Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het verloop van de procedure
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De beoordeling
- [minderjarige] verblijft binnen een stabiele en veilige opvoedomgeving;
- [minderjarige] herkent bij zichzelf emoties en kan deze op adequate wijze uiten;
- [minderjarige] heeft een positief, structureel en verdiepend contact met zijn vader.
5.De beslissing
mr. A.M. Verhoef, kinderrechter, in aanwezigheid van J. Mather als griffier. In afwezigheid van mr. A.M. Verhoef is deze beschikking gezien en ondertekend door mr. E.G. de Jong, kinderrechter. De beslissing is op schrift gesteld op 04 maart 2026.
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.