ECLI:NL:RBMNE:2026:134

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
21 januari 2026
Publicatiedatum
21 januari 2026
Zaaknummer
16/246061-23
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verkoop, bezit en witwassen van harddrugs en hypotheekfraude door verdachte

Op 21 januari 2026 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in de strafzaak tegen de verdachte, geboren op [geboortedatum 1] 1997 te [geboorteplaats] (Somalië), die zich schuldig heeft gemaakt aan meerdere strafbare feiten, waaronder de verkoop en het bezit van harddrugs, witwassen en hypotheekfraude. De verdachte heeft gedurende een periode van bijna vijf maanden samen met anderen harddrugs, waaronder amfetamine, 3-MMC, 2C-B en cocaïne, verkocht, afgeleverd, verstrekt en vervoerd. De rechtbank oordeelde dat de verdachte deels bekennend heeft verklaard, maar dat het door de verdediging aangevoerde alternatieve scenario niet aannemelijk is geworden. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het bezit van 5,02 gram cocaïne en heeft hij bijna € 90.000,- gewitgewassen door loonbetalingen van fictieve werkgevers te ontvangen. Tevens heeft hij door het opmaken en gebruiken van vervalste documenten een hypotheek van € 300.000,- verkregen. De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 14 maanden, met aftrek van het voorarrest.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Lelystad
Parketnummer: 16/246061-23
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 21 januari 2026 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 1997 te [geboorteplaats] (Somalië),
op dit moment gedetineerd in de P.I. [plaats 1] ,
hierna: de verdachte.

1.Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zittingen van 4 april 2025 en 17 december 2025. Het onderzoek is gesloten op 21 januari 2026.
Op de zittingen waren aanwezig:
  • de verdachte;
  • de officier van justitie: mr. A.L. Rinsma;
  • de advocaat van de verdachte: mr. F.N. Dijkers (hierna: de advocaat).

2.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:
feit 1
in de periode van 18 september 2023 tot en met 12 juni 2024 te Almere en/of Lelystad, althans in Nederland, samen met een ander of anderen, heeft gehandeld in harddrugs;
feit 2
op 23 mei 2024 te Almere opzettelijk aanwezig heeft gehad 5,02 gram cocaïne;
feit 3
in de periode van 4 maart 2022 tot en met 13 juni 2024 te Almere, althans in Nederland, samen met een ander of anderen, een hypotheekaanvraagformulier en/of de daarbij horende documenten heeft vervalst en/of dat hij hiervan gebruik heeft gemaakt;
feit 4
in de periode van 4 maart 2022 tot en met 12 juni 2024 te Almere en/of Lelystad, althans in Nederland, samen met een ander of anderen, een bedrag van € 114.246,25 heeft witgewassen.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.

