Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de voorgenomen gunning van een aanbesteding door de gemeente Almere aan tussenkomende partij, stellende dat deze niet voldoet aan de gestelde geschiktheidseis omtrent certificering. De gemeente Almere had in de aanbestedingsprocedure als eis gesteld dat inschrijvers een kwaliteitsmanagementcertificaat ISO 9001:2008/15 en een geldig keurmerk beveiliging moesten overleggen, waarbij de VEB-erkenning als gelijkwaardig werd erkend.
Tijdens de procedure heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat tussenkomende partij mocht tussenkomen en dat de proceskosten in incident werden gecompenseerd. De voorzieningenrechter oordeelde dat tussenkomende partij met haar VEB-erkenning voldoet aan de certificeringsgeschiktheidseis en dat de gemeente Almere de aanbestedingsvoorwaarden correct heeft gehandhaafd.
De stelling van eiseres dat de VEB-erkenning feitelijk niet gelijkwaardig zou zijn aan het Keurmerk Beveiliging werd niet relevant geacht, omdat het aan de aanbestedende dienst is om de voorwaarden te stellen en eiseres dit niet voldoende heeft onderbouwd. De vorderingen van eiseres tot uitsluiting van tussenkomende partij en heraanbesteding werden daarom afgewezen.
Eiseres werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van de gemeente Almere en van tussenkomende partij. De vorderingen van tussenkomende partij werden eveneens afgewezen, maar eiseres werd in haar verhouding tot tussenkomende partij als in het ongelijk gesteld beschouwd en veroordeeld in diens proceskosten. Het vonnis werd uitgesproken door mr. R.J. Praamstra op 22 januari 2026.