In deze kortgedingprocedure vordert eiser ontruiming van een bedrijfsruimte en betaling van een huurachterstand van gedaagde. Gedaagde is niet verschenen, waardoor verstek is verleend. De kantonrechter beoordeelt of de vorderingen toewijsbaar zijn en of er sprake is van spoedeisend belang.
De ontruiming wordt toegewezen vanwege een langdurige en oplopende huurachterstand van ruim twaalf maanden, het ontbreken van contact met gedaagde en het spoedeisend belang van eiser om de ruimte snel opnieuw te kunnen verhuren. De huurachterstand van € 23.597,61 bij eiser wordt eveneens toegewezen, terwijl het deel van € 10.060,00 dat gedaagde aan de vorige verhuurder verschuldigd zou zijn, wordt afgewezen wegens gebrek aan bewijs van cessie.
De vorderingen tot betaling van een contractuele boete en incassokosten worden grotendeels afgewezen, behalve een bedrag van € 40,- aan incassokosten dat op grond van de wet toewijsbaar is. Vorderingen uit lening en schadevergoeding worden afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.