ECLI:NL:RBMNE:2026:1247

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
18 maart 2026
Publicatiedatum
30 maart 2026
Zaaknummer
11862545 \ UC EXPL 25-6995
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m BWArt. 6:230v BWArt. 6:119 BWArt. 6:96 BWArt. 7:17 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling zonnepanelen na schending essentiële informatieverplichtingen deels verminderd

De zaak betreft een geschil over de levering en installatie van zonnepanelen door eiseres bij gedaagde. Gedaagde betaalde niet volledig omdat zij meende dat de installatie gebreken vertoonde. Eiseres vorderde volledige betaling, gedaagde stelde een tegenvordering in tot terugbetaling en schadevergoeding.

De kantonrechter oordeelde dat de zonnepanelen niet non-conform zijn, ondanks zichtbare krassen en vlekken, omdat deze de werking niet aantoonbaar beïnvloeden. Gedaagde kon onvoldoende bewijs leveren voor defecten of verminderde opbrengst. Wel werd vastgesteld dat eiseres niet voldeed aan essentiële informatieverplichtingen bij de consumentenkoop, zoals duidelijke prijsinformatie, leveringstermijn en het recht op ontbinding.

Hierdoor werd de betalingsverplichting van gedaagde met 60% verminderd. Gedaagde moet nog € 634,33 betalen plus wettelijke rente vanaf 13 juli 2024. Vorderingen van gedaagde tot terugbetaling en schadevergoeding werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Proceskosten werden grotendeels toegewezen aan eiseres. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde moet € 634,33 plus wettelijke rente betalen, betalingsverplichting verminderd met 60% wegens schending informatieverplichtingen; overige vorderingen afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11862545 \ UC EXPL 25-6995
Vonnis van 18 maart 2026
in de zaak van
[eiseres] H.O.D.N. [handelsnaam],
Gevestigd in [vestigingsplaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. C. Canters,
tegen
[gedaagde],
wonende in [woonplaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
De kantonrechter heeft de volgende stukken ontvangen:
- de dagvaarding met producties 1 t/m 7 van [eiseres] ,
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie met producties 1 t/m 9 van [gedaagde] ,
- de conclusie van antwoord in reconventie van [eiseres] ,
- de akte uitlating na conclusie van antwoord in reconventie met bijlage 1 en 2 met vermeerdering van eis van [gedaagde] ,
- de brief van 12 februari 2026 van [eiseres] waarin bezwaar is gemaakt tegen de indiening van de akte van [gedaagde] ,
- de brief van 15 februari 2026 van [gedaagde] in reactie op de brief van 12 februari 2026 van [eiseres] .
1.2.
De kantonrechter heeft partijen op 6 november 2025 een brief gestuurd om te laten weten dat een mondelinge behandeling was gepland. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 18 februari 2026 en de griffier heeft daarvan aantekeningen gemaakt.
1.3.
De kantonrechter heeft daarna besloten dat vandaag uitspraak wordt gedaan.
2. De kern van de zaak
2.1.
[eiseres] heeft zonnepanelen gelegd op de woning van [gedaagde] . [gedaagde] heeft de factuur die zij daarvoor ontving niet volledig betaald omdat zij vindt dat de installatie meerdere gebreken vertoont. [eiseres] vindt dat [gedaagde] de factuur helemaal moet betalen omdat de zonnepanelen goed zouden werken en vordert dat in deze zaak. [gedaagde] stelt een tegenvordering in tot terugbetaling van het deel dat zij al heeft betaald en vordert ook een schadevergoeding. [eiseres] krijgt grotendeels gelijk, maar de vordering wordt met 60% verminderd omdat [eiseres] niet heeft voldaan aan de essentiële informatieverplichtingen en geen informatie heeft verstrekt over de wijze waarop [gedaagde] een betalingsverplichting is aangegaan.

3.De beoordeling

3.1.
De vorderingen van [eiseres] (in conventie) en de vorderingen van [gedaagde] (in reconventie) hangen zo sterk met elkaar samen, dat zij hierna samen worden behandeld.
Partijen hebben afgesproken dat [gedaagde] € 4.440 moet betalen voor (de installatie van) negen zonnepanelen
3.2.