3.Bewijs

3.1
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte de feiten 1 tot en met 4 heeft gepleegd. Wel vordert de officier van justitie de verdachte partieel vrij te spreken voor een deel van de in feit 1 genoemde periode.
De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 3.3.
3.2
Standpunt van de verdediging
De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte gedeeltelijk vrij te spreken van feit 1. De advocaat voert geen verweer over het bewijs ten aanzien van feit 2. De advocaat heeft verzocht om de verdachte integraal vrij te spreken van de feiten 3 en 4.
De advocaat voert verschillende verweren over het bewijs. Deze worden - voor zover van belang voor de beoordeling - hierna besproken onder paragraaf 3.3.
3.3
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank oordeelt dat de feiten 1 tot en met 4 zijn bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan.
De verdachte bekent dat hij feit 2, namelijk het opzettelijk aanwezig hebben van 5,02 gram cocaïne, heeft gepleegd, zoals dit onder paragraaf 3.4 bewezen is verklaard. Door of namens hem is ook niet om vrijspraak van dat feit gevraagd. De rechtbank noemt ten aanzien van dat feit in bijlage II daarom alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert.
Er zijn meerdere feiten bewezen verklaard. De bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarover deze gaan.
3.3.1
Bewijsoverwegingen feit 1 – handel in harddrugs
Inleiding
De naam van de verdachte is naar voren gekomen in een anonieme melding waarin werd gewezen op de betrokkenheid van de verdachte bij een drugslijn onder de naam ‘ [naam] ’. Op basis van nader onderzoek, waaronder observaties, het aftappen van telefoongegevens, onderzoek aan inbeslaggenomen telefoons en het horen van getuigen, is bij het Openbaar Ministerie de verdenking ontstaan dat de verdachte zich bezig heeft gehouden met de handel in harddrugs.
Alternatief scenario
Verdachte heeft bekend dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren van harddrugs. Volgens de verdediging was dit echter incidenteel en niet gedurende de volledige ten laste gelegde periode. De verdachte heeft tijdens de inhoudelijke behandeling op 17 december 2025 een verklaring afgelegd. Dit is volgens de verdediging een alternatief scenario dat niet zonder meer als ongeloofwaardig terzijde kan worden geschoven. De verdachte heeft verklaard dat hij in 2023 door de beheerder van het dealnummer [telefoonnummer 1] werd gevraagd om, tegen financiële vergoeding of in ruil voor drugs, een telefoon onder zich te houden met de simkaart behorende bij het dealnummer. Volgens de verdediging zou de WhatsApp-applicatie die gekoppeld is aan dit telefoonnummer op een ander toestel geïnstalleerd zijn, en had de verdachte verder geen betrokkenheid bij het versturen of ontvangen van berichten op dit account. De verdachte is volgens de verdediging gedurende een lange periode slechts houder geweest van de telefoon met het dealnummer, zonder op dat moment een aandeel te hebben gehad in het handelen in harddrugs. Volgens de verdediging was de rol van de verdachte slechts die van een katvanger, bedoeld om de daadwerkelijke dealers uit de wind te houden.
De rechtbank oordeelt dat dit alternatieve scenario, gelet op de inhoud van de bewijsmiddelen, niet aannemelijk is geworden. Los van het feit dat dit scenario pas op een zeer laat moment is aangevoerd (namelijk pas tijdens de inhoudelijke behandeling op 17 december 2025), acht de rechtbank het niet aannemelijk dat de verdachte de hiervoor genoemde telefoon gedurende lange tijd onder zich heeft gehouden zonder deze daadwerkelijk te gebruiken voor het dealen in harddrugs. Een anonieme getuige heeft bijvoorbeeld verklaard dat telefonisch besteld kon worden bij het dealnummer dat op het toestel van de verdachte is aangetroffen. Dit betekent dat de harddrugs niet alleen konden worden besteld via WhatsApp, zoals de verdachte stelt, maar ook via de reguliere telefoonlijn. Daarnaast is op 28 december 2023 met het dealnummer gebeld naar een ander telefoonnummer. Hoewel er geen gesprek tot stand kwam, was er wel achtergrondgeluid te horen, waarop door verbalisanten de stem van de verdachte werd herkend. Bovendien zijn er op 12 en 13 januari 2024 sms berichten op het telefoonnummer binnengekomen die duiden op drugsbestellingen. Verder valt op dat al in 2019 het wachtwoord ‘ [wachtwoord] ’ (de naam van de verdachte) voor het whatsappaccount van het dealnummer [chatnaam 1] is gebruikt en dat er notities zijn aangetroffen op de bij de verdachte aangetroffen telefoon die op 21 en 22 mei 2024 zijn bewerkt en duiden op het dealen in harddrugs. Dit alles past niet bij het scenario dat de verdachte de telefoon niet in gebruik had en slechts katvanger zou zijn geweest.
Pleegperiode
De rechtbank is, net als de verdediging, van oordeel dat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat dat de verdachte zich buiten de periode van 1 januari 2024 tot en met 22 mei 2024 schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde. Hoewel er aanwijzingen zijn dat de verdachte zich ook voor 1 januari 2024 bezig hield met drugshandel, is het bewijs daarvoor onvoldoende concreet. Zo dateert het eerste chatgesprek over drugs op de bij de verdachte inbeslaggenomen telefoon van 1 januari 2024.. Uit het strafdossier blijkt verder niet dat de verdachte zich nog heeft beziggehouden met handel in harddrugs nadat hij op 22 mei 2024 in een andere zaak werd aangehouden. De rechtbank verklaart daarom bewezen dat de verdachte zich in de periode van 1 januari 2024 tot en met 22 mei 2024 schuldig heeft gemaakt aan het verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren van verschillende soorten harddrugs. Voor de overige periodes in de beschuldiging spreekt de rechtbank de verdachte vrij.
Handel verschillende soorten harddrugs
De rechtbank overweegt dat, mede op basis van de aangetroffen chatgesprekken en getuigenverklaringen in het dossier, wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren van 3-mmc, cocaïne, 2c-b en amfetamine. Ten aanzien van het middel amfetamine merkt de rechtbank op dat deze term niet expliciet in het dossier voorkomt. Wel wordt in chatgesprekken en getuigenverklaringen gesproken over “speed”, “pep” en “snelle”. Deze termen worden in de volksmond gebruikt ter aanduiding van amfetamine. [1] Gelet op de context waarin deze termen zijn gebruikt, kan het niet anders dan dat daarmee amfetamine wordt bedoeld. De rechtbank acht daarom ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte heeft gehandeld in amfetamine. Uit het dossier blijkt niet dat de verdachte heeft gehandeld in het middel 4-mmc. De rechtbank zal de verdachte daarom van dit onderdeel van de beschuldiging vrijspreken.
Medeplegen
De rechtbank overweegt dat de betrokkenheid bij een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking.
Uit het dossier volgen verschillende aanknopingspunten waaruit blijkt dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking met anderen. Uit getuigenverklaringen komt naar voren dat via één telefoonnummer kon worden besteld en dat de bestellingen vervolgens door verschillende personen werden bezorgd. Daarnaast zijn chats aangetroffen waaruit blijkt dat soms degene die het contact had met de afnemer zelf de drugs kwam brengen en dat soms een ander werd gestuurd. Dit beeld wordt bevestigd door chats op de applicatie Signal, waarin contacten zijn vastgelegd tussen verschillende personen die drugs leverden en waarin afspraken werden gemaakt over wie de drugs aan (potentiële) afnemers zou bezorgen.
Uit deze omstandigheden volgt dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en anderen bij het verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren van verschillende soorten harddrugs. Daarmee acht de rechtbank het onder feit 1 ten laste gelegde medeplegen bewezen.
Conclusie ten aanzien van feit 1
Gelet op de bewijsmiddelen in bijlage II en voorgaande overwegingen, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich in de periode van 1 januari 2024 tot en met 22 mei 2024 tezamen en vereniging met anderen schuldig heeft gemaakt aan het verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren van amfetamine, 3-mmc, 2c-b en cocaïne.
3.3.2
Bewijsoverwegingen feit 4 - witwassen
Inleiding
Uit een onderzoek naar de financiële situatie van de verdachte is bij het Openbaar Ministerie het vermoeden ontstaan dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen.
De verdachte heeft salaris van drie werkgevers in de periode tussen maart 2022 en mei 2024 ontvangen ter hoogte van € 76.592,-. Volgens de officier van justitie zijn dit fictieve werkgevers waarvoor de verdachte feitelijk niet werkzaam was, die geen zichtbare bedrijfsactiviteiten ontplooiden en enkel bestonden met als doel een ogenschijnlijk legaal inkomen voor werknemers te verschaffen. De verdachte wordt verweten dat hij van het loon dat hij hieruit heeft ontvangen tezamen en vereniging met anderen de herkomst heeft verhuld, terwijl hij wist dat dit uit enig misdrijf afkomstig was.
Ook is er op 15 november 2023 een bedrag ter hoogte van € 28.000,- overgeboekt op de rekening van de verdachte, door zijn zus [zus] . Ook ten aanzien van dit bedrag wordt de verdachte verweten dat hij tezamen en in vereniging met anderen de herkomst heeft verhuld terwijl hij wist dat dit uit enig misdrijf afkomstig was.
Naast deze bedragen is er op 12 juni 2024 een bedrag van € 9.724,25 aangetroffen in de woning van de verdachte. Het Openbaar Ministerie stelt dat dit bedrag afkomstig is uit eigen misdrijf, te weten de handel in harddrugs, en dat er sprake is van eenvoudig witwassen.
Beoordelingskader witwassen
Witwassen is strafbaar gesteld onder artikel 420bis lid 1 Sr. Uit de wetsbepaling volgt onder andere dat vereist is dat het voorwerp “afkomstig is uit enig misdrijf”. Voor een bewezenverklaring hiervan is niet vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Dit betekent dus dat uit de bewijsmiddelen niet behoeft te kunnen worden afgeleid door wie, wanneer en waar dit misdrijf concreet is begaan. Wel is voor een veroordeling ter zake van dit wetsartikel vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit
enigmisdrijf.
Dat een voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf kan, als op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen met een bepaald misdrijf, toch bewezen worden geacht als het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit misdrijf afkomstig is.
Als door het Openbaar Ministerie feiten en omstandigheden zijn aangedragen die een vermoeden rechtvaardigen dat het niet anders kan dan dat het voorwerp uit misdrijf afkomstig is, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft waaruit volgt dat het voorwerp niet van enig misdrijf afkomstig is. De omstandigheid dat deze verklaring van de verdachte mag worden verlangd, houdt niet in dat het aan de verdachte is om aannemelijk te maken dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is.
Als de verdachte een dergelijke verklaring heeft gegeven, ligt het op de weg van het Openbaar Ministerie nader onderzoek te doen naar die verklaring. Mede op basis van de resultaten van dat onderzoek zal moeten worden beoordeeld of ondanks de verklaring van de verdachte het witwassen bewezen kan worden op grond dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Als zo een verklaring is uitgebleven, mag de rechter die omstandigheid betrekken in zijn bewijsoverwegingen.
Lening [zus] – partiële vrijspraak
Uit het dossier volgt dat er op 15 november 2023 een bedrag ter hoogte van € 28.000,- is overgemaakt naar het rekeningnummer van de verdachte, vanaf de rekening van de zus van de verdachte, met de omschrijving “ [omschrijving] ”. Een overeenkomstig bedrag is daarvoor in twee delen naar haar rekening overgemaakt vanaf een bankrekening op naam van [A] .
Niet is gebleken van een rechtstreeks verband tussen de het op de rekening van de verdachte gestorte bedrag en een specifiek misdrijf. De vragen die de rechtbank daarom dient te beantwoorden, en die voortvloeien uit het hiervoor besproken beoordelingskader, zijn:
is er sprake van een witwasvermoeden en zo ja,
heeft de verdachte een concrete, verifieerbare en niet op voorhand onwaarschijnlijke verklaring afgelegd dat het geldbedrag niet uit misdrijf afkomstig is.
De rechtbank leidt uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting de volgende feiten en omstandigheden af. Op 15 november 2023 in totaal € 28.000,- overgemaakt van de rekening van de heer [A] naar de rekening van de zus van de verdachte, met als omschrijving ‘lening’. Binnen een half uur na de laatste overboeking is ditzelfde bedrag aan de verdachte overgemaakt, met als omschrijving ‘ [omschrijving] ’. Deze constructie is opmerkelijk en vond plaats kort vóór de periode waarvan bewezen is verklaard dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de handel in harddrugs, terwijl ook de verdenking bestaat dat de verdachte ten tijde van de overboekingen loon ontving uit fictieve dienstverbanden. Op grond hiervan is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een gerechtvaardigd vermoeden van witwassen.
De zus van de verdachte heeft op 12 februari 2025 bij de rechter-commissaris verklaard dat zij het geldbedrag had overgemaakt ten behoeve van de aankoop van de woning van de verdachte. Zij verklaarde dat een schenking door een familielid het verkrijgen van een hypotheek vergemakkelijkt en dat zij, omdat zij de verdachte geen geld wilde lenen, het bedrag via een vriend van de familie heeft laten doorstorten om het vervolgens via haar rekening over te maken. De verdachte heeft ter terechtzitting van 17 december 2025 overeenkomstig verklaard. Volgens de verdachte, en ook de zus van de verdachte, is deze familievriend, de heer [A] , voldoende vermogend om een dergelijk bedrag te lenen aan de verdachte.
De rechtbank is van oordeel dat de verdachte daarmee een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk verklaring heeft gegeven dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is en dat het Openbaar Ministerie nader onderzoek naar die verklaring had kunnen verrichten. Echter, nu een nader onderzoek naar de verklaring van de verdachte door het Openbaar Ministerie achterwege is gebleven, kan niet worden geoordeeld dat het niet anders kan zijn dan dat het ten laste gelegde voorwerp, te weten het geldbedrag van € 28.000,- uit enig misdrijf afkomstig is. Hoewel is geprobeerd de heer [A] als getuige te horen, heeft hij geweigerd een verklaring af te leggen. Het Openbaar Ministerie had de inhoud van de verklaring van de verdachte en zijn zus langs andere wegen kunnen onderzoeken, maar heeft daarvan afgezien. Dit betekent dat niet is bewezen dat de verdachte dit onderdeel van het ten laste gelegde feit 4 heeft witgewassen, zodat hij van dit onderdeel moet worden vrijgesproken.
Loon uit (fictieve) dienstverbanden
Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte in de periode vanaf 4 maart 2022 tot en met mei 2024 loon heeft ontvangen van de vennootschappen [bedrijf 1] B.V., [bedrijf 2] B.V. en [bedrijf 3] , voor in totaal een bedrag van € 76.592,-. De verdediging heeft betoogd dat de verdachte wel degelijk werkzaamheden heeft verricht voor genoemde bedrijven en in ruil daarvoor loon heeft ontvangen. De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij voor deze bedrijven onder meer heeft geklust en schoongemaakt, en dat hij hard heeft gewerkt.
Uit de bewijsmiddelen blijkt niet van een rechtstreeks verband tussen de loonbetalingen aan de verdachte en een specifiek misdrijf. De vragen die de rechtbank daarom wederom dient te beantwoorden zijn:
is er sprake van een witwasvermoeden en zo ja,
heeft de verdachte een concrete, verifieerbare en niet op voorhand onwaarschijnlijke verklaring afgelegd dat de ontvangen loonbetalingen niet uit misdrijf afkomstig zijn.
