ECLI:NL:RBMNE:2026:1162

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
24 maart 2026
Zaaknummer
C/16/605556 / JL RK 26-30
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BWArtikel 2 Besluit gezagsregisters
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige wegens zorgen over omgang en communicatie ouders

De kinderrechter van Rechtbank Midden-Nederland heeft op 10 februari 2026 besloten de ondertoezichtstelling van een minderjarige te verlengen tot 28 september 2026. De ondertoezichtstelling was eerder ingesteld tot 28 februari 2026 en werd verlengd vanwege aanhoudende zorgen over de veiligheid en het welzijn van het kind.

Hoewel de moeder positieve stappen heeft gezet in haar draagkracht en er therapieën voor het kind worden ingezet, is de omgang met de vader stilgelegd sinds november 2025. Dit vanwege uitspraken van het kind over de omstandigheden tijdens de omgang en onduidelijkheid over waar het kind verblijft bij de vader. De gecertificeerde instelling heeft door het moeizame contact met de vader nog geen duidelijkheid kunnen verkrijgen.

De kinderrechter benadrukt dat het belang van het kind voorop staat en dat het noodzakelijk is dat de vader contact zoekt met de gecertificeerde instelling en openstaat voor hulpverlening. De verlenging van zeven maanden geeft de vader de kans om te laten zien dat hij het belang van het kind voorop stelt. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en wordt geregistreerd in het gezagsregister.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd voor zeven maanden tot 28 september 2026.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Almere
Zaaknummer: C/16/605556 / JL RK 26-30
Datum uitspraak: 10 februari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
LEGER DES HEILS JEUGDBESCHERMING & RECLASSERING,
gevestigd te Lelystad,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI),
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2019 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] .
De kinderrechter merkt als informant aan:
[vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 16 januari 2026, mee in de beoordeling
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 10 februari 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- [A] namens de GI;
en met bijzondere toegang van de kinderrechter:
- [B] , ambulant begeleider van de moeder vanuit de Omega Groep.
De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont bij haar moeder.
2.3.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 28 mei 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 28 februari 2026.

3.Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De beoordeling

4.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter verlengt daarom de ondertoezichtstelling van Amayo voor de duur van zeven maanden. Zij wijst het overige deel van het verzoek af. De kinderrechter legt hieronder uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
In de afgelopen periode zijn er positieve stappen gezet rondom [minderjarige] . Door de inzet van persoonlijke hulpverlening voor de moeder is haar draagkracht verbeterd. Hierdoor is zij meer beschikbaar voor [minderjarige] , waardoor het ook beter met haar gaat. Ook wordt er inmiddels speltherapie ingezet voor [minderjarige] , waarbij onderzocht wordt of daarnaast de inzet van psychomotorische therapie (PMT) noodzakelijk is. Toch zijn er nog wel zorgen betreffende [minderjarige] . Zo is de omgang tussen [minderjarige] en haar vader stilgelegd, nadat zij uitspraken heeft gedaan over de omstandigheden tijdens de omgangsmomenten met de vader. Het is onduidelijk waar [minderjarige] verblijft op de momenten dat zij bij de vader is. Hoewel hierover op dit moment slechts vragen rijzen en er nog geen expliciete signalen van onveiligheid zijn, is het noodzakelijk dat duidelijk wordt waar deze opmerkingen van [minderjarige] vandaan komen. Vanwege het moeizame contact met de vader is het de GI nog niet gelukt hier duidelijkheid over te krijgen, waardoor de omgang al sinds november 2025 stil ligt. Ook het ontbreken van goede communicatie tussen de vader en de moeder is zorgelijk. Hierdoor zijn zij namelijk niet in staat om samen beslissingen te nemen in het belang van [minderjarige] . Tot slot zijn er nog uitdagingen voor de moeder. Hoewel de moeder positieve stappen maakt in het verbeteren van haar draagkracht, is het belangrijk om deze ontwikkelingen de komende periode te bestendigen. Op basis van het voorgaande komt de kinderrechter tot het oordeel dat het noodzakelijk is dat de GI de komende periode betrokken blijft bij [minderjarige] .
4.3.
De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling voor de duur van zeven maanden. Zij overweegt hierover het volgende. Gezien de ontwikkelingen bij de moeder en [minderjarige] in de afgelopen periode, is het de verwachting dat de moeder op korte termijn weer zelf in staat is de zorg voor [minderjarige] te dragen. Eventueel zou de betrokkenheid van de Omega Groep voor de ondersteuning van de moeder en de therapie van [minderjarige] in het vrijwillig kader kunnen worden voortgezet. Desalniettemin blijft de onduidelijkheid over de omstandigheden tijdens de omgangsmomenten met de vader en het ontbreken van goede communicatie tussen de vader en de moeder zorgelijk. Voor het wegnemen van deze zorgen is het noodzakelijk dat de vader in contact gaat treden met de GI en open zal staan voor de benodigde hulpverlening. Alleen op die manier kan er gewerkt worden aan de communicatie en samenwerking tussen de vader en de moeder en het garanderen van de veiligheid van [minderjarige] tijdens de omgangsmomenten bij de vader. Tegenover het belang van [minderjarige] om contact met de vader te hebben, staat het belang om duidelijkheid te hebben over dit contact. Zij moet erop kunnen rekenen dat hij bij de omgang is en dat die omgang veilig is. Omdat de GI drie maanden voor het aflopen van een ondertoezichtstelling een verzoekschrift moet indienen voor een verlenging, dan wel de Raad moet verzoeken het beëindigen van de ondertoezichtstelling te toetsen, blijven er vier maanden over waarin de vader nogmaals de kans krijgt om te laten zien dat hij echt actie onderneemt voor [minderjarige] . Het is daarmee de verantwoordelijkheid van de vader om in contact te treden met de GI, duidelijkheid te verschaffen over de omgangsmomenten bij hem thuis, te werken aan de samenwerking met de moeder en met dit alles het belang van [minderjarige] voorop te stellen.
4.4.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [2]
4.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 28 september 2026;
5.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
5.3.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2026 door
mr. D. van Bloemendaal, kinderrechter, in aanwezigheid van J. Mather als griffier, en op schrift gesteld op 26 februari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.
2.Artikel 2 Besluit Pro gezagsregisters.