ECLI:NL:RBMNE:2026:1314
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom wegens welstandsexces woning in Utrechtse Heuvelrug
De zaak betreft een handhavingstraject van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrechtse Heuvelrug tegen eiseres vanwege een welstandsexces aan een woning die enkele jaren leegstond en verpauperd was. Na een controle in juli 2020 en een advies van de welstandscommissie startte het college een handhavingstraject en legde eiseres in juni 2022 een last onder dwangsom op om het welstandsexces te beëindigen.
Omdat eiseres niet binnen de gestelde termijn aan de last voldeed, werd in februari 2024 een nieuwe last onder dwangsom opgelegd met een hogere dwangsom. Eiseres maakte bezwaar tegen deze last, maar het college handhaafde het besluit. De begunstigingstermijn werd meerdere malen verlengd tot januari 2025, waarna de woning was gerenoveerd en aan de last was voldaan.
De rechtbank oordeelt dat het college bevoegd was de last op te leggen, ondanks dat het welstandsadvies drieënhalf jaar oud was, omdat het uiterlijk van de woning niet wezenlijk was veranderd. De aangevoerde bijzondere omstandigheden zoals financieringsmoeilijkheden en familieomstandigheden rechtvaardigden geen afzien van handhaving. Ook was het besluit tot verlenging van de begunstigingstermijn zorgvuldig en in het belang van eiseres genomen.
De rechtbank wijst het beroep af omdat eiseres geen actueel belang heeft bij een oordeel over het exacte moment van voldoen aan de last. De last onder dwangsom is geëxpireerd en er zijn geen dwangsommen verbeurd. Het college hoeft de last niet in te trekken, maar kan dat op verzoek alsnog doen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de last onder dwangsom wegens welstandsexces.