De rechtbank is het met de officier van justitie eens dat zich in het dossier ten aanzien van het door de verdachte ontvangen loon verschillende bewijsmiddelen bevinden die erop wijzen dat dit loon fictief is, dat de verdachte hiervoor geen werkzaamheden heeft verricht en dat derhalve sprake is van een witwasvermoeden. De rechtbank licht dit als volgt toe.
Ten aanzien van [bedrijf 1] B.V. bevindt zich in het dossier een chatgesprek tussen [medeverdachte] en een persoon genaamd ‘ [B] ’, waarin afspraken worden gemaakt over het opmaken van een vervalste salarisspecificatie. Op deze salarisspecificatie staat het loonheffingsnummer van [bedrijf 1] B.V. vermeld. De opmaak van de aan de verdachte geadresseerde salarisspecificaties in het dossier vertoont grote gelijkenissen met de valse salarisspecificatie die [B] voor [medeverdachte] heeft opgemaakt.
De rechtbank leidt uit de volgende feiten en omstandigheden af dat er bij [bedrijf 1] B.V., [bedrijf 2] B.V. en [bedrijf 3] sprake was van gefingeerde geldstromen zonder daadwerkelijke bedrijfsactiviteiten. Uit bankgegevens en gegevens van de Belastingdienst met betrekking tot [bedrijf 1] B.V. blijkt dat de loonbetalingen van het bedrijf niet in verhouding staan tot de behaalde omzet. Ook bestaat er een groot verschil tussen het aantal opgegeven werknemers bij de Belastingdienst en het aantal werknemers in het dossier van de Kamer van Koophandel (hierna: KvK). Bovendien heeft degene die als eigenaar van [bedrijf 1] B.V. staat geregistreerd, verklaard dat hij niet wist dat dit bedrijf op zijn naam stond, en dat hij niets afweet van het bedrijf.
Ten aanzien van [bedrijf 2] B.V. en [bedrijf 3] (beide met hetzelfde KvK-nummer, maar een andere handelsnaam) volgt uit het dossier dat [C] eigenaar is van deze bedrijven. Op de twee bekende vestigingsadressen van deze bedrijven is geen enkele aanwijzing aangetroffen dat zich daar een bedrijf van [C] zou bevinden. De moeder van [C] heeft verklaard dat haar zoon geen eigen bedrijf heeft en daar ook het niveau niet voor heeft. Uit een analyse van de bankgegevens van [bedrijf 3] blijkt dat in een periode van 8,5 maand een bedrag van ongeveer € 1,2 miljoen over de rekening is gegaan. [C] heeft hieruit geen loon ontvangen, ontving een uitkering van het UWV en werkte daarnaast nog bij een andere B.V. Overboekingen die werden gedaan betroffen steeds ronde bedragen, hetgeen opmerkelijk is voor een bedrijf, mede gelet op het feit dat de bedragen inclusief btw zouden moeten zijn. Verder werd vrijwel dagelijks een bedrag van € 1.000,- aan contanten gepind van de bankrekening van dit bedrijf. Een persoon die interesse had om te gaan werken bij [bedrijf 2] B.V. en [bedrijf 3] , heeft verklaard daar nooit te hebben gewerkt, maar wel driemaal loon te hebben ontvangen van bijna € 4.000,-. Hij geeft aan dat hij dit nooit heeft hoeven terugbetalen.
Door [bedrijf 1] B.V. is in totaal € 29.000,- op de bankrekening van de verdachte gestort. Door [bedrijf 2] B.V. is aan de verdachte in totaal € 12.399,- aan loon uitbetaald. Door [bedrijf 3] is in totaal € 35.193,- aan loon uitbetaald aan de verdachte. Niet is gebleken dat de verdachte enige werkzaamheden verrichtte voor deze bedrijven. De politie heeft op basis van observaties en taplocatiegegevens geen werkzaamheden geconstateerd. Daarnaast zijn er meerdere bijzonderheden met betrekking tot deze salarisbetalingen. Zo is het opvallend dat op 7 maart 2022 door [bedrijf 1] B.V. een voorschot van € 8.000,- is overgemaakt. Nergens blijkt uit dat dit voorschot ooit is verrekend of terugbetaald. Verder zijn de overgemaakte bedragen veelal ronde bedragen, zou de verdachte aanspraak hebben gehad op een dertiende maand die hij niet heeft ontvangen en vonden salarisbetalingen nooit plaats op vaste dagen of tijdstippen.
De rechtbank komt tot het oordeel dat het onder deze omstandigheden niet anders kan dan dat de verdachte van [bedrijf 1] B.V., [bedrijf 3] B.V. en [bedrijf 2] B.V. fictief loon heeft ontvangen.
Op grond hiervan acht de rechtbank het vermoeden gerechtvaardigd dat de in de beschuldiging genoemde voorwerpen (de ontvangen geldsommen) uit enig misdrijf afkomstig zijn. Dit betekent dat van de verdachte mag worden verlangd dat hij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft waaruit blijkt dat de voorwerpen niet van misdrijf afkomstig is.
De rechtbank is van oordeel dat de verklaring die de verdachte hierover heeft afgelegd niet als zodanig kan worden aangemerkt. De rechtbank merkt daarbij op dat de verdachte pas ter terechtzitting op 17 december 2025 een verklaring heeft afgelegd, terwijl hij daartoe eerder meerdere malen de gelegenheid heeft gehad, maar daarvan geen gebruik heeft gemaakt. Daarnaast vindt de verklaring van de verdachte geen steun in het dossier. De stelling dat hij werkzaamheden heeft verricht is reeds onderzocht door het Openbaar Ministerie, waarbij niet is gebleken dat de verdachte daadwerkelijk werkzaamheden heeft uitgevoerd.
Het door de verdachte geboden tegenwicht tegen de verdenking van witwassen geeft onvoldoende aanleiding tot nader onderzoek door het Openbaar Ministerie. Er is daarom geen andere conclusie mogelijk dan dat het ten laste gelegde voorwerp, te weten het ontvangen loon ter hoogte van € 76.592,-, onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig is. Voor de rechtbank staat vast dat de verdachte, door de hiervoor besproken handelingen en omstandigheden, heeft getracht de herkomst van dit geldbedrag te verhullen en te verbergen.
Aangetroffen geldbedrag in woning – eenvoudig witwassen
Uit het dossier volgt dat op 12 juni 2024 een bedrag van € 9.724,25 werd aangetroffen in een nachtkastje in de woning van de verdachte. Bij een eerdere doorzoeking op 23 mei 2024 werd dit geldbedrag niet aangetroffen, waardoor het aannemelijk is dat dit bedrag tussen 27 mei en 12 juni 2024 in het nachtkastje gelegd is. Ten aanzien van dit bedrag wordt de verdachte beschuldigd van eenvoudig witwassen. Eenvoudig witwassen is het verwerven of voorhanden hebben van een voorwerp dat onmiddellijk afkomstig is uit enig eigen misdrijf.
De verdachte heeft ten aanzien van dit bedrag verklaard dat hij het geld heeft geleend van de heer [D] . [D] heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat hij op 1 juni 2024 een bedrag van € 5.000,- heeft uitgeleend aan de verdachte voor meubels in zijn nieuwe huis. De verdachte heeft overeenkomstig verklaard dat [D] het bedrag in goed vertrouwen aan hem heeft uitgeleend voor zijn woning, en heeft over de rest van het aangetroffen geldbedrag verklaard dat het afkomstig is van hemzelf, zijn zus en zijn vriendin.
Gelet op de omstandigheden waaronder het geldbedrag is aangetroffen, acht de rechtbank de verklaring van de verdachte dat een deel van het bedrag door hem is geleend en deels van hem zelf is, niet aannemelijk. Het relatief hoge geldbedrag is in een tijdsbestek van slechts enkele weken in het nachtkastje terechtgekomen. Het geld werd aangetroffen in stapeltjes, die met elastiekjes bij elkaar werden gehouden, wat typerend is voor witwassen. De rechtbank acht het bovendien onaannemelijk dat er voor het uitlenen van een dergelijk bedrag geen schriftelijke afspraken gemaakt zouden zijn. Ook neemt de rechtbank in aanmerking dat het bedrag is aangetroffen rondom de periode waarin bewezen verklaard is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de handel in harddrugs. Het telefoongesprek tussen de verdachte en [D] van 25 juni 2024 is naar het oordeel van de rechtbank een (vergeefse) poging om met elkaar een verhaal over legale herkomst van het geld af te stemmen. De rechtbank leidt uit de bewijsmiddelen en hetgeen hiervoor is overwogen af dat het onder de verdachte in beslag genomen contante geldbedrag van € 9.724,25 afkomstig is uit de verkoop van drugs.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte dit geldbedrag van in totaal € 9.724,25 heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat dat geldbedrag onmiddellijk afkomstig was uit zijn eigen misdrijf, te weten de handel in drugs.
Medeplegen
De rechtbank acht ten aanzien van het witwassen wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte dit in nauwe en bewuste samenwerking met anderen heeft gepleegd. Ten aanzien van het geldbedrag dat afkomstig is uit fictieve dienstverbanden volgt het samenwerkingsverband uit de wijze waarop de organisatie is ingericht. Zo staan verschillende personen op de loonlijsten en lijkt sprake te zijn van een duidelijke organisatiestructuur, waarbij fictief loon wordt uitbetaald en in samenwerking met anderen verhullingshandelingen worden verricht.
Ten aanzien van het eenvoudig witwassen van het bedrag van € 9.724,25 is er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat verdachte dit feit tezamen en in vereniging met anderen heeft gepleegd. Verdachte zal in zoverre worden vrijgesproken van het tenlastegelegde medeplegen.
Conclusie ten aanzien van feit 4
Resumerend acht de rechtbank, gelet op het voorgaande en de gebezigde bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 4 ten laste gelegde heeft begaan op de wijze zoals onder paragraaf 3.4 is bewezen verklaard. De rechtbank spreekt de verdachte partieel vrij van het gedeelte dat ziet op het geldbedrag van € 28.000,- afkomstig van de rekening van zijn zus, zoals hiervoor overwogen.
3.3.3
Bewijsoverwegingen feit 3 - hypotheekfraude
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de documenten die aan de hypotheekaanvraag ten grondslag liggen niet vervalst zijn. Volgens de verdediging is er daarom geen sprake geweest van fictieve dienstverbanden. De verdediging voert verder aan dat, als al sprake is van onvolkomenheden in de documenten, de verdachte daarvan niet automatisch op de hoogte was. De verdachte heeft volgens de verdediging noch documenten valselijk opgemaakt, noch opzettelijk valse documenten gebruikt, noch opzet gehad op het medeplegen daarvan.
De rechtbank oordeelt anders en overweegt hiertoe als volgt. In de voorgaande overwegingen heeft de rechtbank geoordeeld dat het niet anders kan dan dat de verdachte geen werkzaamheden heeft verricht voor de bedrijven waarvoor hij loon heeft ontvangen en dat derhalve sprake is van fictieve dienstverbanden. Uit deze fictieve dienstverbanden heeft de verdachte geld gegenereerd. De rechtbank stelt op basis van het dossier vast dat de verdachte bij zijn hypotheekaanvraag een salarisstrook (betaling week 37–40 2023), een uitdraai van het UWV met gewerkte uren, loongegevens en arbeidsverleden, alsmede een werkgeversverklaring van [bedrijf 2] B.V. heeft aangeleverd.
In de aangeleverde documenten zijn verschillende afwijkingen geconstateerd, waaruit blijkt dat het om valselijk opgemaakte documenten gaat. Een aantal hiervan is reeds eerder uiteengezet, met name ten aanzien van onregelmatigheden in de salarisbetalingen, waaronder een niet-terugbetaald voorschot, een niet-uitgekeerde dertiende maand en veelvuldig overgemaakte ronde bedragen. De valsheid van de documenten blijkt verder duidelijk uit de opgevraagde UWV-gegevens en uit de UWV-documenten die de verdachte zelf heeft aangeleverd. Deze komen voor het jaar 2022 in het geheel niet met elkaar overeen: uit de door de verdachte overgelegde stukken blijkt dat hij in 2022 een werkverleden zou hebben, terwijl dit niet volgt uit de gegevens van het UWV.
Door het zetten van zijn handtekening op het hypotheekaanvraagformulier heeft de verdachte verklaard dat de door hem aangeleverde gegevens juist zijn en dat hij geen informatie heeft achtergehouden. Door documenten te overleggen die zijn opgemaakt op basis van fictieve dienstverbanden heeft de verdachte de hypotheekaanvraag opzettelijk onderbouwd met valse informatie. De rechtbank komt daarom tot een bewezenverklaring van het onder feit 3 ten laste gelegde feit.
Pleegperiode
De rechtbank acht de periode waarin dit feit heeft plaatsgevonden bewezen tot het moment dat de aanvraag voor de kredietovereenkomst is ondertekend, namelijk op 28 november 2023. De rechtbank spreekt de verdachte vrij van het overige deel van de ten laste gelegde periode.
Medeplegen
Vast is komen te staan dat de verdachte de documenten in nauwe en bewuste samenwerking met anderen heeft vervalst, onder meer door het opmaken van een valse salarisspecificatie. De rechtbank acht daarom ook het onder feit 3 ten laste gelegde medeplegen wettig en overtuigend bewezen voor zover het gaat om het opmaken van de vervalste documenten. Er is geen aanleiding om medeplegen bewezen te verklaren ten aanzien van het indienen van de documenten, daarom zal de verdachte daarvan worden vrijgesproken.
Conclusie ten aanzien van feit 3
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte in de periode van 4 maart 2022 tot en met 28 november 2023 tezamen en in vereniging met een of meer anderen de bij een hypotheekaanvraagformulier behorende bijlagen/documenten, die dienden tot bewijs van de inkomstenpositie van de verdachte, valselijk heeft opgemaakt en vervalst, met het oogmerk deze als echt en onvervalst te gebruiken. Verder acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte van deze documenten opzettelijk gebruik heeft gemaakt als waren zij echt en onvervalst, terwijl hij wist dat deze bestemd waren voor zodanig gebruik.
3.4
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
feit 1
in de periode van 1 januari 2024 tot en met 22 mei 2024 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd,
- een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en
- een hoeveelheid van een materiaal bevattende 3-mmc
- een hoeveelheid van een materiaal bevattende 2c-b en
- een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne
zijnde amfetamine, 3-mmc, 2c-b en cocaïne, telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
feit 2
op 23 mei 2024 te Almere opzettelijk aanwezig heeft gehad 5,02 gram cocaïne, zijnde cocaïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
feit 3
in de periode van 4 maart 2022 tot en met 28 november 2023 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, (telkens) geschriften bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten de bij een hypotheekaanvraagformulier behorende bijlagen/documenten valselijk heeft opgemaakt en vervalst met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken bestaande die valsheid uit onjuiste opgave van inkomstengegevens aan de bank ter financiering en verkrijging van een hypothecaire lening met betrekking tot de woning gelegen aan de [adres 1] te [plaats 2]
en
in de periode van 4 maart 2022 tot en met 28 november 2023 in Nederland, opzettelijk één of meer geschriften die bestemd zijn om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten de bij een hypotheekaanvraagformulier behorende bijlagen/documenten, als waren deze echt en onvervalst, bestaande die valsheden erin dat, valselijk en in strijd met de waarheid, op die geschriften staat vermeld een onjuiste opgave van inkomstengegevens aan de bank ter financiering en verkrijging van een hypothecaire lening met betrekking tot de woning gelegen aan [adres 1] te [plaats 2] en bestaande dat doen gebruikmaken erin dat hij, verdachte,
- dat hypotheekaanvraagformulier en de daarbij horende documenten heeft ingediend bij de bank en
- op basis waarvan die bank een of meer hypothecaire leningen heeft verstrekt en uitbetaald;
feit 4
omstreeks de periode van 4 maart 2022 tot en met 12 juni 2024 in Nederland, (ten aanzien van het eerste gedachtestreepje tezamen en in vereniging met een of meer anderen), van meerdere voorwerpen, te weten
- een geldbedrag met een totaalbedrag van € 76.592,00 de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en de verplaatsing heeft verborgen en verhuld, terwijl hij wist, dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf
en
- een voorwerp, te weten een geldbedrag van € 9.724,25, heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerp – onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig eigen misdrijf.
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.

