De rechtbank Midden-Nederland ontving op 17 februari 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1987, die verblijft bij GGz Centraal. Op 6 maart 2026 vond de zitting plaats waarbij betrokkene en een verpleegkundig specialist werden gehoord.
De rechtbank stelde vast dat betrokkene lijdt aan een autismespectrumstoornis, een kwetsbaarheid voor psychoses en middelenmisbruik, wat leidt tot ernstig lichamelijk letsel, psychische schade en gevaar voor de veiligheid. Vrijwillige zorg was niet mogelijk, waardoor verplichte zorg noodzakelijk werd geacht.
De toegewezen zorgmachtiging omvat onder meer het toedienen van medicatie, medische controles, therapeutische maatregelen, bewegingsbeperking, insluiting, toezicht, en onderzoek van kleding en verblijfsruimte. Hoewel medicatie niet expliciet door de officier van justitie was verzocht, werd deze vorm van zorg toegewezen vanwege de noodzaak en het feit dat deze reeds werd toegepast.
De rechtbank sloot de ouders van betrokkene uit van beperkingen op het recht op bezoek, omdat betrokkene veel waarde hecht aan hun bezoek en dit medisch verantwoord werd geacht. De machtiging geldt voor de duur van twaalf maanden tot en met 6 maart 2027. Tegen deze beschikking staat cassatie open.