ECLI:NL:RBMNE:2026:1185

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
27 maart 2026
Publicatiedatum
26 maart 2026
Zaaknummer
UTR 24/4457
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:20 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet-tijdig beslissen Woo-verzoek en doorverwijzing naar bezwaarprocedure

Eiseres diende een Woo-verzoek in bij de minister van Infrastructuur en Waterstaat op 1 augustus 2023. Omdat de minister niet tijdig besloot, stelde eiseres op 2 juli 2024 beroep in tegen het uitblijven van een besluit. De minister nam vervolgens op 17 juli 2024 en 27 januari 2025 twee deelbesluiten.

Eiseres gaf aan het niet eens te zijn met deze deelbesluiten en trok haar beroep niet in. De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het niet-tijdig beslissen niet-ontvankelijk is, omdat de minister inmiddels heeft beslist en eiseres daardoor geen belang meer heeft bij dat deel van het beroep.

Echter, omdat de deelbesluiten niet volledig tegemoetkomen aan het Woo-verzoek en eiseres bezwaar heeft gemaakt tegen de inhoud, richt het beroep zich ook tegen deze besluiten. De rechtbank verwijst het beroep met toepassing van artikel 6:20, vierde lid, Awb door naar de minister om in bezwaar te behandelen, omdat een heroverweging kan leiden tot een beter gemotiveerd besluit.

De rechtbank veroordeelt de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiseres (€467) en het griffierecht (€371), aangezien het beroep niet ten onrechte is ingesteld. De uitspraak is gedaan door rechter G. Schnitzler op 27 maart 2026.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen de inhoudelijke besluiten is doorverwezen naar de minister voor bezwaarbehandeling.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/4457

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 maart 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. C.A.M. Lombert),
en

de minister van Infrastructuur en Waterstaat, verweerder

Procesverloop

1. Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres, ingediend op 2 juli 2024, omdat de minister niet op tijd heeft beslist op haar verzoek van 1 augustus 2023 op grond van de Wet open overheid (Woo).
2. Op 17 juli 2024 heeft de minister alsnog een eerste deelbesluit genomen op dit verzoek. Op 27 januari 2025 heeft de minister een tweede deelbesluit genomen.
3. Eiseres heeft op 27 augustus 2024 laten weten dat zij het niet eens is met dit eerste deelbesluit. Over het tweede deelbesluit heeft eiseres op 11 maart 2025 laten weten dat zij het ook niet eens met dit tweede deelbesluit. Het beroep trekt zij daarom niet in.

Beoordeling door de rechtbank

4. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. [1] Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
5. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit op haar Woo-verzoek. Inmiddels heeft de minister een eerste (en tweede) deelbesluit op dat verzoek genomen. De minister heeft dus gedaan wat eiseres wilde. Omdat eiseres het beroep niet heeft ingetrokken, moet de rechtbank nog wel een beslissing nemen over dat beroep.
6. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. Eiseres wilde met haar beroep bereiken dat de minister zou beslissen op haar aanvraag en dat is gebeurd. Eiseres heeft daarom geen belang meer bij het beroep, voor zover dat gericht was tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
7. Artikel 6:20, derde lid, van de Awb bepaalt echter dat een beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ook betrekking heeft op het alsnog genomen besluit, tenzij dit geheel aan het beroep tegemoet komt. Het eerste deelbesluit van 17 juli 2024 en het tweede deelbesluit van 27 januari 2025 komt niet geheel tegemoet aan het Woo-verzoek en daarom richt het beroep zich nu van rechtswege ook tegen dit besluit. Eiseres heeft ook laten weten dat zij het niet eens is met de inhoud van deze besluiten.
8. De rechtbank zal het beroep echter niet zelf behandelen, maar met toepassing van artikel 6:20, vierde lid, van de Awb doorsturen aan de minister om in bezwaar te behandelen. De rechtbank ziet daar aanleiding toe omdat een heroverweging van het besluit, gelet op onder andere het bezwaar van eiseres over de zoekslag, naar verwachting bijdraagt aan een nader gemotiveerd besluit op eisers Woo-verzoek.
9. Omdat eiseres het beroep niet ten onrechte heeft ingesteld moet de minister het griffierecht aan eiseres vergoeden en krijgt eiseres ook een vergoeding voor haar proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 467,- omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep voor zover gericht tegen het niet-tijdig beslissen niet-ontvankelijk;
- stuurt het beroep voor zover gericht tegen het besluit van 17 juli 2024 en 27 januari 2025 door naar de minister om in bezwaar te behandelen;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 467,00;
- bepaalt dat de minister het griffierecht ter hoogte van € 371,- aan eiseres vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van mr. M.M. van Luijk-Salomons, griffier.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Voetnoten

1.Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).