De kinderrechter van Rechtbank Midden-Nederland heeft op 10 februari 2026 besloten de ondertoezichtstelling van een minderjarige te verlengen tot 28 september 2026. De ondertoezichtstelling was eerder ingesteld tot 28 februari 2026 en werd verlengd vanwege aanhoudende zorgen over de veiligheid en het welzijn van het kind.
Hoewel de moeder positieve stappen heeft gezet in haar draagkracht en er therapieën voor het kind worden ingezet, is de omgang met de vader stilgelegd sinds november 2025. Dit vanwege uitspraken van het kind over de omstandigheden tijdens de omgang en onduidelijkheid over waar het kind verblijft bij de vader. De gecertificeerde instelling heeft door het moeizame contact met de vader nog geen duidelijkheid kunnen verkrijgen.
De kinderrechter benadrukt dat het belang van het kind voorop staat en dat het noodzakelijk is dat de vader contact zoekt met de gecertificeerde instelling en openstaat voor hulpverlening. De verlenging van zeven maanden geeft de vader de kans om te laten zien dat hij het belang van het kind voorop stelt. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en wordt geregistreerd in het gezagsregister.