Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 april 2026 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker
[derde belanghebbende]uit [plaats] (de vergunninghouder).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Deze uitspraak betreft het verzoek van een buurman om een voorlopige voorziening tegen een omgevingsvergunning die is verleend voor de uitbreiding van een woning aan de achterzijde, waarbij de bouwhoogte het omgevingsplan overschrijdt.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de uitbreiding over twee bouwlagen de maximale bouwhoogte met 2,02 meter overschrijdt en deels buiten het bouwvlak ligt. Het college heeft gemotiveerd dat de uitbreiding past binnen een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, mede gelet op de kenmerken van de buurt en eerdere precedentwerking.
Verzoeker voert aan dat het bouwplan zijn uitzicht, bezonning, lichttoetreding en privacy schaadt, maar de voorzieningenrechter oordeelt dat het verlies van uitzicht en licht beperkt is en dat er geen recht op behoud van uitzicht bestaat in deze stedelijke omgeving.
De voorzieningenrechter concludeert dat het bestreden besluit voorlopig rechtmatig is en dat het belang van de vergunninghouder bij uitvoering van de vergunning zwaarder weegt dan het belang van verzoeker. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en wordt de omgevingsvergunning niet geschorst.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor de woninguitbreiding wordt afgewezen en de vergunning wordt niet geschorst.