ECLI:NL:RBMNE:2026:13

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
7 januari 2026
Publicatiedatum
7 januari 2026
Zaaknummer
601819
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verplichte medewerking aan de overgang van medewerkers van Arcadis en Movares naar ProRail in het kader van insourcing

In deze zaak vordert ProRail, de beheerder van de hoofdspoorweginfrastructuur in Nederland, in kort geding de verplichte medewerking van Loxia B.V., Arcadis Nederland B.V. en Movares Nederland B.V. aan de overgang van medewerkers naar ProRail. ProRail werkt sinds 1995 samen met Arcadis en Movares, en sinds 2007 via Loxia, een joint venture. ProRail wil de werkzaamheden die momenteel door Loxia worden uitgevoerd, in eigen beheer gaan uitvoeren via insourcing. De voorzieningenrechter wijst de primaire vordering van ProRail af, omdat er eerst overeenstemming moet zijn over de vergoeding die aan Arcadis en Movares verschuldigd is voor de overname van de medewerkers. De subsidiaire vordering, dat Arcadis en Movares moeten onderhandelen over de overgang van de medewerkers, wordt toegewezen. De voorzieningenrechter oordeelt dat Arcadis en Movares niet te goeder trouw hebben onderhandeld en dat hun bijzondere rechtsverhouding met ProRail hen verplicht om mee te werken aan de onderhandelingen. De zaak benadrukt de noodzaak van goede samenwerking en communicatie tussen partijen in complexe zakelijke relaties.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: C/16/601819 / KG ZA 25-549
Vonnis in kort geding van 7 januari 2026
in de zaak van
PRORAIL B.V.,
gevestigd te Utrecht,
eisende partij,
hierna te noemen: ProRail,
advocaten: mrs. H.H. Kersten, P.M. Vos en R.T. Bolland,
tegen

1.LOXIA B.V.,

gevestigd te Utrecht,
hierna te noemen: Loxia,
2.
ARCADIS NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Arnhem,
hierna te noemen: Arcadis,
3.
MOVARES NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Utrecht,
hierna te noemen: Movares,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: Loxia c.s.,
advocaten: mrs. M.H.C. Sinninghe Damsté en T. Minovic

1.De procedure

1.1.
De voorzieningenrechter beschikt over de volgende stukken:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 50,
- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 20,
- de akte van ProRail met aanvullende producties 51 tot en met 61,
- de pleitnota van ProRail,
- de pleitnota van Loxia c.s.
1.2.
De mondelinge behandeling vond plaats op 11 december 2025. Namens ProRail waren aanwezig mevrouw [A] (directeur procurement bij ProRail), de heer [B] (manager strategische samenwerking RIGD-Loxia bij ProRail), de heer [C] (manager asset management informatie bij ProRail), mevrouw [D] (directeur HRM bij ProRail) en mevrouw [E] (directieadviseur procurement bij ProRail). ProRail werd bijgestaan door haar advocaten. Namens Loxia c.s. waren aanwezig de heer [F] (business unit director bij Arcadis), de heer [G] (projectmanager bij Arcadis), mevrouw [H] (voormalig directielid bij Arcadis), de heer [I] (COO bij Movares) en de heren [J] en [K] (directieleden bij Loxia). Ook Loxia c.s. werden bijgestaan door hun advocaten.
1.3.
Partijen hebben tijdens de mondelinge behandeling hun standpunten toegelicht en vragen beantwoord van de voorzieningenrechter. De inhoudelijke behandeling vond plaats in het openbaar en in aanwezigheid van toehoorders. Van de mondelinge behandeling zijn aantekeningen gemaakt door de griffier.
1.4.
Na sluiting van het inhoudelijke deel van de mondelinge behandeling heeft Loxia c.s. een verzoek ingediend om de verdere mondelinge behandeling achter gesloten deuren te laten plaatsvinden, in aanwezigheid van de hiervoor onder 1.2 genoemde personen, om vertrouwelijk de mogelijkheid van een minnelijke regeling tussen partijen te verkennen. ProRail heeft tegen dat verzoek geen bezwaar gemaakt.
1.5.
Het verzoek om de mondelinge behandeling deels achter gesloten deuren plaats te laten vinden, strekt ertoe een uitzondering te maken op het fundamentele beginsel van openbaarheid van de zitting dat is neergelegd in de artikelen 6 EVRM, 121 Grondwet, 4 RO en 27 Rv. Openbaarheid heeft als doel om partijen te beschermen tegen een geheime rechtsgang zonder publieke controle. Daarnaast kan openbaarheid bijdragen aan het vertrouwen in de rechtspraak. De openbaarheid waarborgt daarmee een eerlijk proces; een van de fundamentele beginselen van een democratische samenleving. Het voeren van een verkennend gesprek over de mogelijkheid van een schikking kan evenwel verlangen dat partijen, los van hun in de procedure ingenomen standpunten, open en onbevangen met elkaar kunnen spreken over hun positie, eventuele oplossingsmogelijkheden en de daarvoor mogelijk relevante, bedrijfsvertrouwelijke en financiële gegevens van die partijen. [1] Deze belangen van partijen kunnen worden beschermd als toehoorders daar niet bij aanwezig zijn.
