Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam,
1.Het verloop van de procedure
In zaaknummer: C/16/607084/ JL RK 26-111:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 17 februari 2026;
- de tussenbeschikking van 17 februari 2026.
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 25 februari 2026;
- de tussenbeschikking van 25 februari 2026;
- de instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper van 25 februari 2026, ingediend op 27 februari 2026.
- de advocaat van [minderjarige] ;
- de ouders met hun advocaat;
2.De feiten
3.De verzoeken
4.De standpunten
5.De beoordeling
willenwerken maar ook of het lukt om mee te werken. Dat laatste ziet meer op het
kunnenaccepteren en benutten van de hulp die nodig is. De wens van ouders om de relatie met [minderjarige] goed te houden, beïnvloed hun keuze voor de in te zetten hulpverlening. Dat is nu ook zichtbaar bij de verzoeken die voorliggen. Ouders geven aan achter een uithuisplaatsing te staan, maar willen wel inspraak bij de plek waar [minderjarige] terecht komt. Dat is op zichzelf begrijpelijk, maar wat voorop staat is dat het thuis niet meer gaat met [minderjarige] . Een uithuisplaatsing is dan noodzakelijk, ook als dat betekent dat hij mogelijk eerst komt op een plek die minder passend is. Ouders zitten klem tussen wat [minderjarige] nodig heeft en wat hij wil. Daarom is regie vanuit het gedwongen kader nodig om de zorg te kunnen inzetten die nodig is voor het wegnemen van de ontwikkelingsbedreiging. Het gedwongen kader biedt de GI de mogelijkheid om regie te voeren en om de hulpverlening in te zetten die de GI passend vindt.
6.De beslissing
mr. M.M.E. Manning, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. van Meurs als griffier, en op schrift gesteld op 10 maart 2026
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.