 17 juli 2023. Verweerder betoogt dat het beroep niet-ontvankelijk dan wel ongegrond moet worden verklaard.

De rechtbank oordeelt dat de brief van 25 juni 2025 kwalificeert als een beslissing op grond van artikel 1:3 lid 1 Awb Pro. Daarmee was er al een beslissing genomen op het moment van het indienen van het beroep. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.

De uitspraak is gedaan door rechter J. Wolbrink op 19 maart 2026 en is in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat verweerder tijdig een beslissing heeft genomen op het verzoek om herbeoordeling.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/7176

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 maart 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. V.C.D. Klaassen),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van 10 december 2025 van eiseres omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar verzoek om herbeoordeling op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA).

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. [1]
2. Op 10 december 2025 heeft eiseres een beroep ingediend omdat zij van mening is dat verweerder geen beslissing heeft genomen op haar aanvraag om herbeoordeling van
4 april 2025.
3. Verweerder geeft in zijn verweerschrift aan dat er momenteel nog een hoger beroep loopt tegen de primaire beslissing van 17 juli 2023. Verweerder stelt hierbij dat de redenen voor het indienen van het verzoek om herbeoordeling in deze procedure kunnen worden ingebracht. Daarbij geeft hij aan dat hij reeds een beslissing heeft genomen, op het verzoek om herbeoordeling, bij de brief van 25 juni 2025. Tot slot geeft hij aan dat er geen geldige ingebrekestelling is ontvangen omdat er op het moment van indienen al door verweerder kenbaar was gemaakt dat hij het besluit niet zou herzien. Hij stelt daarmee dat het beroep niet-ontvankelijk dan wel ongegrond moet worden verklaard.
4. De rechtbank is van oordeel dat de brief van 25 juni 2025 kan worden gekenmerkt als
een beslissing op grond van artikel 1:3 lid 1 Awb Pro. Eiseres heeft een aanvraag voor herbeoordeling van het dagloon ingediend. In de brief van verweerder is hierop geantwoord en aangegeven dat herziening van het dagloon in dit geval niet nodig is.
5. Het voorgaande heeft als gevolg dat er al een beslissing was genomen door verweerder
op het moment van indienen van het beroepschrift.
6. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
7. Voor een vergoeding van het griffierecht of de proceskosten bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van I. van Ittersum, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 19 maart 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).