4.Kwalificatie en strafbaarheid

4.1
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
Feit 1
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de
Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
Feit 2
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven
verbod;
Feit 3
medeplegen van een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen,
valselijk opmaken of vervalsen, met het oogmerk om het als echt en onvervalst te
gebruiken of door anderen te doen gebruiken,
en
opzettelijk gebruikmaken van een vervalst geschrift, als bedoeld
in artikel 225 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst;
Feit 4
medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd, en
eenvoudig witwassen
4.2
Strafbaarheid feiten en verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

5.Straf en/of maatregel

5.1
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van
17 maanden, met aftrek van het voorarrest.
5.2
Standpunt van de verdediging
De verdediging verzoekt om aan de verdachte geen gevangenisstraf op te leggen die langer is dan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. De advocaat verzoekt bij de strafoplegging in strafmatigende zin onder meer rekening te houden met het feit dat de verdachte al meer dan een jaar in voorlopige hechtenis verblijft, dat dit de eerste keer is dat hij met justitie in aanraking komt wegens een verdenking van overtreding van de Opiumwet, dat hij zijn woning noodgedwongen heeft moeten verkopen en dat hij het door lichamelijke klachten extra zwaar heeft in detentie.
5.3
Oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van deze straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan vier strafbare feiten die allemaal verband hebben met ondermijnende criminaliteit. De verdachte heeft zich gedurende bijna een half jaar samen met anderen schuldig gemaakt aan de handel in harddrugs. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het bezit van 5,02 gram cocaïne, witwassen en valsheid in geschrifte.
Het is een feit van algemene bekendheid dat harddrugs sterk verslavend zijn, en ernstige schade toebrengen aan de volksgezondheid. Het gebruik leidt niet alleen tot gezondheidsproblemen bij gebruikers, maar veroorzaakt ook aanzienlijke maatschappelijke schade. De ervaring leert dat de (georganiseerde) handel in harddrugs veelal gepaard gaat met andere vormen van criminaliteit, zoals geweldsdelicten en vermogenscriminaliteit, en dat hiervan een toenemend ondermijnend effect uitgaat op de rechtsstaat. De verdachte kan, gelet op zijn rol, als medeverantwoordelijk worden gehouden voor deze gevolgen. Door zijn gedragingen heeft de verdachte hieraan bijgedragen en kan hij daarvoor mede verantwoordelijk worden gehouden.
De verdachte heeft van de opbrengsten een bedrag van bijna € 90.000,- witgewassen. Hierdoor heeft hij de illegale herkomst daarvan geprobeerd te verhullen. Dit leidt tot een vermenging van crimineel en legaal geld en tast de integriteit van het financiële systeem aan.
Bovendien heeft de verdachte door het opmaken en gebruiken van vervalste documenten een bank op slinkse wijze misleid om hem een hypotheek te verstrekken. Door deze handelwijze heeft hij de bank ertoe bewogen een bedrag van € 300.000,- aan hem te verstrekken. Hiermee heeft hij het vertrouwen dat banken moeten kunnen stellen in de juistheid van verstrekte informatie ernstig geschaad. Dergelijk handelen brengt financiële risico’s mee voor de bank en ondermijnt het vertrouwen in het financiële verkeer.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
De rechtbank houdt rekening met het strafblad van de verdachte van 2 december 2025. Daaruit blijkt dat de verdachte de afgelopen vijf jaren niet is veroordeeld voor soortgelijke feiten. De rechtbank zal het strafblad van de verdachte daarom niet in strafverzwarende dan wel strafmatigende zin meewegen.
Verder houdt de rechtbank rekening met een rapportage van Reclassering Nederland van 28 maart 2025. Uit dit rapport blijkt dat financiële motieven veelal ten grondslag lijken te liggen aan het delictgedrag van de verdachte. De financiën van de verdachte, met name het beperkte inkomen en aanwezige schuldenproblematiek, worden door de reclassering dan ook als voornaamste risicofactor gezien. Tevens heeft de reclassering zorgen geuit over verschillende leefgebieden, te weten de dagbesteding, sociaal netwerk en het psychosociaal functioneren en houding van de verdachte. De reclassering ziet geen mogelijkheden om met interventies of toezicht risico’s te beperken of gedragsverandering te bewerkstelligen, en adviseert daarom in beginsel een straf zonder bijzondere voorwaarden.
Strafkader
Om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen, werken strafrechters met landelijke oriëntatiepunten. Deze zijn gebaseerd op opgelegde straffen in andere, vergelijkbare zaken. Het oriëntatiepunt voor meerderjarigen voor het dealen van harddrugs vanuit een pand of op straat, gedurende drie tot zes maanden met enige regelmaat, is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden. Het oriëntatiepunt voor fraude, uitgaande van een benadelingsbedrag tussen de € 70.000,- en € 125.000,-, is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 5 tot 9 maanden.
De verdachte heeft met de gepleegde feiten bijgedragen aan de maatschappelijke problematiek die gepaard gaat met drugshandel en aan de ondermijning van de rechtsstaat. De rechtbank rekent het de verdachte in strafverzwarende zin aan dat hij deze feiten tezamen en in vereniging met anderen heeft gepleegd. De rechtbank acht de gedragingen van de verdachte volstrekt ontoelaatbaar. Gelet op het voorgaande is slechts een straf die vrijheidsbeneming met zich brengt passend.
De rechtbank heeft een kortere pleegperiode en een lager witwasbedrag bewezenverklaard dan door de officier van justitie is geëist, en zal hiermee bij de strafoplegging rekening houden. De rechtbank heeft overwogen om een deels voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden op te leggen, mede omdat sprake is van een eerste veroordeling van de verdachte voor dit soort feiten. Omdat de reclassering echter geen meerwaarde ziet van een toezichtskader en de verdachte zich bovendien in juni 2025 niet heeft gehouden aan de hem opgelegde schorsingsvoorwaarden, ziet de rechtbank geen aanleiding voor het opleggen van een voorwaardelijk strafdeel. Verder doet een straf gelijk aan het voorarrest, zoals door de verdediging bepleit, onvoldoende recht aan de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd.
Gelet op dit alles legt de rechtbank aan de verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden op, met aftrek van het voorarrest.
Tenuitvoerlegging van de straf
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.
De voorlopige hechtenis
De rechtbank heft het bevel tot voorlopige hechtenis op met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan de opgelegde vrijheidsstraf.

