Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie
- de conclusie van antwoord in reconventie tevens wijziging van eis in conventie
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser werkt sinds 2014 als medewerker op een recreatielocatie en vordert loonverhoging en toeslagen conform functieniveau 7 of 8 van de cao Recreatie. Gedaagde betwist dit en stelt dat eiser te laat heeft geklaagd over zijn loon en dat zijn werkzaamheden hooguit onder functieniveau 2 vallen. De kantonrechter oordeelt dat eiser te laat heeft geklaagd, omdat het moment van ingrijpende wijziging in de arbeidsrelatie in 2020 lag, toen eiser de beheerderswoning moest verlaten en zijn werkzaamheden afbouwde.
De kantonrechter constateert dat partijen onvoldoende hebben onderbouwd welke werkzaamheden en uren eiser precies heeft verricht, waardoor het onmogelijk is vast te stellen wat het juiste loon volgens de cao zou zijn. De klachtplicht is geschonden omdat eiser pas na meerdere seizoenen actie ondernam, terwijl eerder overleg mogelijk was geweest om de arbeidsvoorwaarden te bespreken.
De vordering tot aansluiting bij het pensioenfonds Recreatie wordt afgewezen wegens gebrek aan belang, nu gedaagde heeft toegezegd zich alsnog aan te sluiten. De vorderingen van gedaagde in reconventie, waaronder het betwisten van het bestaan van een seizoencontract en de terugbetaling van kosten voor gas, water en elektra, worden eveneens afgewezen. Beide partijen worden veroordeeld tot betaling van elkaars proceskosten.
Uitkomst: De loonvordering wordt afgewezen wegens te late klacht, en het dienstverband loopt door.