Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1140

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
16 maart 2026
Publicatiedatum
23 maart 2026
Zaaknummer
UTR 25/4960
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na omzetting prestatiebeurs in gift

Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot omzetting van haar prestatiebeurs en ging in bezwaar tegen het besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Na een beslissing op bezwaar die ongegrond werd verklaard, kwam verweerder terug op zijn besluit en zette de prestatiebeurs om in een gift. Verzoekster trok daarop haar beroep in en vroeg vergoeding van haar proceskosten.

De rechtbank overweegt dat zij op grond van artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht proceskosten kan toewijzen. Verzoekster vroeg een vergoeding van €53,- aan verschotten, vermoedelijk het griffierecht. Verweerder erkende dit en was bereid het griffierecht te vergoeden.

Echter, op grond van artikel 8:41, zevende lid, Awb is verweerder verplicht het griffierecht rechtstreeks aan verzoekster te vergoeden, waardoor de rechtbank verweerder niet kan veroordelen tot betaling. Daarom wijst de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding af en adviseert verzoekster zich rechtstreeks tot verweerder te wenden.

Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van proceskosten wordt afgewezen omdat de vergoeding van het griffierecht rechtstreeks uit de wet volgt.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/4960

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 maart 2026 in de zaak tussen

[verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster,

en

de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, verweerder,

gemachtigde: mr. H. Bouhuys.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten.
Verweerder heeft op 14 januari 2026 gereageerd op het verzoek van verzoekster.

Overwegingen

1. Verzoekster heeft een verzoek gedaan om omzetting van de prestatiebeurs. Verzoekster is in bezwaar gegaan tegen het besluit van verweerder. Verweerder heeft op 17 juli 2025 een beslissing op bezwaar genomen en het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard. Verzoekster is hiertegen in beroep gegaan. Op 4 december 2025 heeft verweerder aan verzoekster medegedeeld dat hij terugkomt op de beslissing op bezwaar en dat de prestatiebeurs van verzoekster wordt omgezet in een gift. Verweerder heeft dus gedaan wat verzoekster wilde. Verzoekster heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten.
2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).
3. Verzoekster heeft een vergoeding van € 53,- gevraagd aan verschotten.
4. Verweerder heeft gereageerd op het verzoek van verzoekster en aangegeven dat hij ervan uitgaat dat verzoekster met de verzochte proceskosten het griffierecht bedoelt en bereid is om het griffierecht te vergoeden.
5. Ook de rechtbank gaat ervan uit dat eiseres bedoelt dat zij het griffierecht vergoed wil hebben.
6. Uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb volgt dat verweerder verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht te vergoeden. Omdat dit rechtstreeks uit de wet volgt, kan verweerder hiertoe niet veroordeeld te worden. Verzoekster zal zich hiervoor dan ook tot verweerder moeten wenden.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van
J.M.J. Kooistra, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 maart 2026.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.