6.Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straf is gebaseerd op de volgende wetsartikelen:
  • artikel 47, 57, 225, 420bis en 420bis.1 van het Wetboek van Strafrecht;
  • artikel 2 en 10 van de Opiumwet;
zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

7.De beslissing

De rechtbank:
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 tot en met 4 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;
strafbaarheid verdachte
- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;
straf en/of maatregel
- veroordeelt de verdachte tot
een gevangenisstraf van 14 (veertien) maanden;
- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
voorlopige hechtenis
- heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan de opgelegde vrijheidsstraf.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.F. Hammerle, voorzitter, mrs. H.C. Piet en R.W. Nederveen, rechters, in tegenwoordigheid van mrs. K. Dam en E.C. Kasper-Kerkdijk als griffiers en is in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2026.
De oudste rechter is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is na wijziging en nadere omschrijving van de tenlastelegging ten laste gelegd dat:
feit 1
hij op of omstreeks de periode van 18 september 2023 tot en met 12 juni 2024 te Almere en/of Lelystad, althans Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,
- een (gebruikers)hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of
- een (gebruikers)hoeveelheid van een materiaal bevattende 3-mmc
- een (gebruikers)hoeveelheid van een materiaal bevattende 4-mmc en/of
- een gebruikershoeveelheid van een materiaal bevattende 2c-b en/of
- een gebruikershoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne
zijnde amfetamine en/of 3-mmc en/of 4-mmc en/of 2c-b en/of cocaïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
feit 2
hij op of omstreeks 23 mei 2024 te Almere
opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 5,02 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen
krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
feit 3
hij, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 4 maart 2022 tot en met 13 juni 2024 te Almere, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
(telkens) een of meer geschrift(en) bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten (een) (hypotheek) aanvraagformulier (en) en/of de daarbij horende bijlagen/documenten valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst
met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken bestaande die valsheid uit onjuiste opgave van (reeds bestaande) financiële verplichtingen en/of inkomstengegevens aan (de) bank(en) ter financiering en verkrijging van een hypothecaire lening met betrekking tot de onroerende za(a)k(en/woning(en) gelegen aan het [adres 1] te [plaats 2]
en/of
hij op een of meer tijdstip (pen) in of omstreeks de periode van 4 maart 2022 tot en met 13 juni 2024 te Almere , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk één of meer, geschriften die bestemd zijn om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten (een) (hypotheek)aanvraagformulier(en) en/of de daarbij horende bijlagen/documenten als ware(n) deze echt en onvervalst, bestaande die valshe(i)d(en) erin dat, valselijk en/of in strijd met de waarheid, op die geschriften staat vermeld en/of opgenomen een onjuiste opgave van (reeds bestaande) financiële verplichtingen en/of inkomstengegevens aan
(de) bank(en) ter financiering en verkrijging van een hypothecaire lening met betrekking tot de onroerende za(a)k(en/woning(en) gelegen aan [adres] te [woonplaats] en bestaande dat (doen) gebruikmaken erin dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s),
- die (hypotheek)aanvraagformulier(en) en/of de daarbij horende bijlagen/documenten heeft/hebben ingediend en/of laten indienen bij (de) bank(en) en/of
- op basis waarvan die (de) bank(en) een of meer hypothecaire leningen heeft/hebben verstrekt en/of uitbetaald;
feit 4
hij op of omstreeks de periode van 4 maart 2022 tot en met 12 juni 2024 te Almere, en/of Lelystad althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
van één of meer voorwerp(en), te weten
- een of meerdere geldbedragen met een totaalbedrag van € 114.246,25 (telkens) de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, dan wel heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op die/dat voorwerp(en), te weten voornoemd(e) geldbedrag(en), was of wie bovenomschreven voorwerp, te weten
- een of meerdere geldbedragen met een totaalbedrag van € 114.246,25 terwijl hij/zij wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat bovenomschreven voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig (al dan niet eigen) misdrijf
en/of
(telkens) één of meer voorwerp(en), te weten
- een of meerdere geldbedragen met een totaalbedrag van € 114.246,25, heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten
- een of meerdere geldbedragen met een totaalbedrag van € 114.246,25 gebruik heeft gemaakt, terwijl hij/zij wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat bovenomschreven voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig (al dan niet eigen) misdrijf;
Bijlage II: Bewijsmiddelen [2]
Bewijsmiddelen feit 1
Een proces-verbaal van bevindingen betreffende herkenning [verdachte] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 29 november 2023 was ik aan het uitkijken naar een Volkswagen Polo zwart van kleur en voorzien van kenteken [kenteken]
(de rechtbank begrijpt: [kenteken] ). [3] De auto staat op naam van [verdachte] van [geboortedatum 1] 1997 te [geboorteplaats] . Ik trof het voertuig aan op een parkeerplaats aan de Sao Paulostraat te Almere. Ik zag een man aan komen lopen die ik ambtshalve herkende als bovengenoemde [verdachte] . Ik zag dat hij naar het genoemde voertuig liep en van de parkeerplaats afreed.
Een proces-verbaal van bevindingen betreffende telefoon * [telefoonnummer 1] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op telefoonnummer [telefoonnummer 1] vindt interceptie plaats. [4] Verdachte [verdachte] is kentekenhouder van de personenauto voorzien van kenteken [kenteken] , te weten een Volkswagen Polo zwart van kleur. Op 23 november 2023 begon de interceptie, en vergeleek ik de mastlocatiegegevens van [telefoonnummer 1] en de locaties van de registraties van het kenteken [kenteken] in het ANPR-systeem. Uit deze vergelijking zijn er sterke aanwijzingen dat de telefoonlocatie van [telefoonnummer 1] dezelfde reisbeweging heeft afgelegd als het voertuig voorzien van kenteken [kenteken] . [5]
Een proces-verbaal van bevindingen betreffende stemherkenning [verdachte] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
In onderzoek Volvo vond interceptie plaats van onder andere het telefoonnummer [telefoonnummer 1] . [6] Op 28 december 2023 werd er vanaf het telefoonnummer [telefoonnummer 1] gebeld naar telefoonnummer [telefoonnummer 2] . [7] Er komt geen gesprek tot stand. Het betrof een achtergrondgesprek, een mannen stem die ik, verbalisant, herkende als de stem van [verdachte] . Blijkbaar had [verdachte] een gesprek met iemand die bij hem was terwijl hij
aan het bellen was.
Een proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 20 januari 2024 is het vermoeden dat verdachte [medeverdachte] gebruik heeft gemaakt van de dealtelefoon [telefoonnummer 1] . [8] Zeer vermoedelijk waren omstreeks 18:17 uur, [9] beide telefoons(nummers), [telefoonnummer 1] en [telefoonnummer 3] , in bezit/gebruik bij de gebruiker van het voertuig [kenteken] . Nadat verdachte [verdachte] , vermoedelijk [C] aan de [adres 2] heeft bezocht, is hij omstreeks 20:27 uur in zijn voertuig vertrokken. Kennelijk was [medeverdachte] bij verdachte [verdachte] danwel [C] , want het telefoonnummer [telefoonnummer 1] is overgedragen aan [medeverdachte] en is hij in een andere voertuig vetrokken met telefoonnummer [telefoonnummer 1] . Even later ontmoeten [verdachte] en [medeverdachte] elkaar weer bij de Trekweg , zoals alle locatiegegevens inzichtelijk geven. Uit onderzoek aan geïntercepteerde gesprekken van [telefoonnummer 1] en [telefoonnummer 3] blijkt dat deze contact hebben met elkaar en dat er een gesprek volgt. [10] Het gesprek bevestigt het eerdere genoemde beeld dat de telefoonnummers [telefoonnummer 1] en [telefoonnummer 3] zich niet meer bij 1 persoon bevinden, [11] maar dat het telefoonnummer [telefoonnummer 1] in gebruik is bij een ander persoon, de stem van [medeverdachte] wordt herkend.
Een proces-verbaal van bevindingen betreffende observatie 12 januari 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 12 januari 2024 werd een observatie uitgevoerd op de verdachte. [12] [verdachte] maakt gebruik van een Volkswagen Polo. Tijdens de observatie is een aantal korte ontmoetingen waargenomen.
16.12
uur: [verdachte] parkeerde de Polo op de Leeuwstraat te Almere. Een persoon stapte in en [verdachte] reed weg. De passagier stapte uit en kreeg van [verdachte] een klein voorwerp aangereikt.
16.25
uur; de Polo was geparkeerd op de Tasmaniëstraat te Almere. [verdachte] had contact met de bestuurder van een Ford.
16.31
uur: [13] De Polo stond geparkeerd op de Hoopstraat te Almere. [verdachte] had kort contact met een man.
16.52
uur: De Polo stond geparkeerd op de Frangois Valentijnstraat te Almere. Er stapte een man in de Polo waarna die wegreed. Deze man bleef in de auto tot 17.07 uur.
16.59
uur: De Polo stond geparkeerd op het Schonenvaart te Almere. Naast de Polo werd een Citroën geparkeerd. De bestuurder van de Citroën stapte uit en daarna als passagier in de Polo.
17.34
uur; De Polo stond geparkeerd op de Hopperzuigerstraat te Almere. [verdachte] maakte kort contact met de bestuurder van een Volkswagen.
Een proces-verbaal van bevindingen betreffende observatie 5 april 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op vrijdag 5 april 2024 hebben wij geobserveerd en hebben daarbij de volgende bevindingen gedaan: [14]
16.37
uur: Ik zag dat [verdachte] als bestuurder in de Volkswagen [kenteken] zat.
17.1
uur: [15] Ik zag dat er een personenauto, een Fiat, naast de Volkswagen [kenteken] werd geparkeerd. Ik zag dat een vrouw uit de Fiat stapte, en als passagier rechts voorin de Volkswagen stapte.
17.11
uur: Ik zag dat de vrouw twee biljetten van 20 euro gaf aan [verdachte] .
17:12 uur: Ik zag dat de vrouw uitstapte en als bestuurder in de Fiat stapte en vertrok.
17.42
uur: [16] Ik zag dat de bestuurder van een bromfiets naar de Volkswagen [kenteken] reed en contact maakte met [verdachte] . Ik zag dat de bestuurder van de bromfiets als passagier rechtsvoor instapte in de Volkswagen. Ik zag dat de bestuurder van de bromfiets een kort moment later uitstapte en op de bromfiets stapte.