1.6.
Alles afwegende heeft de voorzieningenrechter tijdens de mondelinge behandeling besloten dat de met openbaarheid gediende belangen in dit geval er niet toe leiden dat het verkennende gesprek over de mogelijkheid van een minnelijke regeling tussen partijen ook in het openbaar diende plaats te vinden, naast het inhoudelijke deel van de mondelinge behandeling dat al volledig openbaar had plaatsgevonden in de aanwezigheid van toehoorders. Daarom heeft de voorzieningenrechter bevolen het laatste deel van de mondelinge behandeling achter gesloten deuren te laten plaatsvinden in aanwezigheid van de hiervoor onder 1.2 genoemde personen. Vervolgens is met partijen verkennend gesproken over de mogelijkheid van een minnelijke regeling.
1.7.
Na de mondelinge behandeling hebben partijen nader geprobeerd om samen tot een minnelijke regeling te komen. Dat is niet gelukt. Het vonnis is bepaald op vandaag.

2.De kern van de zaak

2.1.
ProRail werkt langdurig samen met Arcadis en Movares: sinds 1995 rechtstreeks en vanaf 2007 via Loxia. Medewerkers van Arcadis en Movares voeren de werkzaamheden bij Loxia uit voor ProRail. ProRail wil deze werkzaamheden voortaan in eigen beheer uitvoeren via insourcing. Hierover hebben ProRail en Loxia afspraken gemaakt, waar Arcadis en Movares bij betrokken waren. In dit kort geding vordert ProRail primair de verplichte medewerking van Loxia, Arcadis en Movares aan de overgang van de medewerkers naar ProRail. Deze vordering wijst de voorzieningenrechter af, omdat voor die overgang eerst nodig is dat partijen overeenstemming bereiken over de vergoeding die daarvoor verschuldigd is aan Arcadis en Movares. De subsidiaire vordering van ProRail, dat Arcadis en Movaris met ProRail moeten (door)onderhandelen over de overgang van de medewerkers, wordt toegewezen, omdat zij nog niet te goeder trouw tot deze onderhandelingen zijn overgegaan en hun bijzondere rechtsverhouding daartoe wel noopt.

3.De beoordeling

Achtergrond van het geschil
3.1.
ProRail is de beheerder van de hoofdspoorweginfrastructuur in Nederland. Arcadis en Movares zijn ingenieursbureaus die, net als ProRail, zijn afgesplitst van de NS-groep in 1995. Sinds de afsplitsing hebben Arcadis en Movares werkzaamheden voor ProRail uitgevoerd. In 2007 hebben Arcadis en Movares met het oog op deze werkzaamheden een joint venture opgericht: Loxia. Loxia voert sindsdien de werkzaamheden uit voor ProRail op het gebied van treinbeveiliging en treinbeheersing. Zij configureert verkeersleidingsystemen en beheert en ontwikkelt de ontwerpsoftware. De software is in eigendom van ProRail. De werkzaamheden voor ProRail worden uitgevoerd door medewerkers van Arcadis en Movares, die Loxia inhuurt. Loxia heeft zelf geen medewerkers in dienst. De bedrijfskosten van Loxia worden gedragen door ProRail. ProRail is de enige opdrachtgever van Loxia.
3.2.
ProRail wil per 1 januari 2027 de werkzaamheden die Loxia uitvoert, in eigen beheer gaan uitvoeren. Daarvoor is een zogenaamde retransitie nodig, wat is vastgelegd in de tussen ProRail en Loxia gesloten samenwerkingsovereenkomst in 2019. De retransitie moet worden uitgewerkt in een plan (hierna: het retransitieplan). ProRail stelt dat Loxia c.s. verplicht zijn om mee te werken aan het opstellen en uitvoeren van het retransitieplan, waaronder de overgang van ongeveer 150 medewerkers van Arcadis en Movares naar ProRail. Volgens ProRail is dat in Annex 8 bij de samenwerkingsovereenkomst afgesproken, waarin een exit strategie is bepaald. Daarin is vastgelegd dat ProRail kan kiezen tussen verschillende scenario’s, waarvan insourcing één van de opties is. Bij de optie insourcing is vastgelegd:
"ProRail neemt medewerkers Loxia over. ProRail onderhandelt hierover met de aandeelhouders van Loxia B.V.".
3.3.
ProRail stelt dat door haar keuze voor insourcing en de in gang gezette retransitie sprake is van overgang van onderneming, waardoor de medewerkers van Arcadis en Movares van rechtswege overgaan naar ProRail. Volgens ProRail is zij voor deze overgang en retransitie alleen een kostenvergoeding aan Loxia verschuldigd op grond van de samenwerkingsovereenkomst. In de samenwerkingsovereenkomst is niet voorzien in een afspraak over een aanvullende vergoeding voor Arcadis en Movares voor de overname van de betreffende medewerkers.