Partijen hebben een overeenkomst gesloten op grond waarvan [eiseres] zich heeft verplicht zonnepanelen te leveren en te installeren. Volgens de offerte van [eiseres] zouden tien zonnepanelen en een omvormer worden geplaatst tegen een totaalprijs van € 4.615. In de offerte staat ook dat als de factuur binnen drie dagen na plaatsing wordt betaald, een korting van € 890 wordt verleend. [eiseres] is verplicht om een functionerende installatie te leveren, geschikt voor het opwekken van elektriciteit zoals bij een dergelijke installatie gebruikelijk is en [gedaagde] is verplicht de daarvoor overeengekomen prijs te betalen.
3.3.
De zonnepanelen zijn op 2 juli 2024 geïnstalleerd. Hoewel in de offerte werd uitgegaan van tien zonnepanelen, zijn er uiteindelijk negen zonnepanelen geplaatst. In de offerte staat dat als één paneel minder wordt geplaatst, een korting van € 175 wordt toegepast. Maar volgens [gedaagde] is de korting voor het niet geplaatste paneel € 225, en niet € 175. Omdat deze stelling niet nader is onderbouwd en in de offerte een bedrag van € 175 staat, gaat de kantonrechter ervan uit dat een korting is afgesproken van € 175.
3.4.
De prijs voor de negen zonnepanelen komt daarmee uit op € 4.440 (€ 4615 -/- 175), exclusief een eventuele korting voor betaling binnen drie dagen. Tussen partijen staat het vast dat [gedaagde] daarvan al € 1.091,67 heeft betaald.
Schending van informatieplichten leidt tot vermindering van de koopprijs
3.5.
De vordering van [eiseres] is gebaseerd op een overeenkomst tussen een partij handelend in de uitoefening van haar beroep of bedrijf ( [eiseres] ) en een consument ( [gedaagde] ). Op zo’n overeenkomst zijn consumentenbeschermende bepalingen van toepassing. Sommige consumentenbeschermende bepalingen worden zo belangrijk gevonden dat de kantonrechter ambtshalve (uit zichzelf, ook als de consument daar niet om vraagt) moet beoordelen of die zijn nageleefd. Zo niet, dan moet de kantonrechter daar, ook ambtshalve, consequenties aan verbinden. Daarbij moet worden gedacht aan een (gedeeltelijke) afwijzing van de vordering. [1]
Koop op afstand
3.6.
De overeenkomst is volledig via internet tot stand gekomen. Een dergelijke overeenkomst wordt aangemerkt als een overeenkomst die op afstand is gesloten. De wet bepaalt dat de handelaar de consument duidelijk moet informeren over bepaalde rechten en plichten. Op de overeenkomst zijn de informatieplichten van de artikelen 6:230m en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek van toepassing. De kantonrechter constateert dat [eiseres] niet heeft voldaan aan de essentiële informatieverplichtingen die daarbij gelden.
Informatie over de prijs is onduidelijk
3.7.
De informatie over de totale prijs is niet op een duidelijke, begrijpelijke en in het oog springende manier verstrekt, waardoor artikel 6:230m lid 1 onder e van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) is geschonden. In de offerte staat twee keer goed leesbaar dat de kostprijs € 3.550 is. Vervolgens staat onderaan dezelfde pagina ‘
Prijs indien u niet binnen 3 dagen wilt betalen*’ en daarachter, in een kleiner en zeer licht lettertype ‘
€ 4.615’. Dit is het bedrag dat de consument verschuldigd, tenzij binnen drie dagen worden betaald. Die totale prijs van € 4.615 (bij tien panelen) wordt dus niet op een begrijpelijke en in het oog springende manier gepresenteerd.
Er is geen informatie verstrekt over wanneer [eiseres] de panelen zou komen leggen
3.8.
De termijn waarbinnen [eiseres] zich verbindt om de zonnepanelen te leveren en te installeren, staat ook niet in de offerte. Daardoor is artikel 6:230m lid 1 onder g BW geschonden. [eiseres] heeft hierover geen informatie verstrekt aan [gedaagde] . Er staat weliswaar in de offerte dat [eiseres] vanwege enorme drukte niet eerst kan langskomen, maar niet wanneer zij de werkzaamheden (wel) zal verrichten.
