ECLI:NL:RBMNE:2026:135
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit fictieve dienstverbanden en handel in harddrugs
Op 21 januari 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland in Lelystad uitspraak gedaan in een ontnemingszaak tegen een veroordeelde die wederrechtelijk voordeel heeft verkregen uit fictieve dienstverbanden en handel in harddrugs. De rechtbank oordeelt dat de veroordeelde in de periode van 4 maart 2022 tot en met 12 juni 2024 een bedrag van € 86.316,25 heeft verkregen, dat moet worden terugbetaald aan de staat. De vordering tot ontneming is ingediend door de officier van justitie op 27 november 2024 en is behandeld op de terechtzitting van 17 december 2025. De rechtbank heeft vastgesteld dat de veroordeelde inkomsten heeft gegenereerd uit fictieve dienstverbanden bij verschillende bedrijven, waar hij nooit daadwerkelijk heeft gewerkt. Daarnaast is er een bedrag van € 9.754,25 aangetroffen in de woning van de veroordeelde, dat afkomstig is uit de handel in harddrugs. De rechtbank heeft de vordering van de officier van justitie gedeeltelijk afgewezen, maar concludeert dat de veroordeelde wel degelijk wederrechtelijk voordeel heeft genoten. De rechtbank legt de verplichting op tot betaling van het geschatte bedrag aan de staat, en bepaalt dat de duur van de gijzeling maximaal 863 dagen kan zijn.