17:57 uur. Ik zag dat de Volkswagen [kenteken] werd geparkeerd. Ik zag dat een man rechtsvoor in de Volkswagen stapte als passagier. Ik zag dat de man een wit klein envelopje kreeg van [verdachte] . Ik zag dat de man uitstapte en dat de Volkswagen vertrok.
Een proces-verbaal van bevindingen betreffende belastende chats telefoon verdachte [verdachte] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Een roze telefoon iPhone 14 werd bij verdachte [verdachte] aangetroffen en direct in beslag genomen. [17] Ondanks een automatische instelling waarbij WhatsApp-chats na een bepaalde tijd verdwijnen werden chats aangetroffen.
Op [geboortedatum 1] 2024 hebben telefoonnummers [telefoonnummer 1] met chatnaam [chatnaam 1] en telefoon [telefoonnummer 12] met chatnaam [chatnaam 2] een gesprek. [18]
[geboortedatum 1] 2024
[chatnaam 2] : Hallo ik ben op zoek naar [chatnaam 6] in Ijmuiden. Heb je
[chatnaam 1] : Jaa
[chatnaam 2] : Wat zijn de prijzen?
[chatnaam 1] : Hoe kom je aan mijn nummer
[chatnaam 2] : […] 2 gr graag, wat kost dat?
[chatnaam 1] : […] 40€
[chatnaam 2] : Wow zo veel Normaal was het 20 oke 40 is goed. Contact? Gaat dat lukken. Ik ben met 3 kwartier in Almere als dat makkelijker is.
Tussen 22-02-2024 tot 3-5-2024 hebben telefoonnummers [telefoonnummer 1] met chatnaam [chatnaam 1] en telefoon [telefoonnummer 4] met chatnaam [chatnaam 3] gesprekken. [19]
22-02-2024
[chatnaam 3] : Goedemiddag, ik ben aan jouw nummer gekomen via [E] . Ik
ben namelijk nog op zoek naar miauw. Kwam er net pas achter dat
ik niks meer heb1 [E] zei dat ik dat misschien via jou kon
regelen. Is dat mogelijk. Groet [F]
[chatnaam 1] : Goedemiddag, zeker gab, hoeveel zocht je.
[chatnaam 3] : Zo snelle reactie haha, 2gr is voldoende
[chatnaam 1] :40€ is dat man, wanneer zou je willen?
3-05-2024
[chatnaam 3] : Goedemiddag! Ik zou graag weer wat bij je willen bestellen als
dat kan. Net als vorige keer 2 gr miauw is dat mogelijk?
[chatnaam 1] : Yoo yes, rij je na bloemen buurt.
[chatnaam 3] Top ik kan over ongeveer 10 min vertrekken vanuit Lelystad. Dan
kan ik naar Bloemenbuurt komen.
[chatnaam 1] : Yoo ik ben hier man
Tussen 22-4-2024 en 28-04-2024 hebben telefoonnummers [telefoonnummer 1] met chatnaam [chatnaam 1] (in gebruik bij [verdachte] ) en telefoon [telefoonnummer 5] met chatnaam [chatnaam 4] een gesprek.
22-04-2024
[chatnaam 4] : Yoo man heb je 25 wit bij bierfabriek. […]
[chatnaam 4] : Hoe lang dan maatje
[chatnaam 1] : Yo 10 min is me maatje er
26-05-2024
[chatnaam 4] : Hoeveel voor een halfje sos en 12 diaz.
[chatnaam 1] : 60€ […]
[chatnaam 1] : Me maatje gaat komen nu
Tussen 28-04-2024 tot 22-5-2024 hebben telefoonnummers [telefoonnummer 1] met chatnaam [chatnaam 1] en telefoon [telefoonnummer 6] met chatnaam [chatnaam 5] gesprekken. [20] 1 raket betekent 2C-B. Dit is tripmiddel dat ook in poedervorm te krijgen is.
22-05-2024
[chatnaam 5] : 1 raket
[chatnaam 1] : Yo ok
[chatnaam 5] : kom via dijk moet doe mere geld pinnen, rij die mercedes niet te
diep in Almere G B
[chatnaam 1] : Maatje contact je, 70€ totaal
[chatnaam 5] : Top
Tussen 16-04-2024 tot 22-5-2024 hebben telefoonnummers [telefoonnummer 1] met chatnaam [chatnaam 1] en telefoon [telefoonnummer 7] met chatnaam [chatnaam 6] gesprekken. [21]
22-05-2024
[chatnaam 6] : heb je 5snel voor me? Altvioolstraat 4
[chatnaam 1] : jaa eten en dan jou.
Een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] op 12 juni 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
V: Wij hebben chats gevonden in de telefoon van de dealer, [22] waarin jij om zogenaamde “Miauw” vraagt. Wat is Miauw?
A: Miauw staat voor 3mmc.
Een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] op 12 juni 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
V: Beschrijf eens hoe deze dealer er uit ziet? [23]
A Persoon 1: Bril op, lekker ruikend, veel aftershave, kleine van lengte dan ik, ik ben 174 cm lang, dun postuur, baardgroei, geen snor. Op dit moment kan ik niet op anderen komen dan persoon 1.
O: Ik toon je kort één foto met één persoon erop.
V: Wat kun je hierover vertellen?
A: Ja die komt mij bekend voor. Dit is persoon 1 die ik zojuist omschreef
V: Waaraan herken je deze persoon?
A: Aan zijn gezicht, dat baardje he.
V: Als je drugs bij deze dealer bestelt, komt dan wel eens iemand anders de drugs brengen?
A: Ja.
V: Wij hebben chats gevonden in de telefoon van de dealer, tussen de dealer en jou, [telefoonnummer 7] . In de chat vraag jij de dealer om 5snel. Wat is 5snel?
A: Dat is speed
V: Wat is de prijs voor 5snel?
A: Dat is 40 euro.
Een proces-verbaal van verhoor van een anonieme getuige op 12 juni 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergeven:
V: Op vrijdag 5 april 2024 is gezien dat jij instapte in een zwarte VW Golf met kenteken [kenteken] . Er werd gezien dat jij 2 x 20 eurobiljetten gaf aan de bestuurder van deze Volkswagen. Wat kreeg jij van hem voor die 40 euro?
A: 2 zakjes met pep, ik denk per zakje 1 gram en dan totaal 4 gram denk ik.
V: Beschrijf eens hoe deze dealer er uit ziet?
A: Petje op, zonnebrilletje had hij op , getinte huidskleur, volgens mij kwam het haar wel tot
zijn oren. Ik weet ook niet hoe die heet ofzo,
O: Ik toon je kort één foto met één persoon erop.
V: Wat kun je hierover vertellen?
A: Ja dat klopt. Die komt me wel bekend voor, volgens mij is dit hem wel. Hij had toen wel
een petje en een bril op.
V: Waaraan herken je deze persoon?
A: Aan zijn mond en zijn baard.
V: Hoe bereikte je hem?
A: Via zijn nummer, die heb ik nu niet meer, die heb ik uit mijn telefoon gehaald.
V: Hoe ging dat bestellen?
A: Volgens mij telefonisch gewoon.
Een proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op het geïntercepteerde telefoonnummer [telefoonnummer 1] , [24] zijn de volgende sms-berichten
binnengekomen:
Datum:
12/01/2024
Beller:
[telefoonnummer 8]
Gebelde:
[telefoonnummer 1]
Inhoud:
Yo gappie, kan jij een mooi onversneden halve brengen naar me?
Datum:
13/01/2024
Beller:
[telefoonnummer 9]
Gebelde:
[telefoonnummer 1]
Inhoud:
Hi, kan ik zo pillen kopen?
Een proces-verbaal van bevindingen betreffende onderzoek GSM-telefoon [verdachte] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 22 mei 2024 is verdachte [verdachte] aangehouden. [25] Hierbij is onder andere een telefoon voorzien van telefoonnummer [telefoonnummer 1] onder verdachte [verdachte] in beslag genomen en deels onderzocht.
Telefoonnummer [26]
Ik zag dat de telefoonnummers [telefoonnummer 1] was gekoppeld aan de WhatsApp-applicatie die was geïnstalleerd op de telefoon. Ik zag dat een ander telefoonnummer te weten [telefoonnummer 10] was gekoppeld aan het Signal applicatie die op de telefoon geïnstalleerd was. Op 13 februari 2019 wordt een wachtwoord gebruikt met de naam “ [wachtwoord] ”. Ik zie dat er in de applicatie Signal meerdere berichten te lezen zijn, [27] welke sterke vermoedens geven van handel in verdovende middelen en dat de gebruiker van deze telefoon een aansturende rol heeft.
Notities [28]
Creation time
Modification time
Inhoud
13-1-2023
22-05-2024
Werd
Per maand 157 termijn 36
Rich gekregen ; 1k daarna 2,5k of (1,5)+1,5k+ 500 = 5,5 nu + 1k = 6,5
[telefoonnummer 11] [chatnaam 7]
[e-mailadres 1]
Code Lebara :
30002119912497=106
31911377240354=206
Som: 7500 tot. Invest = 5200 ong
Som ; 13255 tot aan do.
Uitgave; Nu 1680
Uitgave Waggi 3k totaal= 1300 1 e keer nog over en 1700 2e
waggi.1780 voor wagi niet gerekend nog = 535 zijn deel.
14935 totaal omzet
230 pof + = 15165+ 200 Geert = tot omz
4550 = 60p
5300= 70p
Gekreg ;
Afgepakt; 30 gr.= 750 1100 = 1850 cash. 300 aan lups. Waggi 2k
waarvan 700 terug = 1300 over
[e-mailadres 2]
[chatnaam 8]
Nieuw som ; 10 gr vast gegev.
1540 lups.
100 vast
4mc,2k,10 x
Ed: 1515 x 2 nassr. 1x 1540.
10ket. 20 snoep.
1175€ gekregen.
02-12-2022
21-05-2024
Totaal Hup gegeven
Vrijdag:
[chatnaam 9]
4 m
15 irkies ongeveer
7 ket
7 miauw
3x 20 snelle
Ggw:
1e : 1650-80 rez = 1580 omztot.Uitg = 45.
Omzt-
Snelle; 2091 grijze zak
1.015 rooie zak
Droog ; 1200 gr waarvan 550 over met zak , kleine zak 30
850 overig
540 uitgav
De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 17 december 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ik heb wel gedeald. Ik wist ook dat gedurende de periode dat ik de telefoon met telefoonnummer [telefoonnummer 1] bij me had dat die telefoon te maken had met dealen in drugs. Ik had bij het dealen steeds een aantal drugs bij me in een klein gripzakje, waaronder speed en cocaïne, en ging daarmee dan langs een paar mensen. Tijdens de observatie op 5 april 2024 was ik aan het dealen en ook op de dag dat ik gepakt ben.
Bewijsmiddelen feit 2
-
de verklaring van de verdachte afgelegd tijdens de zitting van 17 december 2025;
-
een proces-verbaal van bevindingen van 27 mei 2024; [29]
-
een proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen van 12 juni 2024; [30]
-
Een geschrift, te weten een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) van 11 juni 2024. [31]
Bewijsmiddelen feiten 3 en 4
Een proces-verbaal van bevindingen betreffende financieel onderzoek, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
In een tijdsspanne van een kleine vier jaar heeft [verdachte] verschillende werkgevers gehad, [32] te weten:
Naam bedrijf
Vanaf-tot
Netto loon
[bedrijf 1] B.V.
02-2022 t/m 02-2023
€ 29.000,-
[bedrijf 2] B.V.
04-2023 t/m 16-07-2023
€ 12.399,-
[bedrijf 3]
17-07-2023 t/m 05-2024
€ 35.193,-
Het is aannemelijk dat hij bij deze drie bedrijven geen werkzaamheden heeft uitgevoerd. Dit is onder andere vast te stellen doordat tijdens observatieonderzoek geen dagelijkse werkzaamheden zijn gezien, alsmede uit taplocatiegegevens.
Een proces-verbaal van bevindingen analyse ING bank, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Bij de analyse van bankrekening [nummer 1] kwam naar voren dat verschillende bedrijven loon hebben gestort. [33]
[bedrijf 1] BV: deze periode is geweest van de eerste betaling op 4 maart 2022 t/m de laatste betaling op 16 maart 2023.
[bedrijf 2] BV: deze periode is geweest van de eerste betaling op 19 april 2023 t/m de laatste betaling op 31 juli 2023.
[bedrijf 3]: [34] Deze periode is geweest vanaf de eerste betaling op 12 september 2023.
Een proces-verbaal van bevindingen betreffende Whatsappgesprek tussen [medeverdachte] en [B] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 22 september 2022 start een Whatsapp gesprek tussen [medeverdachte] en [B] . [35]
[B] regelt dat er elke maand salaris wordt gestort op de rekening van [medeverdachte] . [medeverdachte] stuurt via de Whatsapp chat al zijn gegevens door. [B] wil weten hoeveel loon [medeverdachte] elke maand wil ontvangen. Vervolgens geeft hij hem drie opties, 1600, 1800 of 2300 euro. [medeverdachte] geeft aan dat 2300 euro prima is. [medeverdachte] vraagt wat de functie betreft en wat ze verkopen, [B] geeft aan Salesmanager voor de schoonmaakdiensten en bouwmaterialen.