[gedaagde] is niet gewezen op het recht om de overeenkomst te ontbinden
3.9.
[gedaagde] is ook niet gewezen op het recht om de overeenkomst te ontbinden en daardoor is artikel 6:230m lid 1 onder h BW geschonden. Dat is ook een tekortkoming, omdat [gedaagde] als consument tijdens het bestelproces op dat recht moet worden gewezen, zonder dat zij zelf naar de informatie op zoek moet. Het is dus niet voldoende dat dit in de algemene voorwaarden staat.
Het aangaan van de betalingsverplichting is onvoldoende duidelijk
3.10.
Het aangaan van de betalingsverplichting gebeurt veelal door het aanklikken van een knop, de zogenaamde bestelknop. De kantonrechter kan niet vaststellen dat de bestelknop voldoet aan de eisen van artikel 6:230v lid 3 BW. Daarvoor is nodig dat de bestelknop een ondubbelzinnige formulering bevat waaruit blijkt dat het plaatsen van een bestelling direct een betalingsverplichting ten opzichte van [eiseres] inhoudt. [eiseres] heeft onvoldoende informatie verstrekt over de inrichting van het elektronische bestelproces, terwijl zij dat wel verplicht is en tijdens de mondelinge behandeling bleek dat [eiseres] niet weet welke teksten in het bestelproces worden gebruikt. De kantonrechter zal daaraan een sanctie verbinden.
De kantonrechter legt een sanctie op van 60% van de koopprijs
3.11.
Er is dus sprake van drie schendingen van de essentiële informatieverplichtingen en het niet is gebleken dat de bestelknop voldoet. Gelet op de Richtlijn Sanctiemodel essentiële informatieplichten, vermindert de kantonrechter de betalingsverplichting van [gedaagde] daarom met 60%. Dat betekent dat van de hoofdsom maximaal een bedrag van € 1.776, in plaats van € 4.440, kan worden toegewezen.
Het is niet gebleken dat de zonnepanelen niet goed werken
De hoofdregels over conformiteit bij consumentenkoop
3.12.
Er is sprake van een consumentenkoop. Bij een consumentenkoop moet de afgeleverde zaak aan de overeenkomst beantwoorden; de zaak moet ‘conform’ zijn. De wet omschrijft wanneer de zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt en er dus sprake is van non-conformiteit. De zaak beantwoordt niet aan de overeenkomst als deze – mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over die zaak heeft gedaan – niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. [2]
3.13.
Als de afgeleverde zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt (non-conform is), kan een koper herstel van de afgeleverde zaak vorderen en daarna schadevergoeding als de verkoper niet binnen een redelijke tijd tot herstel overgaat. De consument die herstel of schade vordert, moet in de procedure stellen (en zo nodig bewijzen) dat de zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt (non-conform is).
De geleverde producten beantwoorden aan de overeenkomst
3.14.
[gedaagde] heeft aangevoerd dat de zonnepanelen niet aan de overeenkomst beantwoorden omdat:
  • er blijvende vlekken op de panelen zitten,
  • op de panelen krassen zichtbaar zijn,
  • één paneel defect is,
  • een omvormer defect is,
  • sprake is van een wisselende opbrengst,
  • sprake is van delaminatie en roestvorming,
  • in afwijking van de gemaakte afspraken geen bakken onder de zonnepanelen zijn geplaatst.
3.15.
Uit de foto’s die bij de conclusie van antwoord zijn overgelegd, blijkt dat er op de zonnepanelen vlekken zitten. Partijen zijn het erover eens dat dit deels vingerafdrukken zijn, die door regen zullen worden weggespoeld. Dat een deel van de vlekken blijvend is, heeft [eiseres] betwist en is niet komen vast te staan. De kantonrechter kan het niet goed zien op de overgelegde foto’s en verdere onderbouwing dat het blijvende vlekken zijn, ontbreekt.
3.16.
