Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1275

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
18 februari 2026
Publicatiedatum
31 maart 2026
Zaaknummer
C/16/606090 / JL RK 26-57
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BWArtikel 2 Besluit gezagsregisters
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige wegens ontwikkelingsbedreigingen en gebrekkige jeugdhulp

De zaak betreft een verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2018, die bij zijn moeder woont en waarbij het ouderlijk gezag bij beide ouders berust. De kinderrechter heeft eerder de ondertoezichtstelling verlengd tot 9 maart 2026. De gecertificeerde instelling (GI) verzoekt nu om verlenging met een jaar vanwege aanhoudende zorgen.

De zorgen betreffen het langdurig uitblijven van contact tussen de minderjarige en zijn vader, wat risico's oplevert voor hechting en identiteitsontwikkeling. Pogingen tot contactherstel worden bemoeilijkt door de moeizame relatie tussen de ouders. Daarnaast gaat de minderjarige momenteel niet naar school vanwege incidenten, en kan hij nog niet starten met begeleiding bij Zorg Begeleiding Lelystad door het ontbreken van een beschikking van de gemeente. Ook heeft de minderjarige moeite met het herkennen en uiten van emoties, wat ondanks inzet van hulpverlening kwetsbaar blijft.

De kinderrechter stelt dat de voorwaarden voor verlenging zijn vervuld en verlengt de ondertoezichtstelling tot 9 maart 2027. De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De kinderrechter benadrukt het belang van betrokkenheid van de gezinsvoogd en het belang van tijdige jeugdhulp, die nu door gemeentelijke besluitvorming wordt belemmerd. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd tot 9 maart 2027 en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Lelystad
Zaaknummer: C/16/606090 / JL RK 26-57
Datum uitspraak: 18 februari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
SAMEN VEILIG MIDDEN-NEDERLAND,
gevestigd te Almere,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI),
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2018 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. E. Lucas,
[vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 27 januari 2026, mee in de beoordeling.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 februari 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder met haar advocaat;
- [A] namens de GI.
De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont bij zijn moeder.
2.3.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 4 maart 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 9 maart 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De beoordeling

4.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] Daarom verlengt de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van een jaar. De kinderrechter legt hieronder uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
De zorgen rondom [minderjarige] zijn groot. Ten eerste heeft [minderjarige] vanwege incidenten bij de vader al anderhalf jaar geen contact met hem. Dat is een risico voor de hechting en de identiteitsontwikkeling van [minderjarige] . Volgens de GI wil de vader wel contact met [minderjarige] , maar wordt dit bemoeilijkt door de problemen binnen de relatie van de vader met de moeder. De GI heeft de regie gevoerd over het contactherstel. Echter, dit is vanwege de voorwaarden die de vader hieraan stelt nog niet van de grond gekomen. Voor de opbouw van het contact tussen [minderjarige] en zijn vader is het van belang om het contact tussen de vader en de moeder ook voor zover mogelijk te herstellen, bijvoorbeeld door de inzet van Praktijk Valida. Op die manier zijn zij uiteindelijk gezamenlijk in staat om beslissingen te nemen in het belang van [minderjarige] . Ten tweede is het zorgelijk dat [minderjarige] op dit moment niet naar school gaat. Vanwege incidenten op school, is door school besloten dat het niet meer mogelijk was om onderwijs aan te kunnen bieden aan [minderjarige] . Inmiddels is hij aangemeld bij Zorg Begeleiding Lelystad (hierna: ZBL), zodat hij kan werken aan zijn schoolse en persoonlijke vaardigheden. Echter, hij kan hier nog niet starten vanwege het uitblijven van een beschikking van de Gemeente Lelystad. Tot slot heeft [minderjarige] door de gebeurtenissen in het verleden nog steeds moeite met het herkennen en uiten van zijn emoties. De afgelopen periode is hier wel aan gewerkt, maar omdat hij op dit moment volledig thuiszit bij de moeder en hij geen contact met zijn vader heeft, blijven de positieve ontwikkelingen kwetsbaar. Het is belangrijk dat er systemische hulpverlening wordt ingezet, zodat hij vanuit de vader en de moeder leert omgaan met zijn emoties. Om deze ontwikkelingsbedreigingen weg te nemen en de hulpverlening (verder) in te zetten is het noodzakelijk dat de gezinsvoogd betrokken blijft bij [minderjarige] .
4.3.
De komende periode van de ondertoezichtstelling moet er gewerkt worden aan de volgende doelen:
  • [minderjarige] verblijft binnen een stabiele en veilige opvoedomgeving;
  • [minderjarige] herkent bij zichzelf emoties en kan deze op adequate wijze uiten;
  • [minderjarige] heeft een positief, structureel en verdiepend contact met zijn vader.
4.4.
De kinderrechter merkt ten overvloede op dat zowel Zorg Begeleiding Lelystad als de systemische hulpverlening vanuit Praktijk Valida al langere tijd aangewezen zijn en niet van de grond komen vanwege het uitblijven van beschikkingen van de Gemeente Lelystad. Het is zorgelijk dat de daadwerkelijke inzet van jeugdhulp hierdoor uitblijft en er niet voldoende kan worden gewerkt aan het wegnemen van de ontwikkelingsbedreigingen van [minderjarige] . Het belang van [minderjarige] bij goede jeugdhulp ten behoeve van zijn ontwikkeling wordt hierdoor geschaad.
4.5.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [2]
4.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 9 maart 2027;
5.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2026 door
mr. A.M. Verhoef, kinderrechter, in aanwezigheid van J. Mather als griffier. In afwezigheid van mr. A.M. Verhoef is deze beschikking gezien en ondertekend door mr. E.G. de Jong, kinderrechter. De beslissing is op schrift gesteld op 04 maart 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.
2.Artikel 2 Besluit Pro gezagsregisters.