ECLI:NL:RBMNE:2026:1149

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
23 januari 2026
Publicatiedatum
23 maart 2026
Zaaknummer
UTR 25/6777
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen brief gemeentesecretaris over communicatiewijze

Verzoeker maakte bezwaar tegen een brief van de gemeentesecretaris van de gemeente Almere waarin werd bepaald dat verzoeker alleen via een gemachtigde of bewindvoerder/mentor met de gemeente mag communiceren. Verzoeker verzocht om een voorlopige voorziening tegen deze brief.

De voorzieningenrechter oordeelde dat de brief geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, omdat deze niet gericht is op een publiekrechtelijk rechtsgevolg. De brief bevatte een mededeling van feitelijke aard en beoogde geen verandering in rechten, plichten of bevoegdheden van verzoeker.

Omdat het geen besluit betreft, is bezwaar en beroep niet mogelijk en heeft het bezwaar geen redelijke kans van slagen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen zonder zitting. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter G. Schnitzler op 23 januari 2026 en is onherroepelijk omdat hoger beroep of verzet niet openstaat.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de brief van de gemeentesecretaris wordt afgewezen omdat de brief geen besluit is.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/6777

uitspraak van de voorzieningenrechter van 23 januari 2026 in de zaak tussen

[verzoeker], uit [plaats] , verzoeker
en

de gemeentesecretaris van de gemeente Almere, de gemeentesecretaris

(gemachtigde: mr. A. van Rossem).

Inleiding

In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen een brief van de gemeentesecretaris van 15 oktober 2025. In deze brief heeft de gemeentesecretaris aan verzoeker een ordemaatregel opgelegd die inhoudt dat verzoeker alleen nog met de gemeente mag communiceren via een door hem gemachtigde persoon dan wel door de aan hem toegewezen bewindvoerder/mentor.
Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen een brief van de gemeentesecretaris van de gemeente Almere over de wijze waarop verzoeker kan communiceren met de gemeente. De vraag is of deze brief een besluit is in de zin van artikel 1:3 van Pro de Awb.
Een besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Awb is een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de brief geen besluit is, omdat deze niet is gericht op een (publiekrechtelijk) rechtsgevolg. Met de brief is niet beoogd verandering te brengen in een bevoegdheid, recht, verplichting of status van verzoeker. De in de brief opgelegde beperkingen zijn genomen om vanuit goed werkgeverschap zorg te dragen voor een veilige werkomgeving voor de medewerkers van de gemeente. Het gaat om een mededeling van feitelijke aard over de communicatie tussen verzoeker en de gemeente. In hetgeen verzoeker heeft aangevoerd ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om anders te oordelen.
Omdat de brief geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van Pro de Awb, staat daartegen geen bezwaar en beroep open. Dit betekent dat het bezwaar van verzoeker geen redelijke kans van slagen heeft. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt om die reden afgewezen.

Conclusie en gevolgen

De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Bressers, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 23 januari 2026.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.