3.4.
Loxia c.s. voeren verweer. Zij vinden dat voor de overname van de betreffende medewerkers een aanvullende 'commerciële' overnamesom moet worden betaald aan Arcadis en Movares. ProRail en Loxia hebben in de samenwerkingsovereenkomst afgesproken dat ProRail hierover moet onderhandelen met Arcadis en Movares. Als die onderhandelingen niet slagen, dan kan ProRail niet kiezen voor de optie insourcing. Voor het bepalen van de hoogte van de aanvullende vergoeding houden Arcadis en Movares vast aan de zogeheten Discounted Cash Flow-methode (hierna: DCF-methode). Op basis van die methode wordt de overnamesom gewaardeerd op € 33,5 miljoen. Omdat ProRail een bedrag in die orde van grootte niet wil betalen, weigeren Loxia c.s. mee te werken aan de invulling van de ‘personeelsparagraaf’ van het retransitieplan om de overgang van de ongeveer 150 medewerkers in gang te zetten. Van een overgang van onderneming is volgens Loxia c.s. pas sprake als ProRail medewerkers overneemt, maar daarvoor moet eerst overeenstemming zijn bereikt over de overnamesom. Daarnaast voeren Arcadis en Movares aan dat zij geen partij zijn bij de samenwerkingsovereenkomst, omdat alleen ProRail en Loxia een handtekening hebben gezet onder de laatste verlenging in 2019. Volgens Loxia c.s. kan ProRail de medewerking van Arcadis en Movares aan de overname van de medewerkers daarom niet afdwingen. Als alternatieven noemen Loxia c.s. een onderhandse verlenging van de samenwerkingsovereenkomst of om ProRail de opdracht te laten aanbesteden.
3.5.
ProRail voert hiertegen aan dat zij als aanbestedende dienst niet onderhands mag verlengen. Omdat de retransitie uiterlijk 1 januari 2027 klaar moet zijn, en partijen in een impasse zijn geraakt, vordert ProRail - kort gezegd - dat Loxia c.s. worden bevolen om:
primair: de personeelsparagraaf in te vullen van het retransitieplan, en
medewerking te verlenen aan de overgang van de medewerkers naar ProRail,
subsidiair: de onderhandelingen met ProRail over de overgang van de medewerkers te hervatten en voort te zetten, met als uitgangspunt dat de medewerkers die 50% of meer van hun arbeidstijd worden ingezet door Loxia voor ProRail en die in Nederland werkzaam zijn, uiterlijk per 1 januari 2027 overgaan naar ProRail en dat nog slechts dient te worden onderhandeld over de hoogte van de door Arcadis en Movares gemaakte en nog te maken kosten die voor vergoeding door ProRail in aanmerking komen en de verdere uitwerking van het retransitieplan,
meer subsidiair: een in goede justitie te bepalen voorziening te treffen op grond waarvan ProRail de betreffende medewerkers kan overnemen, zodat zij uiterlijk op 1 januari 2027 de werkzaamheden zelf kan gaan uitvoeren,
bij alle vorderingen: op straffe van een dwangsom, en
met veroordeling van Loxia c.s. in de proceskosten.
Toetsingskader
3.6.
Het gaat in dit kort geding om voorlopige voorzieningen die worden gevorderd. Voor toewijzing is nodig dat eiser daarbij een spoedeisend belang heeft. De voorzieningenrechter vormt zich een voorlopig oordeel over het geschil aan de hand van de stukken in het dossier en de mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorziening toewijsbaar is, hangt ook af van een afweging van de belangen van partijen.
ProRail heeft een spoedeisend belang bij de voorlopige voorzieningen
3.7.
ProRail heeft een spoedeisend belang. Een retransitie met overgang van ongeveer 150 medewerkers waar het in deze zaak over gaat, kost tijd. Daarom hebben partijen in artikel 13.2 sub b van de samenwerkingsovereenkomst een periode van twee jaar afgesproken om de retransitie voor te bereiden en uit te voeren. Op 12 september 2024 heeft ProRail de retransitie aangezegd. Maar, doordat partijen in een impasse zijn geraakt, kunnen zij momenteel niet verder met de uitvoering daarvan. De samenwerkingsovereenkomst eindigt op 31 december 2026. De retransitie moet dus vóór 1 januari 2027 zijn afgerond. De uitkomst over het geschil in een bodemprocedure afwachten is geen optie, omdat dit te lang zal duren en dat de continuïteit van de werkzaamheden bij gebreke van een tijdige retransitie in gevaar kan brengen, wat partijen hebben afgesproken te voorkomen (artikel 13.2 sub a van de samenwerkingsovereenkomst).
3.8.
