Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1351

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
25 maart 2026
Publicatiedatum
7 april 2026
Zaaknummer
10825279 \ UC EXPL 23-8278 WMB/61313
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:754 BWArt. 7:760 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens geen montagefout bij installatie zonnepanelen

Eiser kocht in 2019 40 zonnepanelen van gedaagde die op het dak van zijn loods werden gemonteerd. In 2020 ontdekte eiser lekkage veroorzaakt door scheuren in de nokstukken en stelde dat deze het gevolg waren van een montagefout door gedaagde. Gedaagde ontkende aansprakelijkheid en stelde dat de scheuren een andere oorzaak hadden.

De kantonrechter benoemde een deskundige die onderzocht of er sprake was van een montagefout. Het deskundigenrapport concludeerde dat de scheuren ontstonden doordat bouten te strak waren aangedraaid, maar dat dit niet door gedaagde was veroorzaakt. Ook waren er scheuren op nokvorsten zonder zonnepanelen, wat duidt op een andere oorzaak.

Eiser verzocht om aanvullende vragen aan de deskundige over een waarschuwingsplicht van gedaagde, maar de kantonrechter wees dit af omdat het rapport geen aanwijzingen gaf dat het dak ongeschikt was voor zonnepanelen. Gedaagde hoefde niet te onderzoeken of er fouten bij de dakmontage waren gemaakt.

De kantonrechter wees de vorderingen van eiser af en veroordeelde hem tot betaling van de proceskosten, waaronder de kosten van het deskundigenonderzoek. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter I.L. Rijnbout op 25 maart 2026.

Uitkomst: De vorderingen van eiser worden afgewezen omdat geen montagefout is vastgesteld en gedaagde niet aansprakelijk is.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 10825279 \ UC EXPL 23-8278 WMB/61313
Vonnis van 25 maart 2026
in de zaak van
[eiser],
wonend te [woonplaats] ,
eiser,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. S.E.M. Koolen,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gedaagde,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. B. van Eijk.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 19 februari 2025;
- het deskundigenbericht van ing. E.P.G. Borgers van 6 november 2025;
- de gespecificeerde eindnota van 18 november 2025;
- de conclusie na deskundigenbericht van [eiser] ;
- de antwoordconclusie na deskundigenbericht van [gedaagde] .
1.2.
Hierna heeft de kantonrechter bepaald dat er een vonnis zal worden gewezen.

