Verzoekster was sinds oktober 2022 in dienst bij verweerster, een uitzendbureau, en werd op 23 oktober 2025 op staande voet ontslagen wegens dringende redenen. De kantonrechter stelde vast dat verzoekster betrokken was bij de concurrerende onderneming van haar partner, ondanks een verbod op nevenwerkzaamheden en haar ziekmelding. Diverse e-mails en communicatie toonden actieve betrokkenheid, waaronder contact met klanten en hulp bij website-inrichting.
Verzoekster werd tevens verweten vertrouwelijke bedrijfsinformatie via WhatsApp te hebben gedeeld met de concurrerende onderneming, wat een schending van het geheimhoudingsbeding en boetebeding in haar arbeidsovereenkomst opleverde. Verweerster legde beslag op gegevens van de partner en verkreeg bewijs van deze overtredingen.
De kantonrechter oordeelde dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig en onverwijld was gegeven, waarbij verzoekster geen persoonlijke omstandigheden had gesteld die dit zouden weerleggen. Verzoekster kreeg geen transitie- of billijke vergoeding toegekend. Verzoeken tot achterstallig loon en onregelmatige opzegging werden afgewezen.
De tegenverzoeken van verweerster tot terugbetaling van een voorschot van €7.500 en verbeurde boetes van €25.000 wegens schending van het geheimhoudingsbeding werden toegewezen, inclusief wettelijke rente. Verzoekster werd veroordeeld tot betaling van proceskosten.