Op de foto’s is wel te zien dat (de coating van) de zonnepanelen en enkele frames gekrast zijn. [3] [eiseres] heeft tijdens de mondelinge behandeling niet betwist dat er krassen in de coating zitten. [eiseres] heeft bevestigd dat op de frames geen beschermende coating of folie zit, dus dat de krassen daarop blijvend zijn.
3.17.
[gedaagde] stelt dat één paneel defect is en heeft toelicht dat het paneel niet zichtbaar is in de app van de leverancier waarin zij de opbrengst van de zonnepanelen kan zien. [eiseres] heeft dat betwist en heeft toegelicht dat het kan gebeuren dat een zonnepaneel tijdelijk niet zichtbaar is in de app, maar dat dit niet betekent dat het paneel zelf geen zonne-energie opwekt. [gedaagde] heeft daar te weinig tegenover gesteld. [gedaagde] had haar standpunt dat het paneel defect is nader moeten onderbouwen, bijvoorbeeld met een overzicht van (het gebrek aan) opbrengst van dat paneel of een verklaring van een deskundige. Omdat dit ontbreekt, is niet komen vast te staan dat een paneel defect is.
3.18.
Ook is niet komen vast te staan dat de geleverde omvormer niet goed werkt. Volgens [gedaagde] is sprake van structurele storingen in de omvormer omdat daarop regelmatig lampjes knipperen. [eiseres] heeft toegelicht dat een omvormer tijdelijk offline kan zijn door problemen met de (internet)verbinding, maar dat dit niet betekent dat deze defect is. Er kan sprake zijn van een tijdelijke storing, waardoor lampjes op de omvormer gaan knipperen. Dat kan verschillende oorzaken hebben, die met behulp van de gebruiksaanwijzing verholpen kunnen worden. Dat dit niet klopt en de omvormer wél defect is, had [gedaagde] verder moeten onderbouwen, bijvoorbeeld met communicatie- of storingsrapportages. Dat er problemen zijn geweest met dit type omvormer en [eiseres] daarover een procedure is gestart tegen de leverancier, is niet alleen onvoldoende onderbouwd, maar is ook onvoldoende om tot de conclusie te komen dat de geleverde omvormer niet werkt. Dat er problemen zijn met een bepaald type omvormer betekent namelijk niet dat de omvormer die aan [gedaagde] is geleverd, defect is. Ten overvloede merkt de kantonrechter nog op dat als de omvormer toch defect blijkt te zijn, [gedaagde] een beroep kan doen op de verleende garantie.
3.19.
Evenmin is komen vast te staan dat de opbrengst van het systeem niet consistent is. [gedaagde] heeft weliswaar uitdraaien overgelegd van de app waarin een wisselende opbrengst van de zonnepanelen te zien is, maar dat is onvoldoende. Zoals hiervoor besproken, kan het zo zijn dat panelen wel energie opwekken, maar dat de opbrengst niet zichtbaar is in de app. [gedaagde] had haar standpunt over de wisselende of achterblijvende opbrengst daarom moeten onderbouwen met objectieve gegevens, zoals een overzicht van de opgewekte energie.
3.20.
Dat bij de zonnepanelen sprake is van delaminatie en roestvorming, is ook niet komen vast te staan. [gedaagde] heeft dit gesteld en ter onderbouwing van haar stelling foto’s overgelegd, maar [eiseres] betwist dat op die foto’s roestvorming en delaminatie te zien is. De kantonrechter kan dit ook niet vaststellen op basis van de foto’s. [gedaagde] had dit gebrek verder moeten onderbouwen, bijvoorbeeld met een verklaring van een deskundige.
3.21.
Als laatste gebrek voert [gedaagde] aan dat er geen speciale bakken onder de zonnepanelen zijn geplaatst voor de ballast, terwijl dit wel in de offerte stond. [eiseres] heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat zij altijd ter plekke beoordeelt of het nodig is dat ballast in bakken onder zonnepanelen wordt geplaatst, of dat het plaatsen van losse ballast in combinatie met daksteunen volstaat. Het gaat er volgens [eiseres] om dat voorkomen moet worden dat de panelen wegwaaien. Wat daarvoor nodig is hangt af van de ligging van het dak. [gedaagde] heeft dit niet weersproken en heeft ook niet onderbouwd waarom het in dit geval nodig was om ballast in bakken onder de zonnepanelen te plaatsen. Hoewel [eiseres] vooraf duidelijker had moeten communiceren dat het van de omstandigheden afhangt of zij bakken onder de zonnepanelen plaatsen, is niet gesteld en ook niet gebleken dat de installatie zonder de bakken onveilig is of niet voldoet en ook niet dat dit gevolgen heeft voor de waarde van de installatie.
3.22.
Kortom: het is komen vast te staan dat er vlekken op de panelen zitten en dat de panelen gekrast zijn. De vraag is vervolgens of dit ook juridische gevolgen moet hebben. Het antwoord op die vraag is nee.
3.23.
De kantonrechter begrijpt dat [gedaagde] er niet blij mee is dat de panelen gekrast zijn en vlekken bevatten. Bij andere soorten zaken kunnen dit soort beschadigingen tot non-conformiteit leiden, maar in dit geval zijn de vlekken en krassen onvoldoende om te concluderen dat de zonnepanelen niet beantwoorden aan de overeenkomst. De kantonrechter is van oordeel dat van zonnepanelen in zijn algemeenheid verwacht mag worden dat daarmee zonne-energie wordt opgewekt. Er zijn geen feiten en omstandigheden vast komen te staan waaruit volgt dat de zonnepanelen geen of minder energie opwekken dan verwacht mocht worden. Er is ook geen nadere technische toelichting of deskundigenrapport overgelegd, waaruit blijkt dat sprake is van structurele gebreken die de werking van de panelen beïnvloeden. Aangezien [gedaagde] hier ook geen nader bewijs van heeft aangeboden, zal zij niet in de gelegenheid worden gesteld zo’n onderbouwing nog aan te leveren. De zonnepanelen bezitten daarmee de eigenschappen die voor normaal gebruik nodig zijn. Niet is gesteld of gebleken dat partijen nog bijzonder gebruik zijn overeengekomen op grond waarvan [gedaagde] hogere of andere verwachtingen van de panelen mocht hebben. Het gaat hier bovendien om zonnepanelen die op een dak zijn geplaatst, waardoor [gedaagde] de krassen en vlekken niet vaak zal zien.
[gedaagde] heeft geen geldig beroep op opschorting en ontbinding gedaan
3.24.
[gedaagde] heeft gesteld dat zij het restant van de factuur nog niet hoefde te betalen (door haar beroep op opschorting) of niet meer hoeft te betalen (doordat zij de overeenkomst buitengerechtelijk heeft ontbonden).
[eiseres] komt geen beroep toe op de algemene voorwaarden en artikel 7:758 BW Pro
3.25.
De kantonrechter ziet aanleiding om eerst de twee verweren van [eiseres] te bespreken. Volgens [eiseres] heeft [gedaagde] haar vorderingen te laat ingesteld. In artikel 8 lid 9 van Pro haar algemene voorwaarden staat namelijk dat elk vorderingsrecht van de koper ( [gedaagde] ) vervalt binnen twaalf maanden nadat de verkochte zaken ter beschikking zijn gesteld. De panelen zijn op 2 juli 2024 geïnstalleerd en ter beschikking gesteld aan [gedaagde] . [gedaagde] heeft pas in haar conclusie van antwoord van 11 september 2025 een eis in reconventie ingesteld. Dat is meer dan 12 maanden na de installatie van de panelen en dus te laat volgens [eiseres] . De kantonrechter volgt [eiseres] hierin niet. De kantonrechter toetst de algemene voorwaarden ambtshalve en vernietigt deze bepaling uit de algemene voorwaarden. Met dit beding worden de rechten van de consument namelijk ingeperkt en wordt ten nadele van de consument afgeweken van de wettelijke regeling. Dat is bij een consumentenkoop niet toegestaan. [4] Door de vernietiging kan [eiseres] geen beroep doen op artikel 8 lid 9 van Pro de algemene voorwaarden.
3.26.