2.De kern van de zaak

2.1.
[eiser] heeft in 2019 van [gedaagde] 40 zonnepanelen gekocht, die [gedaagde] op het dak van de loods van [eiser] heeft gemonteerd. In 2020 ontdekte [eiser] een lekkage in de loods, die wordt veroorzaakt door scheuren in de nokstukken. [eiser] zegt dat de scheuren zijn ontstaan door een montagefout van [gedaagde] en wil dat zij een schadevergoeding aan hem betaalt. [gedaagde] zegt dat er een andere oorzaak is voor de nokscheuren en weigert te betalen. De door de kantonrechter benoemde deskundige heeft de oorzaak van de nokscheuren onderzocht en daarover een rapport uitgebracht. De vorderingen van [eiser] worden afgewezen.
3. De verdere beoordeling
[gedaagde] heeft geen montagefout gemaakt bij het installeren van de zonnepanelen
3.1.
In het tussenvonnis van 14 augustus 2024 heeft de kantonrechter geoordeeld dat een onderzoek door een deskundige nodig was om vast te kunnen stellen of [gedaagde] een montagefout heeft gemaakt bij het installeren van de zonnepanelen. Uit de antwoorden van de deskundige in het deskundigenrapport volgt dat dat naar zijn oordeel niet het geval is. Volgens de deskundige zijn de scheuren in de nokvorsten ontstaan doordat de bouten waarmee de nokvorsten zijn vastgemaakt te strak zijn vastgedraaid. De deskundige benoemt daarbij dat:
het rubber onder de bouten uitpuilt, wat erop wijst dat de bouten te strak zijn aangedraaid;
de moeren waarmee de zonnepanelen zijn bevestigd, niet te strak waren vastgemaakt en met de hand konden worden losgedraaid;
alleen de nokvorsten zijn gescheurd, terwijl de zonnepanelen ook op andere delen van het dak zijn bevestigd;
er drie nokvorsten zijn gescheurd waarop geen zonnepanelen zijn bevestigd;
er naast een of twee zichtbare scheuren waarschijnlijk al meer haarscheuren in de nokvorsten waren ontstaan toen de zonnepanelen werden geplaatst.
3.2.
Partijen hebben zich niet tegen de conclusies van de deskundige verzet. Op basis daarvan stelt de kantonrechter vast dat [gedaagde] de zonnepanelen niet te strak heeft vastgemaakt op het dak, zoals [eiser] in eerste instantie heeft gesteld. In reactie op het deskundigenrapport heeft [eiser] gesteld dat er toch sprake is van een montagefout, omdat de moeren juist niet strak genoeg waren aangedraaid. Daardoor kan het volgens hem zijn dat de zonnepanelen schade hebben veroorzaakt omdat ze zijn gaan klapperen door de wind. Voor die stelling ziet de kantonrechter geen enkel aanknopingspunt in het deskundigenrapport, aangezien daaruit volgt dat de schade een andere oorzaak heeft. De kantonrechter stelt daarom vast dat de scheurvorming in de nokvorsten niet is veroorzaakt door een montagefout van [gedaagde] .
De kantontrechter zal de deskundige geen aanvullende vragen stellen
3.3.
In reactie op het deskundigenrapport heeft [eiser] de kantonrechter daarnaast verzocht om aanvullende vragen te stellen aan de deskundige. Die vragen zijn erop gericht om vast te stellen of [gedaagde] [eiser] voorafgaand aan de werkzaamheden had moeten waarschuwen voor de ongeschiktheid van het dak voor de installatie van zonnepanelen. [1] Als [gedaagde] dat had moeten doen, is zij (alsnog) aansprakelijk voor de schade die [eiser] daardoor heeft geleden. [2]
3.4.
De kantonrechter zal geen extra vragen stellen aan de deskundige, omdat uit het deskundigenrapport voldoende blijkt dat [gedaagde] [eiser] niet hoefde te waarschuwen en zij het werk niet ondeugdelijk heeft uitgevoerd. Alle aanvullende vragen die [eiser] aan de deskundige wil voorleggen, berusten op de vooronderstelling dat het dak van de loods ongeschikt was voor de installatie van de zonnepanelen. Voor die vooronderstelling bestaat geen aanleiding. Uit het deskundigenrapport volgt niet dat het dak vanwege bijvoorbeeld het materiaal of de constructie daarvan ongeschikt was om zonnepanelen op te installeren, maar alleen dat de nokvorsten zelf onjuist zijn geïnstalleerd waardoor de nokvorsten na een tijd zijn gaan scheuren. Die schade zou ook zijn ontstaan als de zonnepanelen niet waren geïnstalleerd, zoals blijkt uit de drie nokvorsten die zijn gescheurd zonder dat daarop zonnepanelen zijn geïnstalleerd. Het komt er op neer dat [eiser] [gedaagde] aansprakelijk wil houden voor schade die niet door haar toedoen is ontstaan, alleen omdat haar tijdens de installatie van de zonnepanelen niet is opgevallen dat de bouten waarmee de nokvorsten zijn bevestigd te strak waren aangedraaid. Dat is daarvoor onvoldoende. [gedaagde] mocht ervan uitgaan dat het in 2018 geplaatste dak geschikt was. Zij had niet de verplichting om te onderzoeken of er bij de montage van het dak geen fouten waren gemaakt. Anders dan [eiser] betoogd, maakt het dus niet uit dat er al een of twee grotere scheuren en mogelijk al meer haarscheuren in het dak waren ontstaan toen [gedaagde] het werk uitvoerde. Voor zover [gedaagde] daaraan toen al had kunnen zien dat er een fout was gemaakt bij het plaatsen van het dak, maakt dat haar namelijk niet aansprakelijk voor die fout van een ander. Datzelfde geldt voor de omstandigheid dat de schade mogelijk versneld is opgetreden door de plaatsing van de zonnepanelen. Ook dat is niet te wijten aan een montagefout van [gedaagde] .
3.5.
De conclusie is daarom dat de vorderingen van [eiser] zullen worden afgewezen, omdat [gedaagde] niet aansprakelijk is voor de schade die hij heeft geleden.
[eiser] moet de proceskosten van [gedaagde] betalen
3.6.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Dat betekent onder andere dat [eiser] de kosten voor het deskundigenonderzoek moet dragen. De griffier heeft partijen op 5 december 2025 de eindfactuur van de deskundige toegezonden en hen de gelegenheid gegeven om daar binnen veertien dagen bezwaar tegen te maken. Geen van partijen heeft dat gedaan. De kantonrechter stelt de deskundigenkosten daarom vast op het bedrag van de eindfactuur, namelijk € 5.000,00. Dat bedrag is gelijk aan het voorschot dat al door [eiser] is betaald. Die kosten blijven dus voor zijn rekening. Voor het overige worden de proceskosten van [gedaagde] begroot op € 1.044,00 (€ 900,00 aan salaris gemachtigde op basis van 2,5 punten á € 360,00 + € 144,00 aan nakosten).

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af;
4.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 1.044,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.L. Rijnbout, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 7:754 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW).
2.Artikel 7:760 lid 2 BW Pro.