ECLI:NL:RBMNE:2026:1253

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
18 maart 2026
Publicatiedatum
30 maart 2026
Zaaknummer
12098630 \ LV EXPL 26-5
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • M.S. Koppert
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:441 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruimingsvordering toegewezen wegens ernstige overlast en gevaarlijk gedrag huurder

Centrada, verhuurder van een woning in [plaats], vordert in kort geding dat de huurder, die onder bewind staat, de woning verlaat vanwege ernstige overlast en gevaarlijk gedrag. De huurder veroorzaakt geluidsoverlast, vernielingen en bedreigt omwonenden, onder meer met een mes, en heeft brand gesticht in de woning.

De kantonrechter stelt dat er sprake is van een spoedeisend belang omdat de veiligheid van de buren en medewerkers niet gegarandeerd kan worden en de politie ook geen veiligheid kan waarborgen. De huurder heeft zich niet als een goed huurder gedragen en de kans is groot dat in een bodemprocedure de ontruiming wordt toegewezen.

Hoewel de huurder psychische problemen heeft en onder bewind staat, weegt het belang van Centrada en de omwonenden zwaarder dan dat van de huurder. De ontruimingstermijn wordt vastgesteld op drie dagen. De bewindvoerder wordt veroordeeld tot ontruiming en betaling van de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De ontruimingsvordering wordt toegewezen en de huurder moet de woning binnen drie dagen verlaten wegens ernstige overlast en gevaarlijk gedrag.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer: 12098630 \ LV EXPL 26-5
Vonnis in kort geding van 18 maart 2026
in de zaak van
WOONSTICHTING CENTRADA,
gevestigd in Lelystad,
eisende partij,
hierna te noemen: Centrada,
gemachtigde: mr. L. Wanders,
tegen
[gedaagde] B.V.,
in hoedanigheid van bewindvoerder in het beschermingsbewind van [onderbewindgestelde] ,
gevestigd in [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. F.T. Zoutberg.
De heer [onderbewindgestelde] wordt in dit vonnis aangeduid als ‘ [onderbewindgestelde] ’.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 27 februari 2026, met producties 1 t/m 32,
- de aanvullende producties 33 t/m 37 van Centrada.
1.2.
De mondelinge behandeling (zitting) vond plaats op 12 maart 2026. Daarbij was [A] namens Centrada aanwezig met gemachtigde mr. L. Wanders. Namens [gedaagde] was [B] (bewindvoerder van [onderbewindgestelde] ) aanwezig met gemachtigde mr. F.T. Zoutberg. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er is besproken.
1.3.
Tot slot is bepaald dat vandaag het vonnis wordt gewezen.

2.De kern van de zaak

2.1.
Centrada is verhuurder van de woning aan [adres] ( [postcode] ) in [plaats] . [onderbewindgestelde] woont in die woning. Centrada wil met dit kort geding bereiken dat [onderbewindgestelde] de woning verlaat. [onderbewindgestelde] veroorzaakt al enige tijd ernstige overlast in de vorm van geluidsoverlast, verward/bedreigend gedrag naar buren en medewerkers van Centrada, vernielingen in de woning en ernstig gevaar zettend gedrag richting omwonenden, onder andere in de vorm van brandstichting. De kantonrechter is voorlopig van oordeel dat Centrada in een bodemprocedure gelijk zal krijgen. Dit betekent dat [onderbewindgestelde] de woning moet verlaten.

3.De beoordeling

[onderbewindgestelde] staat onder bewind
3.1.
De goederen die [onderbewindgestelde] (zullen) toebehoren staan onder bewind. [gedaagde] is benoemd tot bewindvoerder. Tijdens het bewind vertegenwoordigt de bewindvoerder bij de vervulling van zijn taak [onderbewindgestelde] in en buiten rechte (artikel 1:441 Burgerlijk Pro Wetboek (BW)). [gedaagde] is daarom de formele procespartij.
Het beoordelingskader in kort geding
3.2.
Een vordering tot ontruiming in kort geding kan worden toegewezen als Centrada hierbij zoveel spoed heeft dat zij de uitkomst van een normale, uitgebreide procedure (bodemprocedure) niet hoeft af te wachten. Als er een spoedeisend belang is, moet de kantonrechter daarna beoordelen of de vordering van Centrada in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat het gerechtvaardigd is om op de toewijzing daarvan vooruit te lopen. Verder moet het belang dat Centrada heeft bij toewijzing van de vordering worden afgewogen tegen de gevolgen hiervan voor [onderbewindgestelde] .
3.3.
De kantonrechter stelt in dit kader voorop dat een bij voorlopige voorziening bevolen ontruiming een maatregel is, die diep ingrijpt in het gebruiksrecht en de daarmee verbonden huurbescherming van de huurder. Bij de beoordeling van zo’n vordering moet - volgens vaste jurisprudentie - grote terughoudendheid worden betracht, gelet op de omstandigheid dat in een kortgedingprocedure geen plaats is voor een - diepgaand - onderzoek naar bestreden feiten en gezien de vergaande, veelal onomkeerbare gevolgen van een ontruiming in kort geding, zoals in deze zaak aan de orde is.
Centrada heeft een spoedeisend belang
3.4.
Een ontruimingsvordering is naar haar aard spoedeisend. Daarnaast vertoont [onderbewindgestelde] verward, onvoorspelbaar en gevaarlijk gedrag richting zijn buren. Niet alleen heeft hij brand gesticht in de woning, maar hij heeft ook een buurman met een mes bedreigd. Tijdens de zitting heeft Centrada toegelicht dat zij de veiligheid van de buren van [onderbewindgestelde] niet kan waarborgen en dat de politie heeft aangegeven dat ook niet (meer) te kunnen. Gelet op deze omstandigheden kan van Centrada en de buren van [onderbewindgestelde] niet gevraagd worden dat zij de uitkomst van een bodemprocedure afwachten.
[onderbewindgestelde] moet de woning verlaten
3.5.
Het is voldoende aannemelijk dat een rechter in een bodemprocedure zal oordelen dat [onderbewindgestelde] de woning moet verlaten. [onderbewindgestelde] heeft zich niet als een goed huurder gedragen door ernstige (geluids-)overlast te veroorzaken, medewerkers van Centrada en buurtbewoners te bedreigen, vernielingen en schade aan te richten in de woning (onder andere door brandstichting, het ingooien van zijn ruiten en kapotmaken van keukenkastjes). Centrada en [gedaagde] hebben weliswaar afspraken gemaakt over de afhandeling van de schade die [onderbewindgestelde] tot nu toe heeft veroorzaakt, maar gelet op de (psychische) toestand van [onderbewindgestelde] heeft Centrada er belang bij dat toekomstige schade aan de woning wordt voorkomen. Daarom wordt de ontruimingsvordering van Centrada in deze kort geding procedure toegewezen. Dat betekent dat [gedaagde] wordt veroordeelt om de woning te ontruimen en [onderbewindgestelde] de woning dus moet verlaten. Hieronder wordt dit uitgelegd.
[onderbewindgestelde] is ernstig tekortgeschoten in zijn verplichtingen als huurder
3.6.
[onderbewindgestelde] vertoont al enkele jaren verward gedrag. Op 2 september 2024 heeft hij een contactverbod opgelegd heeft gekregen van Centrada omdat hij een medewerker toewenste “kanker te krijgen en te sterven” en op een later moment dreigde om met een bomgordel om naar het kantoor van Centrada te komen. Uit het dossier en wat op de zitting is besproken volgt dat buurtbewoners eerst zelf hebben geprobeerd om met [onderbewindgestelde] te praten over de overlast die hij veroorzaakt, maar toen dit niet hielp zij meldingen hebben gemaakt bij Centrada. Ook zijn verschillende hulpverlenende instanties betrokken bij [onderbewindgestelde] , zoals de GGZ en een woonbegeleider.
3.7.
Sinds juni 2025 krijgt Centrada regelmatig overlastmeldingen binnen van omwonenden over [onderbewindgestelde] . De overlastmeldingen komen van verschillende buren. Samengevat komen de meldingen in het dossier neer op het volgende. [onderbewindgestelde] veroorzaakt veel geluidsoverlast door te schreeuwen en spullen te slopen in zijn woning en tuin. Dit gebeurt niet alleen overdag, maar ook midden in de nacht en vroeg in de ochtend. Centrada heeft deze overlast onderbouwd met geluidsopnames. In meerdere meldingen is te lezen dat de kopjes en glazen van de buren meetrillen doordat [onderbewindgestelde] de woning “kort en klein aan het slaan is”. Daarnaast zijn er meldingen gemaakt dat [onderbewindgestelde] zijn eigen ruiten inslaat/ingooit en dan meerdere parkeerplekken in de straat vanwege het gebroken glas niet gebruikt konden worden. Uit de brief van Centrada van 26 januari 2026 naar aanleiding van het gesprek met onder andere [gedaagde] en [onderbewindgestelde] volgt dat de schade die [onderbewindgestelde] heeft veroorzaakt aan de ramen, keukenkastjes en keukenkraan ongeveer € 1.700,00 bedraagt. Verder heeft [onderbewindgestelde] in de brievenbus van een buurvrouw ontlasting (vermoedelijk van een dier) achtergelaten.
3.8.
Op 10 februari 2026 heeft [onderbewindgestelde] brand gesticht in zijn woning en heeft hij daarna de woning verlaten zonder iemand te vertellen wat hij had gedaan. De woning heeft daardoor schade opgelopen. Tijdens de zitting is toegelicht dat deze brand toevallig werd ontdekt, anders waren de gevolgen veel ernstiger geweest. In het dossier staat ook dat [onderbewindgestelde] met een mes bij de voordeur van een buurman heeft gestaan. De kantonrechter begrijpt dat dit heftige incidenten zijn geweest die het gevoel van onveiligheid in de buurt extra hebben vergroot. Tijdens de zitting heeft Centrada toegelicht dat [onderbewindgestelde] heeft gezegd dat het zijn bedoeling was om de buurman neer te steken en dat de buren van [onderbewindgestelde] onderdeel zijn van zijn wanen. [onderbewindgestelde] is ervan overtuigd dat zijn buren hem pesten, hem 's nachts wakker houden, bij hem inbreken en zijn spullen wegnemen. Uit het dossier volgt ook dat [onderbewindgestelde] meerdere keren voor korte tijd is opgenomen in een GGZ-instelling, maar dat hij bij thuiskomst meteen weer verdergaat met het veroorzaken van overlast. De meest recente melding in het dossier is van 11 maart 2026, daarin staat dat het lijkt alsof [onderbewindgestelde] zijn woning aan het slopen is en de vloer van de melder meetrilt door het gebonk. Bovenstaande overlast(meldingen) is/zijn door [gedaagde] allemaal niet betwist.
Het belang van Centrada weegt zwaarder dan dat van [gedaagde] / [onderbewindgestelde]
3.9.
Tijdens de zitting heeft de bewindvoerder van [onderbewindgestelde] toegelicht dat [onderbewindgestelde] bezwaar heeft tegen de gevorderde ontruiming en in de woning wil blijven wonen. De oorzaak van het (overlastgevende) gedrag van [onderbewindgestelde] is waarschijnlijk gelegen in zijn psychische problemen. Maar, dit betekent niet dat van Centrada kan worden verwacht dat zij deze situatie laat voortduren. Centrada heeft richting haar andere huurders (de buren van [onderbewindgestelde] ) ook de verplichting om te zorgen dat zij rustig kunnen wonen. In meerdere meldingen is te lezen dat buren van [onderbewindgestelde] zich ernstig zorgen maken over zijn verwarde gedrag, zich hierdoor ook heel erg onveilig voelen én regelmatig slecht slapen vanwege de (geluids)overlast die [onderbewindgestelde] veroorzaakt. [onderbewindgestelde] heeft al meermaals een zorgmachtiging voor gedwongen opname gehad en er zijn verschillende hulpverlenende instanties bij hem betrokken, maar dit is kennelijk onvoldoende om zijn overlastgevende gedrag te laten stoppen. Ook lijkt het overlastgevende gedrag van [onderbewindgestelde] alleen maar te escaleren met potentieel levensbedreigende situaties tot gevolg, zoals de hiervoor genoemde brandstichting en bedreiging met een mes. Tijdens de zitting heeft Centrada onbetwist gesteld dat niet alleen zij de veiligheid van de omwonenden niet kan garanderen zolang [onderbewindgestelde] in de woning blijft wonen, maar dat de politie ook heeft aangegeven dat zij de veiligheid in de buurt niet (meer) kunnen garanderen.
De ontruimingstermijn is 3 dagen
3.10.
De kantonrechter wijst de gevorderde ontruimingstermijn van 3 dagen toe. [gedaagde] heeft hiertegen geen bezwaar gemaakt. Daarnaast heeft [gedaagde] op de zitting toegelicht dat de GGZ als er een ontruimingsvonnis is meteen aan de slag zal gaan met het zoeken naar een andere woonruimte.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
3.11.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Centrada worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
150,58
- griffierecht
139,00
- salaris gemachtigde
577,00
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.010,58.
3.12.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Uitvoerbaar bij voorraad
3.13.
De kantonrechter verklaart deze uitspraak uitvoerbaar bij voorraad. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van de partijen hoger beroep instelt tegen deze beslising. De beslissing geldt in dat geval tot het gerechtshof een andere beslissing neemt.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen 3 dagen na betekening van dit vonnis de woning aan [adres] ( [postcode] ) in [plaats] te ontruimen en ontruimd te houden met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Centrada zijn, en in oorspronkelijke, onbeschadigde, schone en lege staat op te leveren aan Centrada, en de sleutels af te geven aan Centrada, met het verbod de woning na de ontruiming opnieuw te betrekken c.q. te gebruiken,
4.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.010,58, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
4.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.S. Koppert en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2026.
61312