Of Loxia ná 1 januari 2027 nog tijdelijk door kan gaan met de uitvoering van de werkzaamheden, zoals zij aanvoert, maakt dit niet anders. ProRail en Loxia hebben namelijk uitdrukkelijk afgesproken dat de samenwerkingsovereenkomst per 1 januari 2027 eindigt en in dat geval voorzien zal moeten zijn in continuïteit van de werkzaamheden. Daar heeft ProRail ook een gerechtvaardigd belang bij, omdat de werkzaamheden een goede en veilige werking van de hoofdspoorweginfrastructuur waarborgen. Ook is het belangrijk dat de werkzaamheden vanaf 1 januari 2027 ingepland kunnen gaan worden, waardoor er spoedig duidelijkheid nodig is over de kwestie die voorligt.
Arcadis en Movares moeten meewerken aan de overname van hun medewerkers, ondanks dat zij de samenwerkingsovereenkomst niet zelf hebben ondertekend
3.9.
Arcadis en Movares voeren aan dat zij de samenwerkingsovereenkomst in 2019 niet hebben ondertekend. Volgens hen geldt daarom (contracts)vrijheid ten aanzien van de overname van hun medewerkers door ProRail. Dat beroep slaagt niet. Het is juist dat Arcadis en Movares strikt gezien geen partij zijn bij de samenwerkingsovereenkomst, in tegenstelling tot de eerdere samenwerkingsovereenkomsten (toen nog alliantieovereenkomsten genoemd) die wel door Arcadis en Movares zijn ondertekend. Maar dat neemt in dit geval niet weg dat tussen ProRail enerzijds en Loxia c.s. anderzijds een bijzondere rechtsverhouding bestaat op grond van hun langdurige samenwerking. Arcadis en Movares zijn namelijk geen willekeurige derden voor ProRail. ProRail werkt sinds 1995 met Arcadis en Movares samen bij de uitvoering van de werkzaamheden; eerst rechtstreeks en sinds 2007 via Loxia. Loxia is een joint venture opgericht door Arcadis en Movares. Het is een ‘special purpose vehicel’ om samen de werkzaamheden voor ProRail te kunnen uitvoeren, aangezien Arcadis en Movaris ieder een eigen positie in de markt innemen. Loxia maakt zelf geen winst; haar bedrijfskosten worden volledig door ProRail gedragen. ProRail draagt daarmee het bedrijfsrisico bij Loxia. Arcadis en Movares maken op de opdracht van Loxia wel winst, doordat zij uurtarieven vergoed krijgen voor de inzet van hun medewerkers via Loxia bij ProRail. In zoverre is Loxia niets meer dan een tussenschakel om de opdracht voor ProRail uit te kunnen voeren. Hoewel Loxia eigen bestuurders heeft, blijkt uit de stukken in het dossier en de toelichting tijdens de mondelinge behandeling dat Arcadis en Movares als aandeelhouders het beleid van Loxia in belangrijke mate bepalen waar het gaat om de samenwerking met ProRail. Zo blijkt uit de notulen van de vergaderingen dat Loxia het steeds heeft over haar ‘achterban’ en de ‘stakeholders’, waarmee zij Arcadis en Movares bedoelt, en dat Loxia daar haar mandaat moet ophalen. Loxia kan daarom niet volledig los worden gezien van Arcadis en Movares als het gaat om de verplichtingen die Loxia is aangegaan in de samenwerkingsovereenkomst in 2019.
3.10.
Door de langdurige samenwerking zijn partijen ook onderling afhankelijk van elkaar: ProRail als het gaat om de uitvoering van de werkzaamheden door voldoende opgeleid en gespecialiseerd personeel en Arcadis en Movares als het gaat om de werkverschaffing aan de ongeveer 150 medewerkers die gedurende nagenoeg hun gehele aanstelling in uren de werkzaamheden voor ProRail uitvoeren. ProRail kan vóór 1 januari 2027 in deze omvang geen eigen werknemers meer vinden of opleiden die dezelfde specialistische kennis en kunde bezitten. Arcadis en Movares hebben per 1 januari 2027 niet een opdracht waarop al deze (gespecialiseerde) medewerkers van de ene op andere dag inzetbaar zijn. De betreffende medewerkers zijn opgeleid ten behoeve van ProRail en indirect - via Loxia - heeft ProRail daar ook de specifieke opleidingskosten voor betaald.
3.11.
Gelet hierop dienen Arcadis en Movares rekening te houden met de gerechtvaardigde belangen van ProRail en de afspraken die Loxia met ProRail heeft gemaakt. Dat betekent dat Arcadis en Movares in beginsel aan de overname van hun medewerkers door ProRail moeten meewerken en – als zij dat niet doen – zij in strijd handelen met een op hen rustende zorgvuldigheidsnorm. Deze zorgvuldigheidsnorm vloeit voort uit de afspraak tussen ProRail en Loxia in Annex 8: het recht voor ProRail om te kiezen voor insourcing en de medewerkers van Loxia over te nemen. Een redelijke uitleg van die afspraak brengt met zich mee dat die afspraak zich uitstrekt tot de medewerkers die bij Arcadis en Movares in dienst zijn en door Loxia worden ingeleend om de werkzaamheden voor ProRail uit te voeren. Tussen partijen staat namelijk niet ter discussie dat Loxia op geen enkel moment deze medewerkers zelf in dienst heeft gehad, zodat het voor eenieder in 2019 duidelijk was dat het bij deze afspraak de door Loxia ingeleende medewerkers van Arcadis en Movares betrof. Als het betoog van Arcadis en Movares zou worden gevolgd dat zij de handen volledig vrij hebben om nu nog te beslissen over de overname van hun medewerkers, dan was en is deze bepaling dat ProRail de medewerkers van Loxia kan overnemen, een lege huls. Dat is niet de bedoeling van partijen geweest en, als dat wel zo was, hadden Loxia c.s. daarover in 2019 klare wijn moeten schenken, zoals volgt uit de navolgende feiten en omstandigheden.
3.12.
De reden dat Arcadis en Movares de samenwerkingsovereenkomst in 2019 niet zelf hebben ondertekend, in tegenstelling tot de eerdere alliantieovereenkomsten, was gelegen in de wens van Arcadis en Movares om mee te kunnen dingen naar toekomstige aanbestedingen van de zogeheten domeinen C en D uit de samenwerking. Dat zijn domeinen waarop Loxia opereert, maar waarvoor een concurrerende markt zou kunnen bestaan. Loxia zou na een aanbesteding aan een derde door ProRail betrokken zijn bij de overdracht van domeinen C en D. Loxia kan daardoor zelf niet meedingen bij die aanbesteding, omdat ProRail alle kosten van Loxia draagt. Er bestaat dan namelijk een risico dat dit als staatsteun kwalificeert. Arcadis en Movares staan dankzij Loxia verder van ProRail af en kunnen wel meedingen, zo was de gedachte van partijen in 2019. Dat is ook de reden geweest dat Arcadis en Movares de garantie in bijlage 1b bij de samenwerkingsovereenkomst, dat zij voor kwalitatief en kwantitatief personeel zorgdragen, alleen hebben afgegeven richting Loxia en niet meer richting ProRail. Ook had dat te maken met de verzekering en het risicoprofiel van de opdracht. Het niet-ondertekenen van de samenwerkingsovereenkomst werd op deze gronden afgesproken. Het was niet bedoeld om Arcadis en Movares onder rechten en verplichtingen richting ProRail uit te laten komen ten aanzien van het beschikbaar stellen of overdragen van medewerkers of de handen in de toekomst daarvoor vrij te maken. Dat laatste hebben Loxia c.s. wel aangevoerd, maar niet concreet gemaakt, en ligt gezien de correspondentie hierover in het dossier ook niet als aannemelijk voor de hand.
3.13.
Arcadis en Movares waren ook op de hoogte van de inhoud van de samenwerkingsovereenkomst en in het bijzonder de exit strategie in Annex 8, waaronder de optie insourcing voor ProRail. Uit de notulen van de vergadering van 6 februari 2019 blijkt namelijk dat de exit-scenario’s met de 'moeders', waarmee Arcadis en Movares worden bedoeld, moesten worden besproken. [2] Daarbij is er weliswaar niet rechtstreeks tussen ProRail en Arcadis en Movares gesproken over de optie insourcing, maar tijdens de mondelinge behandeling is door Arcadis en Movares erkend dat zij op de hoogte waren dat deze optie in Annex 8 bij de samenwerkingsovereenkomst werd vastgelegd. Annex 8 maakt onderdeel uit van de samenwerkingsovereenkomst, zoals staat in artikel 1.2 van de samenwerkingsovereenkomst. Uit de ‘vraag en antwoord’ van Loxia richting de medewerkers blijkt ook dat zij zelf meent dat insourcing een contractueel vastgelegde optie was, waardoor het ingeleende personeel van Arcadis en Movares richting ProRail zou overgaan, tenzij een individuele medewerker daar zelf vanaf zou willen zien. [3] Anders dan Loxia c.s. hebben aangevoerd, is dus niet slechts sprake van een vrijblijvende ‘routekaart’.
3.14.
Arcadis en Movares hebben ondanks hun wetenschap van en raadpleging over de afspraak niet belet dat Loxia akkoord ging met de optie insourcing. Uit de notulen van de vergaderingen van 5 en 6 februari 2019 blijkt namelijk dat Loxia zich eerst nog heeft verzet tegen de exit-scenario’s en in de eerdere conceptovereenkomst de tekst over insourcing heeft verwijderd. [4] Later is de optie insourcing weer toegevoegd aan de tekst, waaruit blijkt dat Loxia toch akkoord ging. Sterker nog, er is over de tekst van de betreffende afspraken nog door Loxia onderhandeld. De afspraak dat Loxia - en in feite dus Arcadis en Movares - moeten meewerken aan de retransitie, waaronder de overname van de medewerkers door ProRail als gekozen werd voor insourcing, was dus voor alle partijen in 2019 duidelijk. Dat Arcadis en Movares zich vervolgens, enige tijd nadat ProRail haar keuze voor insourcing kenbaar had gemaakt en de retransitie in gang was gezet, zich op het standpunt heeft gesteld dat zij niet verplicht was tot de overname van de medewerkers die Loxia bij hen inhuurt, en dat zij dit alleen willen overwegen als er een 'commerciële' overnamesom volgens de DCF-methode wordt betaald, is daarom naar het oordeel van de voorzieningenrechter daarmee niet in overeenstemming. Met de garantie in bijlage 1b wekten Arcadis en Movares bij ProRail bovendien de indruk dat Loxia haar verplichtingen, waaronder de uitvoering van de retransitie en de overname van de medewerkers door ProRail, zou kunnen nakomen, doordat Arcadis en Movares als aandeelhouders Loxia daartoe in staat zouden stellen.
3.15.
Gelet hierop handelen Loxia c.s. in strijd met de op hen rustende zorgvuldigheidsnorm en gerechtvaardigde belangen van ProRail, zoals die voortvloeien uit de afspraken in de samenwerkingsovereenkomst, als zij zich daar nu aan onttrekken door een zuiver commerciële overname te verlangen. Als Arcadis en Movares hierin deze vrijheid hadden gewild, dan hadden zij zich daarover bij de verlenging van de samenwerkingsovereenkomst in 2019 via Loxia moeten uitspreken.
Primaire vorderingen niet toewijsbaar: de tegenprestatie is nog niet afgesproken
3.16.
De samenwerkingsovereenkomst is niet duidelijk over hoe de medewerking door Arcadis en Movares moet plaatsvinden en óf en welke aanvullende vergoeding voor de overname van de medewerkers moet worden betaald. Volgens scenario 3 (
insourcing) van Annex 8 bij de samenwerkingsovereenkomst moet hierover eerst nog worden onderhandeld met de aandeelhouders van Loxia: Arcadis en Movares. Daarbij meent ProRail dat er geen aanvullende vergoeding hoeft te worden betaald aan Arcadis en Movares en dat de genoemde onderhandelingen slechts zien op de kostenvergoeding die Loxia op grond van Annex 3 bij de samenwerkingsovereenkomst ontvangt voor de retransitie.
3.17.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter ziet deze kostenvergoeding voor Loxia alleen op de kosten voor het uitvoeren van de retransitie. Een redelijke uitleg van artikel 13.3 en Annex 3 van de samenwerkingsovereenkomst brengt namelijk niet mee dat deze vergoeding ook is bedoeld voor Arcadis en Movares voor de overdracht van hun medewerkers. Hoewel ProRail de optie insourcing heeft ingeroepen en Arcadis en Movares daaraan moeten meewerken, geldt dat ProRail daarom niet de gerechtvaardigde verwachting mocht hebben dat zij dat om niet zou kunnen doen. Dat zou ook geenszins redelijk zijn.
3.18.
Arcadis en Movares hebben namelijk, samen met ProRail, geïnvesteerd in de medewerkers waar het om gaat. ProRail heeft weliswaar de specialistische opleidingen via Loxia vergoed, waar het gaat om specifieke kennis benodigd voor de werkzaamheden voor ProRail, maar ook Arcadis en Movares hebben geïnvesteerd in de meer algemene opleiding van deze medewerkers. Daarnaast dragen Arcadis en Movares ook risico’s voor deze medewerkers, zoals bij arbeidsongeschiktheid of ontslag, welke kosten niet vergoed worden buiten de uurtarieven die Loxia aan hen betaalt bij inzet van de medewerkers. Ook vertegenwoordigt een deel van de medewerkers meerwaarde voor Arcadis en Movares, omdat zij mogelijk wel direct bij andere opdrachtgevers van hen inzetbaar zijn, zoals zij hebben onderbouwd tijdens de mondelinge behandeling. Met andere woorden: ProRail en Arcadis en Movares hebben samen het deskundige personeelsbestand opgebouwd en ProRail wil daar nu alleen mee verder. Daar hoort dan ook iets tegenover te staan en niet alleen een vergoeding van de kosten die Loxia maakt om de feitelijke overgang van deze medewerkers – de retransitie – mogelijk te maken. Dat verklaart ook waarom in de samenwerkingsovereenkomst is opgenomen dat er bij de overname van de medewerkers nog moet worden onderhandeld met de aandeelhouders van Loxia. Dat ziet niet op de kostenvergoeding voor Loxia, waarover zij zelf onderhandelt met ProRail. Als ProRail de medewerkers om niet zou kunnen overnemen van Arcadis en Movares, dan zou ook deze bepaling een lege huls zijn. Dat is niet de bedoeling van partijen geweest in 2019.
3.19.
Als ProRail beoogde dat zij de medewerkers voor enkel een kostenvergoeding aan Loxia kon overnemen van Arcadis en Movares, dan had ook zij in 2019 daarover klare wijn moeten schenken en dit moeten vastleggen in de samenwerkingsovereenkomst. Hoewel bij het opstellen van de samenwerkingsovereenkomst in 2019 niet uitdrukkelijk een aanvullende vergoeding voor Arcadis en Movares is afgesproken, wat zich ook kan laten verklaren door het feit dat Arcadis en Movares die overeenkomst niet zelf ondertekenden, vormt dat dus geen beletsel voor de conclusie dat die vergoeding wel verschuldigd zal zijn.
3.20.
Anders dan ProRail stelt, is niet gebleken dat Loxia c.s. op dit punt een ‘180 graden draai’ hebben gemaakt in hun aanvankelijke erkenning dat de kostenvergoeding voor Loxia de enige vergoeding zou zijn voor de overname van de medewerkers van Arcadis en Movares. Dat blijkt niet uit de stukken. In de vergadering van 18 november 2024 noemt ProRail dat sprake is van een overgang van onderneming, waarop namens Movares wordt gereageerd dat het voor de huidige werkgevers een aderlating is als 130 medewerkers vertrekken waarin is geïnvesteerd. [5] In de vergadering van 16 december 2024 is namens Arcadis benoemd dat er investeringen in de medewerkers zijn gedaan en dat dit niet reeds in de tarieven zit. Ook wordt verwezen naar de samenwerkingsovereenkomst waarin staat dat ProRail onderhandelt met Arcadis en Movares, volgens Arcadis ook over een vergoeding per fte. Het onderwerp wordt vervolgens geparkeerd. [6] In januari 2025 nemen Arcadis en Movares het standpunt in dat sprake is van een overname waarvoor een overnamesom moet worden betaald. Volgens ProRail is dit de ‘draai’, maar voor de voorzieningenrechter is niet komen vast te staan dat Arcadis en Movares hiermee een eerdere erkenning hebben verlaten. Ook uit de andere uitlatingen van Loxia c.s. kan niet worden afgeleid dat zij eerder geen aanvullende vergoeding voor Arcadis en Movares voor ogen hadden en later wel.
3.21.
Voor zover ProRail nog heeft aangevoerd dat de medewerkers zonder medewerking van Loxia c.s. ook van rechtswege naar haar overgaan, dus ook zonder dat een aanvullende vergoeding wordt betaald aan Arcadis en Movares, overweegt de voorzieningenrechter nog als volgt. Overgang van onderneming is een arbeidsrechtelijk rechtsgevolg om werknemers te beschermen. Het is niet bedoeld om een (verkrijgende) werkgever een middel te geven om een overname van werknemers af te dwingen zonder daarvoor een vergoeding te betalen. Daar komt bij dat in dit kort geding door ProRail onvoldoende is gesteld om, vooruitlopend op een bodemprocedure, te kunnen aannemen dat al sprake is van een overgang van onderneming voordat de werknemers werkelijk zijn overgegaan. Dat het hier gaat om een kapitaalintensieve onderneming (versus een arbeidsintensieve onderneming) en dat zodanig kapitaal bij de retransitie is of wordt overgedragen dat al van overgang van onderneming sprake is, is namelijk niet aannemelijk geworden in deze procedure.
3.22.
Partijen hebben zich dus ertoe verplicht om te onderhandelen als het exit-scenario insourcing zich zou voordoen, waarbij het doel van de onderhandelingen zou zijn om tot een overgang te komen van de medewerkers tegen betaling van een aanvullende vergoeding door ProRail aan Arcadis en Movares. Tot deze redelijke uitleg van de afspraken in de samenwerkingsovereenkomst komt de voorzieningenrechter, mede gezien de hoedanigheid van partijen, hun maatschappelijke positie en dat zij bij het opstellen van die overeenkomst werden bijgestaan door juristen. Arcadis en Movares dienen op grond van hun bijzondere rechtsverhouding niet in strijd met deze afspraken tussen ProRail en Loxia te handelen.
3.23.
In dit kort geding vordert ProRail verplichte medewerking van Arcadis en Movares aan de overname, terwijl daar dus een prestatie tegenover staat waar partijen nog niet op basis van de juiste uitgangspunten over hebben onderhandeld. Bij die stand van zaken kan de voorzieningenrechter de primaire vorderingen niet toewijzen. Dat zou namelijk betekenen dat de medewerkers al overgaan, zonder dat vaststaat welke aanvullende vergoeding Arcadis en Movares daarvoor ontvangen, wat hen in hun onderhandelingspositie schaadt, maar ook in hun financiële positie omdat zij een bron van inkomsten verliezen waarin zij hebben geïnvesteerd en niet (gelijktijdig) voor worden gecompenseerd. De reden dat hierover nog niet is onderhandeld, valt beide partijen kwalijk te nemen. Enerzijds omdat ProRail is blijven vasthouden aan haar standpunt dat zij slechts een kostenvergoeding verschuldigd is aan Loxia en anderzijds omdat Arcadis en Movares vasthouden aan hun standpunt dat op grond van (contracts)vrijheid een commerciële overnamesom moet worden betaald conform de DCF-methode, die geen recht doet aan de langdurige samenwerking, de gedane investeringen daarin en de gedragen risico’s door de partijen over en weer.
Subsidiaire vordering is deels toewijsbaar: partijen moeten alsnog onderhandelen
3.24.
Arcadis en Movares zijn dus in beginsel gehouden om te onderhandelen met ProRail over de overname van hun medewerkers die de werkzaamheden via Loxia voor ProRail uitvoeren. Omdat die verplichting tot onderhandelen voortvloeit uit de samenwerkingsovereenkomst tussen Loxia en ProRail, is de uitleg van die overeenkomst en de gewekte verwachtingen over en weer ook bepalend voor de (omvang van die) onderhandelingsverplichting. Met voldoende mate van zekerheid kan namelijk worden aangenomen dat een bodemrechter deze onderhandelingsverplichting zal aannemen, omdat dit blijkt uit de letterlijke tekst van de samenwerkingsovereenkomst. De vraag is echter waarover partijen moeten onderhandelen en binnen welke bandbreedte.
3.25.
Niet kan worden aangenomen dat de onderhandelingen zich beperken tot de vergoeding van kosten, zoals ProRail voor ogen heeft. De door haar in het petitum van de dagvaarding geformuleerde onderhandelingsruimte is naar het oordeel van de voorzieningenrechter te beperkt en onjuist. Het is voldoende aannemelijk dat partijen moeten onderhandelen over een aanvullende vergoeding voor Arcadis en Movares voor het overdragen van de medewerkers. ProRail moet dus haar uitgangspunt loslaten dat het slechts om een kostenvergoeding voor Loxia gaat met het oog op de retransitie. Anderzijds is het standpunt van Arcadis en Movares dat de aanvullende vergoeding moet worden berekend op basis van de DCF-methode ook niet voor de hand liggend. Het gaat hier niet om een zuivere commerciële overname tussen willekeurige derden, zoals Arcadis en Movares in feite aanvoeren, maar om een overname van medewerkers voor de bedrijfsactiviteiten van Loxia ten behoeve van ProRail waar alle partijen sinds 1995 aan hebben bijgedragen en waarvoor alle partijen kosten hebben gemaakt en risico’s hebben gedragen. Meer voor de hand liggend lijkt daarom dat Arcadis en Movares als het ware door ProRail worden ‘uitgekocht’ van de waarde die het personeelsbestand vertegenwoordigt, op een wijze die recht doet aan hun langdurige samenwerking. De voorzieningenrechter vindt het meest aannemelijk dat een bodemrechter op basis van alle voorgaande feiten tot een dergelijk oordeel zou komen.
3.26.
De subsidiaire vordering is daarom deels toewijsbaar. Arcadis en Movares worden veroordeeld om te onderhandelen met ProRail, maar niet op basis van het uitgangspunt van ProRail dat slechts de kosten aan Loxia voor de retransitie moeten worden vergoed.
Er wordt geen dwangsom verbonden aan de veroordeling
3.27.
Vanwege de bijzondere dynamiek die verbonden is aan onderhandelen, zal het niet steeds eenvoudig toetsbaar kunnen zijn wanneer aan de veroordeling is voldaan. Daarom is het niet passend om aan dit gebod een dwangsom te koppelen. Dat neemt niet weg dat partijen wel te goeder trouw gevolg zullen moeten geven aan de veroordeling, omdat deze verplichting voortvloeit uit hun onderlinge rechtsverhouding en tot aansprakelijkheid kan leiden als daar niet op redelijke gronden aan wordt voldaan.
De proceskosten worden gecompenseerd
3.28.
Omdat beide partijen deels gelijk en deels ongelijk krijgen, en Loxia c.s. door één procesvertegenwoordiger gezamenlijk zijn vertegenwoordigd, zullen de proceskosten tussen de partijen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

4.De beslissing

De voorzieningenrechter
4.1.
beveelt Arcadis en Movares, zowel gezamenlijk als ieder afzonderlijk, om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis de onderhandelingen met ProRail voort te zetten, zulks op een wijze die in overeenstemming is met de eisen van de redelijkheid en billijkheid en om in dat kader constructief en te goeder trouw in overleg te treden over de overgang van medewerkers, waarbij als uitgangspunt heeft te gelden dat de medewerkers die ten tijde van het uitbrengen van de dagvaarding voor 50% of meer van hun arbeidstijd worden ingezet door Loxia voor de uitvoering van de werkzaamheden voor ProRail en die in Nederland werkzaam zijn, uiterlijk per 1 januari 2027 overgaan naar ProRail,
4.2.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Hurenkamp en in het openbaar uitgesproken door mr. J.K.J. van den Boom op 7 januari 2026.
SB5790

Voetnoten

1.Vgl. Gerechtshof Amsterdam 24 september 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:3743.
2.Productie 15 ProRail.
3.Productie 28 ProRail, punt 6.
4.Producties 15, 23 en 57 ProRail.
5.Productie 29 ProRail.
6.Zie notulen vergadering 16 december 2024, productie 31 ProRail.