Een proces-verbaal van bevindingen gebruik valse salarisspecificaties, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
[B] levert aan [medeverdachte] onder andere een contract en loonstrook. [36] [B] stuurt dan een afbeelding van een salarisspecificatie. Het loonheffingsnummer [nummer 2] is van [bedrijf 1] BV. De opmaak/lay-out van deze salarisspecificatie komt geheel overeen met de salarisspecificatie die [verdachte] bij de aanvraag voor zijn hypotheek aanleverde en de 19 specificaties uit het KVK-dossier.
Een proces-verbaal van bevindingen betreffende werkgevers [verdachte] -Belastingdienst, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
De uitbetalingen in loon niet in verhouding tot de gerealiseerde omzet van [bedrijf 1] BV in 2022 en is er groot verschil in opgegeven werknemers tussen belastingdienst en KvK-dossier, waar bij het Kvk-dossier bij een huurovereenkomst 19 salarisspecificaties van verschillende personen zijn bijgevoegd, in dienst van genoemd bedrijf. [37] Salarisspecificaties zijn stukken die doen bewijzen dat personen op legale wijze arbeid verrichten voor bedrijven, daarop staat tevens vermeld dat er loonheffingen wordt betaald aan de Belastingdienst. Uit de gevorderde gegevens bij de belastingdienst blijkt dat er 9 (negen) personen werkzaam zijn geweest bij [bedrijf 1] .BV. Dit maakt dat de genoemde salarisspecificaties mogelijk vervalst zijn dan wel valselijk opgemaakt zijn.
Een proces-verbaal van bevindingen betreffende onderzoek bedrijfsadressen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Handelsnaam [38]
[bedrijf 2] B.V.
[bedrijf 3]
Enig aandeelhouder
[C] , [geboortedatum 2] 1998
[adres 2] , [postcode 1] [plaats 2]
Wanneer je de site www. [website] bevraagt, komt het vestigingsadres [adres 3] te [plaats 2] tevoorschijn.
Op 6 maart 2024 bevonden wij ons op de [adres 3] te [plaats 2] . [39] Wij waren op zoek naar het bedrijfspand van [bedrijf 2] B.V./ [bedrijf 3] . Op dit adres hebben wij geen enkele aanwijzing gevonden dat deze gevestigd waren op dit adres. Wij hebben gezocht naar reclamebordjes, postbusgegevens, een bedrijfsauto of anderszins zaken die aan kunnen tonen dat de bedrijven van [C] gevestigd zijn op het adres [adres 3] te [plaats 2] . Op 6 maart 2024 hebben wij ook op het adres [adres 2] te [plaats 2] geen enkele aanwijzing gevonden dat er een bedrijf van [C] was gevestigd.
Een proces-verbaal van bevindingen betreffende zoektocht [C] [bedrijf 2] . BV, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 18 juni 2024 bevond ik mij aan het verzamel bedrijfspand [adres 3] te [plaats 2] , [40] alwaar [bedrijf 2] B.V. gevestigd zou zijn. Na onderzoek door de betreffende receptionist van het verzamel pand, hoorde ik haar zeggen dat genoemd bedrijf daar niet gevestigd en daar nooit gevestigd is geweest.
Ik heb op een aantal maal tevergeefs contact gezocht met [C] . Hierop is een bezoek gebracht aan de moeder van [C] . Zij was niet thuis en werd telefonisch gesproken. Ik hoorde haar ons het volgende zeggen;
- dat ze niet weet waar hij werkt, of hij überhaupt werk heeft;
- hij geen eigen bedrijf heeft en daar ook het niveau niet voor heeft.
Een proces-verbaal van bevindingen betreffende analyse bankrekeningen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
[C] is eigenaar van het bedrijf [bedrijf 3] waar verschillende personen op de loonlijst staan, [41] echter krijgt hij zelf geen loon vanuit het bedrijf. In zijn bedrijf gaat in een tijdspanne van +/- 8,5 maand meer dan een 1,2 miljoen in om terwijl hij daarnaast zelf werkte bij een bedrijf genaamd [bedrijf 4] B.V.. Mogelijk is [C] en de werkgever [bedrijf 4] B.V. uit elkaar en ontvangt [C] nu een uitkering van het UWV en ontvangt hij zorgtoeslag, [42] dit terwijl hij een bedrijf runt waar miljoenen in omgaan.
Naast dat [C] een uitkering van het UWV ontvangt pint hij bijna dagelijks € 1.000, -- van de rekening van zijn bedrijf. Via zijn bedrijf zijn er verschillende auto’s en bestelbusjes aangeschaft, echter zijn die niet voor het bedrijf zelf en zijn ook niet terug te vinden waar die zijn en waarvoor die gebruikt worden. Alle bedragen die over en weer gaan met zakelijke partners zijn meestal ronde bedragen en eindigt altijd met 0 cent.
Een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
V: Klopt het dat [bedrijf 1] B.V. jouw bedrijf was? [43]
A: Nee, niet dat ik weet.
V: Hoe ben je directeur geworden van [bedrijf 1] B.V.?
A: Geen idee [44]
V: Van wanneer tot wanneer was dit jouw bedrijf?
A: Geen idee
O: [45] Wij hoorden de getuige zeggen dat hij aangifte zal gaan doen voor identiteitsfraude en valsheid in geschrifte.
Een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
V: Klopt het dat jij werkzaam of werkzaam bent geweest bij [bedrijf 2] BV of bij [bedrijf 3] ? [46]
A: Ik was begin dit jaar opzoek naar werk en ben via een vriend van mij bij [bedrijf 5] gekomen, maar na drie maanden heb ik dat stopgezet omdat ik mij er niet prettig bij voelde en vertrouwde.
V: Waar zat het bedrijf?
A: Ik ben nooit bij een bedrijf geweest. Mede daarom ben ik ook gestopt. Ik heb drie maanden loon gehad voor niets doen. Ik vertrouwde er helemaal niets meer van en wil er ook niets meer mee te maken hebben
V: Hoeveel loon ontving u dan?
A: Ik heb drie keer bijna 4.000 euro ontvangen.
V: Heeft u een contract ontvangen?
A: Nee ik heb nooit geen contract gekregen.
V: Bent u ooit benaderd om uw salaris terug te betalen?
A: Nee nooit.
Een proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 23 mei 2024 werd een doorzoeking uitgevoerd in de woning van verdachte, [adres 1] , [47] [postcode 2] [plaats 2] . Bij deze doorzoeking werden geen bijzonderheden aangetroffen. Wat wel opviel was dat in de lade van het nachtkastje veel elastiekjes lagen.
Op 12 juni 2024 werd een doorzoeking uitgevoerd in de woning van verdachte. In de bovenste lade van het nachtkastje in de slaapkamer werd een geldbedrag van € 9.724,25 aangetroffen. Het aangetroffen geld bestond voornamelijk uit coupures van 50 eurobiljetten die bijeen werden gehouden door elastiekjes. Tussen de eerste en de tweede doorzoeking zaten in totaal 20 dagen. In deze voornoemde korte tijdspanne is er dus een behoorlijk bedrag in het bezit van [verdachte] gekomen. Op de bankafschriften die zijn opgevraagd zijn er geen pintransacties aangetroffen die dit geld kunnen verklaren.
Een proces-verbaal van bevindingen betreffende analyse hypotheek [adres 1] [plaats 2] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Naar aanleiding van de aankoop van een appartement, adres [adres 1] te [plaats 2] , [48] door
[verdachte] , is er een aanvraag voor een hypotheekverstrekking gedaan bij de ING-bank. Naar aanleiding van deze aanvraag zijn er documenten/formulieren aangeleverd zoals onder
anderen:
- salarisstrook, betaling week 37 - 40 2023;
- uitdraai van het UWV met gewerkte uren, loon gegevens en arbeidsverleden;
- werkgeversverklaring.
De hypotheek is verstrekt voor een bedrag van € 300.000,00.
Een proces-verbaal van bevindingen betreffende getekende aanvraag hypotheek, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Verdachte heeft de hypotheekaanvraag op 28 november 2023 met zijn handtekening ondertekend en verstrekt aan de bank. [49] De aanvraag is onder andere gebaseerd op zijn jaarinkomen, conform de door verdachte aangeleverde werkgeversverklaring.
Een proces-verbaal van bevindingen betreffende analyse bankrekening/documentatie UWV/ aangeleverde documentatie aankoop woning, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Er is een vergelijking geweest tussen de opgevraagde documentatie bij het UWV, de aangeleverde documentatie door [verdachte] bij de aankoop van een woning in verband met de aanvraag van een hypotheek voor het [adres 1] te [plaats 2] en de bankrekening van [verdachte] met rekeningnummer [nummer 1] . [50] Uit deze vergelijking werden de volgende bijzonderheden opgemerkt:
- op de werkgeversverklaring, die door [verdachte] is aangeleverd voor de aanvraag van de hypotheek, wordt er aangegeven dat [verdachte] een zogenoemde 13e maand ontvangt van € 4.889,86 bruto. Dit zou inhouden dat [verdachte] ongeveer +/- € 2.871,58 netto extra zou moeten ontvangen. Echter wordt er in zijn geheel geen bedrag gestort op zijn bankrekening hiervan, niet in de voorgaande maanden als in de maanden na 31 december 2023. Alle bankrekeningen van [verdachte] zijn opgevraagd en nergens wordt deze 13e maand weergegeven.
- Op de aangeleverde documentatie door [verdachte] , dit voor de aanvraag van een hypotheek, is er op de uitdraai van het UWV te zien dat er een werkverleden is van het jaar 2022, echter op de opgevraagde uitdraai van het UWV kwam dit niet naar voren. Hierop is speciaal nogmaals aan het UWV gevraagd of er een werkverleden is in het jaar 2022, dit is echter negatief.
- op de bankrekening is de naam van de werkgever die het loon uitkeert verandert van [bedrijf 2]
B.V. in de naam van [bedrijf 3] , dit wijkt af van de documentatie van het UWV.
- op de documentatie wat aangeleverd is door het UWV staat dat het loon per 4 weken betaald
wordt, echter op de bankrekening worden de maanden april en mei 2023 als maandloon uitgekeerd en begint daarna pas het loon om de vier weken, zoals het UWV aangeeft.
- de maanden april en mei 2023 wordt op de documentatie van het UWV het loon aangegeven van bruto € 4.555,99 wat zou inhouden dat [verdachte] op zijn bankrekening een netto bedrag van
€ 3.199,50 zou moeten ontvangen, dit als je het vergelijkt met de overige maanden, echter krijgt hij deze twee voorgenoemde maanden maar € 2.000,- netto op zijn bankrekening gestort.
- dat het vakantiegeld, gestort op 31 mei 2023, precies hetzelfde bedrag is als zijn ontvangen loon op dat moment, € 2.000,-, geheel afgeronde bedragen zijn en dat dit niet overeenkomt met het daadwerkelijke loon wat op papier staat wat [verdachte] zou moeten verdienen.
- dat het vakantiegeld van mei 2023 apart van het loon wordt uitbetaald terwijl dit altijd gebeurt bij een betaling van het salaris.
- wat opvalt is dat het ontvangen loon vanaf 7 april 2021 t/m 31 mei 2023 altijd geheel ronde
bedragen zijn.
- dat er een voorschot is geweest op 7 maart 2022 van een bedrag van € 8.000,- netto, dit door de toenmalige werkgever [bedrijf 1] B.V., echter is niet te zien dat er ooit geld is terugbetaald is of dat er een inhouding is geweest op zijn loon.
- dat de uitbetaling van het loon op zeer onregelmatige dagen en tijden gebeurt, dit af en toe ook ‘s avonds laat.
Naar aanleiding van de aangeleverde documentatie door [verdachte] zelf en dan specifiek de
documentatie van het UWV, komt dit in zijn geheel niet overheen met de opgevraagde documentatie van het UWV zelf.

