Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1342

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
25 maart 2026
Publicatiedatum
7 april 2026
Zaaknummer
11968161 \ UC EXPL 25-8988
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling eigen bijdrage zorgverzekering door gedaagde toegewezen

Het Centraal Administratie Kantoor (CAK) vordert betaling van de eigen bijdrage zorgverzekering over de periode januari tot en met december 2023 van gedaagde, die deze betalingen niet heeft voldaan. De vordering betreft een bedrag van €6.428,04 plus €855,11 aan buitengerechtelijke incassokosten en €1.409,14 aan proceskosten.

Gedaagde voert verweer dat hij de vordering niet kende, dat het aanvankelijk een lager bedrag betrof en dat hij telefonisch was geïnformeerd dat de schuld was kwijtgescholden. Ook stelt hij dat hij verhuisd is en de dagvaarding niet heeft ontvangen. De kantonrechter oordeelt dat deze verweren onvoldoende zijn onderbouwd en dat het CAK de schuld niet heeft kwijtgescholden.

De dagvaarding is betekend aan het adres waar gedaagde staat ingeschreven, en hij heeft verweer kunnen voeren. De kantonrechter wijst de vordering van het CAK toe, inclusief de incassokosten en proceskosten, en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de achterstallige eigen bijdrage, incassokosten en proceskosten aan het CAK.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11968161 \ UC EXPL 25-8988
Vonnis van 25 maart 2026
in de zaak van
de publiekrechtelijk rechtspersoon
CENTRAAL ADMINISTRATIEKANTOOR (CAK),
gevestigd in 's-Gravenhage,
eisende partij,
hierna te noemen: het CAK,
gemachtigde: Flanderijn & Van Eck,
tegen
[gedaagde],
wonend in [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De zaak in het kort

In deze zaak gaat het om de eigen bijdrage die [gedaagde] moet betalen voor zorg die hij heeft ontvangen. Het CAK heeft dat bedrag vastgesteld en wil dat [gedaagde] dat betaalt. [gedaagde] zegt dat hij de vordering niet kende, dat de vordering eerst veel lager was en dat hij daarna door het CAK gebeld was dat de schuld werd kwijtgescholden. De verweren die [gedaagde] voert leiden niet tot de conclusie dat hij het gevorderde bedrag niet hoeft te betalen. De vordering wordt daarom toegewezen.

2.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende processtukken:
- de dagvaarding
- het proces verbaal van de mondelinge behandeling van 17 december 2025, waar [gedaagde] zijn kant van het verhaal heeft verteld, en die de kantonrechter aanmerkt de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek (de reactie van CAK op het verhaal van [gedaagde] )
- de conclusie van dupliek (de zelf geschreven brief van [gedaagde] aan de rechter

