Uitspraak
[belanghebbende 2],
1.De procedure
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling
overige gebouwde onroerende zaken’ als bedoeld in artikel 7:230a BW van toepassing, zoals in de onderhuurovereenkomst is bepaald. Uit de schriftelijke opgestelde onderhuurovereenkomst volgt namelijk dat Bronx het gehuurde niet huurt om zelf te bewonen, maar om vanuit het gehuurde een onderneming te drijven die mensen met een zorgvraag huisvest en begeleidt. Hierdoor is het niet vanzelfsprekend dat de huurrelatie tussen ICP en Bronx als huur van woonruimte wordt aangemerkt. Dit wordt mogelijk anders als de onderhuurrelatie van kleur verschiet doordat in de contractuele relatie tussen Bronx en haar cliënt(en) het woonelement overheerst (Hoge Raad van 20 september 1985, ECLI:NL:HR:1985:AC9008, Het Zonshofje 1 arrest). Alsdan zou het huurregime van woonruimte kunnen gelden.
€ 144,00
€ 144,00