Uitspraak
1.De procedure
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling
144,00(plus de kosten van betekening zoals
Rechtbank Midden-Nederland
In deze kortgedingprocedure vordert [eiseres] B.V. de ontruiming van kantoorruimtes en parkeerplaatsen die zij verhuurt aan Stichting [gedaagde], vanwege een huurachterstand van €27.793,08. De gedaagde is niet verschenen, waarna verstek is verleend. De kantonrechter stelt vast dat sprake is van een spoedeisend belang en dat het zeer waarschijnlijk is dat de vordering in een bodemprocedure wordt toegewezen.
De huurachterstand is ernstig en herhaaldelijk, waarbij eerdere achterstanden pas na vonnissen zijn betaald. Dit rechtvaardigt de beëindiging van de huurovereenkomst en ontruiming. De ontruimingstermijn wordt vastgesteld op veertien dagen, conform de gebruikelijke termijn. Daarnaast wordt de gedaagde veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, wettelijke handelsrente tot en met 13 februari 2026 en de rente vanaf die datum tot volledige betaling.
Verder wijst de kantonrechter buitengerechtelijke incassokosten toe van €1.052,93, lager dan gevorderd, op basis van redelijke wettelijke tarieven en het BGK-rapport. De proceskosten van €2.353,65 worden eveneens aan de gedaagde opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad, zodat onmiddellijke uitvoering mogelijk is, ook bij hoger beroep.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen en betaling van huurachterstand, rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten.