Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.[eiser sub 1] B.V.,
2.
[eiser sub 2],
1.[gedaagde sub 1] B.V.,
2.
[gedaagde sub 2],
1.De procedure
- de pleitnota van [eiser c.s.] .
Rechtbank Midden-Nederland
Partijen exploiteren elk een eigen huisartsenpraktijk in hetzelfde pand sinds 1 april 2025, na beëindiging van een kostenmaatschap. Eiser vordert een andere, meer gelijkwaardige verdeling van de werkruimtes, omdat gedaagde volgens hem de beste en meeste ruimtes gebruikt.
De voorzieningenrechter oordeelt dat eiser onvoldoende spoedeisend belang heeft. Het huurrecht behoort nog tot het onverdeelde vermogen van de voormalige maatschap en de verdeling daarvan is onderwerp van een lopende procedure. De huidige situatie is niet ideaal voor eiser, maar er is geen concrete aanwijzing dat de patiëntenzorg in gevaar is.
Daarom wordt de vordering afgewezen en moet eiser de proceskosten van gedaagde betalen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vordering tot wijziging van de verdeling van werkruimtes wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.