Voetnoten

1.Zie ook Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 13 april 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:3206 en het bijbehorende arrest van de Hoge Raad: HR 14 oktober 2025, ECLI:NL:HR:2025:1509.
3.Pagina 1007.
4.Pagina 1011.
5.Pagina 1012.
6.Pagina 1040.
7.Pagina 1041.
8.Pagina 1046.
9.Pagina 1047.
10.Pagina 1046.
11.Pagina 1047.
12.Pagina 1028.
13.Pagina 1029.
14.Pagina 326.
15.Pagina 327.
16.Pagina 329.
17.Pagina 2002.
18.Pagina 2009.
19.Pagina’s 2003-2004.
20.Pagina 2004.
21.Pagina 2003.
22.Pagina 2026.
23.Pagina 2014.
24.Pagina 1048.
25.Pagina 2064.
26.Pagina 2065.
27.Pagina 2066.
28.Pagina 2068-2071.
29.Pagina’s 1052-1053.
30.Pagina’s 1062-1064.
31.Pagina 1061.
32.Pagina 3123.
33.Pagina 3060.
34.Pagina 3061.
35.Pagina 3043.
36.Pagina 3035.
37.Pagina 3058.
38.Pagina 3049.
39.Pagina 3050.
40.Pagina 3075.
41.Pagina 3096.
42.Pagina 3097.
43.Pagina 3071.
44.Pagina 3072.
45.Pagina 3073.
46.Pagina 3115.
47.Pagina 294.
48.Pagina 3011.
49.Pagina 3079, inclusief bijlagen op pagina’s 3080-3089.
50.Pagina 3013-3014, inclusief bijlagen op pagina’s 3015-3033.