[eiseres] heeft daarnaast een beroep gedaan op artikel 7:758 lid 3 BW Pro. Dat artikel ziet op de gevolgen van de oplevering bij aanneming van werk. Op grond van dit artikel zou [eiseres] niet meer aansprakelijk kunnen worden gesteld voor gebreken, omdat [gedaagde] de gebreken op het tijdstip van oplevering redelijkerwijs had moeten ontdekken.
3.27.
De wet kent verschillende soorten overeenkomsten. De wet verstaat onder consumentenkoop: de koop van een roerende zaak die wordt gesloten door een verkoper die handelt in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf en een koper, een natuurlijk persoon die niet handelt in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf. [5] Een overeenkomst waarbij een aannemer, die niet in dienst is van de opdrachtgever, de opdracht krijgt om een werk van stoffelijke aard tot stand te brengen en op te leveren, tegen betaling van geld door de opdrachtgever, wordt gekwalificeerd als een overeenkomst van aanneming van werk. [6]
3.28.
De overeenkomst van partijen heeft kenmerken van een koop (namelijk de verplichting om de zonnepaneleninstallatie te leveren) en van aanneming van werk (namelijk de verplichting de zonnepaneleninstallatie te installeren) en is daarom een gemengde overeenkomst. Dat betekent dat in principe de wettelijk bepalingen voor consumentenkoop en voor aanneming van werk naast elkaar van toepassing zijn. In het geval van strijd tussen deze bepalingen, gaan de regels van consumentenkoop voor op de regels van aanneming van werk. [7] Dat betekent dat [gedaagde] beroep mag doen op de bepalingen over de rechten van de consument bij gebreken en dat [eiseres] niet op grond van artikel 7:758 lid 3 BW Pro ontslagen is van aansprakelijkheid voor die gebreken.
3.29.
Omdat de verweren van [eiseres] niet slagen, komt de kantonrechter toe aan de inhoudelijke beoordeling van het beroep op ontbinding en opschorting.
Geen recht op opschorting van de betaling of ontbinding van de overeenkomst
3.30.
Voor toewijzing van een beroep op ontbinding of opschorting, is vereist dat sprake is van een tekortkoming die de ontbinding of opschorting rechtvaardigt. [8]
3.31.
[gedaagde] heeft aan haar beroep op opschorting en ontbinding ten grondslag gelegd dat de geplaatste zonnepanelen gebrekkig zijn. Hiervoor heeft de kantonrechter overwogen dat zij dat niet kan vaststellen. Daarom was [gedaagde] niet gerechtigd om de betaling op te schorten en wordt geen verklaring van recht afgegeven dat de overeenkomst is ontbonden. Ook wordt de vordering van [gedaagde] tot terugbetaling van het bedrag dat zij betaalde (€ 1.091,67) afgewezen.
De kosten voor verwijdering van de zonnepanelen en de vergoeding van gemiste opbrengst worden afgewezen
3.32.
[gedaagde] vordert ook vergoeding van kosten voor verwijdering en afkoppeling van de zonnepanelen en vergoeding van de door haar gemiste opbrengst van de zonnepanelen van € 2.233,50. Voor het toewijzen van schadevergoeding is vereist dat sprake is van een toerekenbare tekortkoming en dat de gestelde schade in causaal verband staat met die tekortkoming. [9]
3.33.
Voor zover er sprake is van een tekortkoming van [eiseres] , heeft [gedaagde] onvoldoende onderbouwd dat zij daardoor schade heeft geleden. Ter onderbouwing hiervan heeft [gedaagde] verwezen naar de jaarlijkse productie in de offerte van [eiseres] en gesteld dat die opbrengst niet is gehaald. Dat is onvoldoende, omdat zij niet inzichtelijk heeft gemaakt hoeveel energie de zonnepanelen hebben opgewekt. De vordering strandt dus doordat de schade onvoldoende is onderbouwd. De kantonrechter komt er niet aan toe om de andere wettelijke vereisten te bespreken.
3.34.
Voor zover [gedaagde] de schadevergoedingsvordering baseert op een ongedaanmakingsverplichting na ontbinding, gaat dat ook niet op omdat haar beroep op ontbinding niet slaagt.
De zaak wordt niet verwezen naar schadestaatprocedure
3.35.
