Eiser sloot een leaseovereenkomst voor twee aircomachines met gedaagde, die betalingsachterstanden had voor februari en maart 2025. Eiser ontbond de overeenkomst en vorderde betaling van alle toekomstige leasetermijnen, afgifte van de machines en een boete. Gedaagde betwistte de betalingsachterstand en stelde dat de automatische incasso door eiser niet goed was uitgevoerd. De kantonrechter oordeelde dat de ontbinding door eiser onaanvaardbaar was op grond van redelijkheid en billijkheid, mede omdat de achterstand gering was en snel werd betaald.
In reconventie vorderde gedaagde ontbinding van de leaseovereenkomst wegens gebreken aan de aircomachines, die niet werden betwist door eiser. De kantonrechter stelde vast dat eiser tekortgeschoten en in verzuim was en ontbond de overeenkomst per datum vonnis.
De vorderingen van eiser werden afgewezen en zij werd veroordeeld tot betaling van proceskosten. Gedaagde kreeg proceskosten toegewezen en de leaseovereenkomst werd ontbonden wegens de gebreken aan de machines.