Uitspraak
1.De procedure
- de akte van mr. Ruys, de gemachtigde van [gedaagde] en [B] , met productie 10.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een geschil over een schenking van €23.000,- die de vader van eiseres kort voor zijn overlijden aan gedaagde heeft gedaan. Eiseres vordert vernietiging van deze schenking wegens misbruik van omstandigheden en betaling van het bedrag aan de nalatenschap, vermeerderd met rente en kosten. Gedaagde voert verweer en stelt dat de schenking rechtsgeldig is en vordert tevens proceskosten.
De kantonrechter heeft de zaak samengevoegd met soortgelijke zaken tegen andere begunstigden. Tijdens de procedure is vastgesteld dat de executeur van de nalatenschap nog in functie is en op grond van artikel 4:145 lid 2 BW Pro exclusief bevoegd is om namens de nalatenschap op te treden. Omdat partijen geen toestemming van de executeur hebben verkregen om namens de nalatenschap te procederen, worden zij niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen.
De proceskosten worden verdeeld: eiseres wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan de zijde van gedaagde, terwijl gedaagde in reconventie wordt veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van eiseres. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en is op 4 maart 2026 uitgesproken door de kantonrechter.
Uitkomst: Partijen worden niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen wegens exclusieve bevoegdheid van de executeur.