ECLI:NL:RBMNE:2026:1170

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
24 februari 2026
Publicatiedatum
25 maart 2026
Zaaknummer
C/16/605007 / JL RK 26-5
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265c BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige in pleegzorg

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige in een pleegzorgvoorziening. De kinderrechter heeft eerder op 28 augustus 2025 een machtiging verleend en een ondertoezichtstelling opgelegd.

Tijdens de zitting op 24 februari 2026 is gebleken dat er positieve ontwikkelingen zijn: de minderjarige verblijft inmiddels vijf dagen per week bij de ouders en anderhalve dag bij de oma, die een belangrijke hechtingsfiguur is. De ouders tonen bereidheid tot samenwerking en verbetering van hun opvoedcapaciteiten, maar er is nog onzekerheid over hun draagkracht om volledig voor de minderjarige te zorgen.

De GI en de oma achten het daarom noodzakelijk dat de machtiging tot uithuisplaatsing wordt verlengd om de veiligheid, stabiliteit en rust voor de minderjarige te waarborgen. De kinderrechter verklaart de verlenging uitvoerbaar bij voorraad, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep. De beslissing is genomen in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige en geldt tot 28 augustus 2026.

Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt verlengd tot 28 augustus 2026 en de beschikking is direct uitvoerbaar.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Lelystad
Zaaknummer: C/16/605007 / JL RK 26-5
Datum uitspraak: 24 februari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2022 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. N.C. Milani.
[vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats] .
De kinderrechter merkt als informant aan:
[oma](oma moederszijde),
hierna te noemen: de oma,
wonende te [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift (met bijlagen) van de GI, ontvangen op 5 januari 2026;
- de brief van oma van 20 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 februari 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • de moeder met haar advocaat;
  • de vader;
  • de oma;
- [A] , namens de GI.

2.De feiten

2.1.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 28 augustus 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 28 augustus 2026.
2.2.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 28 augustus 2025 een machtiging verleend om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg tot 28 februari 2026.

3.Het verzoek

De GI verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De beoordeling

4.1.
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. [1] De kinderrechter zal daarom de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. Dit betekent dat de machtiging geldt tot 28 augustus 2026. De kinderrechter zal hierna uitleggen waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
Uit de stukken en de onderwerpen die tijdens de zitting zijn besproken blijkt dat er sprake is van een positieve ontwikkeling. Het afgelopen jaar is er veel hulpverlening ingezet en inmiddels verblijft [minderjarige] vijf dagen bij haar ouders en nog maar anderhalve dag bij oma. De ouders staan open voor de ingezette hulp en het lukt hen steeds beter om aan te sluiten bij de behoeften van [minderjarige] . Tegelijkertijd is het nog niet helemaal duidelijk of er bij de ouders voldoende draagkracht is om volledig (zeven dagen per week) voor [minderjarige] te zorgen. Vooral oma heeft hierover haar zorgen geuit, maar ook de GI vindt een
(gedeeltelijke) plaatsing van [minderjarige] bij oma op dit moment nog noodzakelijk om [minderjarige] de veiligheid, stabiliteit en rust te bieden die zij nodig heeft. Oma biedt een vertrouwde opvoedomgeving en kent [minderjarige] ’s behoeften goed. De komende maanden wil de GI samen met de ouders en oma de opvoedrol van de ouders nog verder versterken. Daarnaast zal het vraagverhelderingsonderzoek binnenkort worden afgerond en kan op basis daarvan worden beoordeeld of de draaglast en draagkracht van de ouders voldoende in balans is.
4.3.
De vader en moeder staan achter een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] .
4.4.
Om de noodzakelijke rust en veiligheid voor [minderjarige] te waarborgen zal de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. Het is belangrijk dat er de komende periode meer zicht gaat komen op de draagkracht van de ouders. Ook moet er meer duidelijkheid komen over de toekomstige rol van oma in het leven van [minderjarige] . Oma is een belangrijk hechtingsfiguur voor haar en het is daarom van belang dat zij op een passende manier betrokken blijft in haar leven. Zoals de GI ook tijdens de zitting heeft aangegeven is het misschien een goed idee om hiervoor systeemtherapie op te starten.
4.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot 28 augustus 2026;
5.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2026 door mr. M.A. Pot, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. J.A. Beverwijk als griffier, en op schrift gesteld op
3 maart 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:265c, tweede lid, Burgerlijk Wetboek.