[gedaagde] heeft verder nog gevorderd dat de overige schade opgemaakt moet worden bij staat. De Hoge Raad acht voor een veroordeling tot vergoeding van schade op te maken bij staat voldoende dat eiser de mogelijkheid dat schade is geleden aannemelijk heeft gemaakt. [10] Aan deze maatstaf wordt niet voldaan. Zoals hiervoor besproken heeft [gedaagde] niet aannemelijk gemaakt dat de installatie non-conform is, zodat ook niet wordt toegekomen aan het vaststellen van schade.
[gedaagde] krijgt € 50 korting omdat [eiseres] een kast heeft beschadigd
3.36.
[gedaagde] vordert een bedrag van € 50 omdat tijdens het plaatsen van de zonnepanelen schade is ontstaan aan een kast in de bijkeuken. Uit de overgelegde e-mail van 2 juli 2025 volgt dat [gedaagde] heeft voorgesteld dat [eiseres] in verband met deze schade een bedrag van € 50 afhaalt van de prijs, zodat het probleem daarmee is opgelost. [eiseres] heeft dit voorstel geaccepteerd en meerdere keren toegezegd dat [gedaagde] dat bedrag in mindering mag brengen op de koopsom. Daarmee is tussen partijen overeenstemming bereikt over vergoeding van deze schade. [eiseres] wil nu op deze afspraak terugkomen omdat [gedaagde] de factuur niet (op tijd) betaalde, maar dat kan niet. [eiseres] heeft namelijk geen voorbehoud gemaakt toen zij het voorstel accepteerde; zij heeft niet als voorwaarde gesteld dat de factuur op tijd moest worden betaald of dat [gedaagde] af moest zien van eventuele nadere vorderingen. De kantonrechter zal daarom een bedrag van € 50 in mindering brengen op het bedrag dat [gedaagde] verschuldigd is.
[gedaagde] moet nog € 634,33 aan [eiseres] betalen voor (de installatie van) negen zonnepanelen
3.37.
[gedaagde] moet voor de zonnepanelen nog € 634,33 aan [eiseres] betalen. Dit bedrag is als volgt berekend.
3.38.
Zoals hiervoor besproken, is de totale prijs van de zonnepanelen, na de sancties, € 1.776. Het beroep van [gedaagde] op de opschorting en de ontbinding slaagt niet. Dat betekent dat zij de factuur moet betalen. Zij heeft de factuur niet binnen drie dagen na de oplevering betaald. Daarom heeft [gedaagde] geen recht op de korting van € 890. [gedaagde] had al € 1.091,67 betaald en mag € 50 van de prijs afhalen, waarna nog een bedrag van € 634,33 overblijft dat [gedaagde] aan [eiseres] moet betalen (€ 1.776 -/- 1.091,67 -/- € 50 = € 634,33).
[gedaagde] moet vanaf 13 juli 2024 de wettelijke rente betalen
3.39.
Over het bedrag van € 634,33 moet vanaf 13 juli 2024 de wettelijk rente worden betaald. [eiseres] vordert weliswaar de wettelijke rente vanaf 2 juli 2024, maar die datum klopt niet. Op de factuur van 2 juli 2024 staat namelijk dat betaling uiterlijk op 12 juli 2024 plaats moest vinden. In de toepasselijke algemene voorwaarden van [eiseres] is bepaald dat voor toepassing van de korting een betalingstermijn van drie dagen geldt en dat als daarbinnen niet betaald wordt, er nog een termijn van zeven dagen overblijft. Ook op grond van de algemene voorwaarden geldt dus een betalingstermijn van tien dagen, waarmee de uiterlijke betaaldatum (ook) 12 juli 2024 is. [gedaagde] heeft geen bezwaar gemaakt tegen deze datum. De kantonrechter gaat daarom uit van 12 juli 2024 als uiterste betaaldatum. Omdat (volledige) betaling niet op die datum heeft plaatsgevonden, is [gedaagde] vanaf 13 juli 2024 de wettelijke rente verschuldigd.
[gedaagde] hoeft geen buitengerechtelijke incassokosten te betalen
3.40.