3.De beoordeling

Wat doet het CAK?
3.1.
Het CAK is een organisatie die namens de overheid geldzaken regelt voor de zorg.
Het CAK heeft een aantal taken. Eén van die taken is dat het de eigen bijdrage berekent die mensen moeten betalen als zij zorg krijgen. Dat kan bijvoorbeeld gaan om hulp thuis, (bijvoorbeeld met schoonmaken), of als je in een zorginstelling verblijft of in een beschermde woonvorm woont. Hoe hoog die eigen bijdrage is hangt af van iemands inkomen. Het CAK berekent hoeveel de eigen bijdrage is en stuurt de rekening. Dat is in dit geval ook gebeurd. Over de periode van januari 2023 tot en met december 2023 moest [gedaagde] iedere maand € 552,83 betalen, maar dat heeft hij niet gedaan.
Wat vordert het CAK in deze procedure?
3.2.
Het CAK vordert in deze procedure, nadat het in de conclusie van repliek de eis heeft verminderd, betaling van € 6.428,04, het totaal van de achterstallige betalingen voor de eigen bijdrage van [gedaagde] in de zorgkosten. Daarnaast vordert het CAK € 855,11 aan buitengerechtelijke incassokosten. Buitengerechtelijke incassokosten zijn kosten die gemaakt worden om betaling te krijgen zonder dat de rechter hoeft te worden ingeschakeld. Het gaat dan bijvoorbeeld om het sturen van aanmaningen en dergelijke. Als daardoor geen betaling volgt en alsnog een gerechtelijke procedure moet worden gestart, kan een eiser die kosten in de procedure vorderen. Dat is hier ook gebeurd. Het CAK vordert tot slot dat [gedaagde] in de proceskosten wordt veroordeeld.
Wat is het verweer van [gedaagde] ?
3.3.
[gedaagde] heeft op de zitting verteld dat hij verbaasd is over de vordering. Volgens hem betrof het eerst een laag bedrag, van 700 of 800 euro, maar is het nu ineens veel meer. Hij heeft ook verteld dat hij gebeld was door het CAK dat de schuld was kwijt gescholden. Tot slot heeft hij verteld dat hij inmiddels ook verhuisd is naar een ander adres en de rekeningen en de dagvaarding nooit gehad heeft. [gedaagde] heeft verteld dat hij alleen wist van de dagvaarding doordat iemand van het CAK belde.
De kantonrechter wijst de vorderingen van het CAK toe
3.4.
De kantonrechter is van oordeel dat de verweren van [gedaagde] er niet toe leiden dat hij het door het CAK gevorderde bedrag niet hoeft te betalen. Het bedrag is op de juiste manier vastgesteld en [gedaagde] heeft er geen bezwaar tegen gemaakt, waardoor het nu ook niet meer kan worden aangepast. Het is ook niet zo dat [gedaagde] helemaal niet wist dat hij iets hoefde te betalen, want hij heeft verklaard dat het bedrag eerst lager was. Dat klopt, want iedere maand komt er een bedrag bij. Het CAK schrijft dat zij de schuld niet heeft kwijtgescholden. [gedaagde] zegt dat dat wel zo is, maar heeft dat verder niet onderbouwd en het blijkt nergens uit. Of [gedaagde] de dagvaarding heeft ontvangen is niet meer zo belangrijk. De dagvaarding heeft hem uiteindelijk bereikt en hij heeft verweer kunnen voeren. Bovendien heeft de deurwaarder de dagvaarding betekent aan het adres waarop [gedaagde] staat ingeschreven bij de gemeentelijke basisregistratie. Als dat adres verandert is [gedaagde] er zelf voor verantwoordelijk dat hij dat aanpast.
3.5.
Dit alles leidt tot de conclusie dat [gedaagde] het gevorderde bedrag van € 6.428,04 moet betalen.
3.6.
[gedaagde] moet ook de buitengerechtelijke incassokosten betalen. Het is redelijk dat het CAK deze gemaakt heeft en het bedrag is ook redelijk, omdat het gebaseerd is op de wettelijke staffel. De vermindering van de eis leidt in dit geval niet tot vermindering van de buitengerechtelijke incassokosten, omdat die gaat over een correctie die later heeft plaatsgevonden ten aanzien van de maand oktober 2025. Dat betekent dat [gedaagde] het bedrag van € 855,11 moet betalen.
[gedaagde] moet ook de proceskosten betalen
3.7.
Omdat [gedaagde] de procedure heeft verloren moet hij ook de proceskosten betalen. Dat is een bedrag van € 1.409,14 (€ 146,14 voor de dagvaarding, € 543,00 aan griffierecht en € 720,00 aan salaris gemachtigde).
3.8.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard zoals door het CAK is verzocht. Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat partijen meteen moeten voldoen aan het vonnis, ook als daartegen hoger beroep wordt ingesteld.

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan het CAK tegen bewijs van kwijting te betalen
€ 7.283,15;
4.2.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van het CAK, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op
€ 1.409,14, waarin begrepen € 720,00 aan salaris gemachtigde;
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.L. Rijnbout, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026.
184