[eiseres] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten te vermeerderen met wettelijke rente, maar die vordering wordt afgewezen. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). [gedaagde] is een consument en daarom zijn buitengerechtelijke incassokosten pas verschuldigd nadat een aanmaning is verstuurd die voldoet aan de wettelijke vereisten. [11] [eiseres] heeft aan [gedaagde] weliswaar een aanmaning verstuurd, maar deze voldoet niet omdat het bedrag voor de buitengerechtelijke kosten daarin niet genoemd staat.
[gedaagde] moet de proceskosten van [eiseres] betalen
3.41.
Voor de proceskosten wordt een onderscheid gemaakt tussen de vorderingen van [eiseres] (in conventie) en de vorderingen van [gedaagde] (in reconventie).
Voor de vorderingen van [eiseres] moet [gedaagde] € 777,40 aan proceskosten betalen
3.42.
In conventie is [gedaagde] grotendeels in het ongelijk gesteld en daarom moet zij de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Na de sancties vanwege het niet (gebleken) naleven van de essentiële informatieverplichtingen, bedroeg de hoofdvordering € 684,33 (€ 1.776 -/- 1.091,67). Daarbij hoort een griffierecht van € 226. Het verschil tussen dit griffierecht en het in rekening gebrachte griffierecht (€ 257) komt als nodeloos veroorzaakt voor rekening van [eiseres] . Voor het salaris voor de gemachtigde wordt ook uitgegaan van de hoofdsom van € 684,33 en dus van een salaris van € 144 per punt.
3.43.
De proceskosten van [eiseres] in conventie worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
119,40
- griffierecht
226,00
- salaris gemachtigde
288,00
(2 punten × € 144,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
777,40
3.44.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Voor haar eigen vorderingen moet [gedaagde] € 126,50 aan proceskosten betalen
3.45.
Uit het voorgaande volgt dat de vorderingen van [gedaagde] in reconventie worden afgewezen.
3.46.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van [eiseres] in reconventie betalen. Vanwege de nauwe samenhang tussen de vorderingen van [eiseres] en [gedaagde] , wordt in reconventie voor het salaris van de gemachtigde uitgegaan van een half punt. De proceskosten van [eiseres] in reconventie worden begroot op:
- salaris gemachtigde
126,50
(0,5 punt × € 253,00)
Totaal
126,50
3.47.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Kosten van betekening
3.48.
De kantonrechter zal ook beslissen dat als [gedaagde] niet op tijd aan de veroordelingen in dit vonnis voldoet en het vonnis officieel wordt uitgereikt (wordt betekend), zij de kosten van de betekening moet betalen. Als [gedaagde] niet betaalt, zal [eiseres] namelijk een deurwaarder moeten inschakelen om het vonnis te betekenen. Een vonnis kan namelijk pas ten uitvoer worden gelegd als deze officieel is betekend. [12]
Uitvoerbaar bij voorraad
3.49.
De kantonrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.

4.De beslissing

De kantonrechter
in conventie
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 634,33, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 13 juli 2024, tot de dag van volledige betaling,
4.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 777,40, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
4.3.
verklaart het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
4.4.
wijst het meer of anders gevorderde af,
in reconventie
4.5.
wijst de vorderingen van [gedaagde] af,
4.6.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 126,50 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
4.7.
verklaart de in 4.6 genoemde beslissing uitvoerbaar bij voorraad,
in conventie en in reconventie
4.8.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
4.9.
veroordeelt [gedaagde] in de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.10.
verklaart de in 4.7 en 4.8 genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.S. Haas en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2026.
LLO 5719

Voetnoten

1.HR 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677 (Arvato)
2.Artikel 7:17 lid 2 BW Pro
3.Onderste foto op pagina 4 en 6 van productie 2 bij de Conclusie van Antwoord
4.artikel 7:6 lid 1 BW Pro
5.artikel 7:5 lid 1 sub a BW Pro
6.artikel 7:750 BW Pro
7.artikel 7:5 lid 4 BW Pro
8.artikel 6:265 lid 1 BW Pro en artikel 6:262 lid 2 BW Pro
9.artikel 6:74 BW Pro
10.Hoge Raad 8 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR7435.
11.artikel 6:96 lid 6 BW Pro
12.Artikel 430 lid 3 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering.