ECLI:NL:RBMNE:2026:1128

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
11 maart 2026
Publicatiedatum
23 maart 2026
Zaaknummer
12091960 \ LC EXPL 26-244
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 Internationaal Verdrag voor de Rechten van het KindArt. 6:119 BWArt. 6:233 sub a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing ontbinding huurovereenkomst ondanks huurachterstand wegens bijzondere persoonlijke omstandigheden

De Stichting Mercatus heeft de huurder gedagvaard wegens een huurachterstand van €1.655,68 en vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning. De huurder erkent de huurachterstand, maar betwist de ontbinding en ontruiming vanwege financiële en persoonlijke omstandigheden.

De kantonrechter stelt vast dat de huurachterstand betrekking heeft op meerdere maanden en dat de huurder reeds eerder is veroordeeld tot betaling van een huurachterstand. De huurder heeft echter gemotiveerd toegelicht dat de achterstand is ontstaan door bijzondere persoonlijke omstandigheden, waaronder het aanvragen van bewindvoering en de zorg voor minderjarige kinderen.

De kantonrechter weegt het belang van de minderjarige kinderen mee en oordeelt dat de huurder een kans verdient om de achterstand af te lossen. Daarom wordt de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming afgewezen, terwijl de huurder wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand.

Daarnaast toetst de kantonrechter ambtshalve de redelijkheid van het rente- en boetebeding in de huurovereenkomst. Het gecombineerde beding wordt als onredelijk bezwarend beoordeeld en vernietigd, waardoor de huurder geen rente hoeft te betalen.

De huurder wordt veroordeeld in de proceskosten van €1.314,52. Het vonnis is uitgesproken op 11 maart 2026 door kantonrechter G.J. Baken.

Uitkomst: Huurachterstand moet worden betaald, maar ontbinding en ontruiming worden afgewezen vanwege bijzondere persoonlijke omstandigheden en het belang van minderjarige kinderen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer: 12091960 \ LC EXPL 26-244
Vonnis van 11 maart 2026
in de zaak van
STICHTING MERCATUS,
te Emmeloord,
eisende partij,
hierna te noemen: Mercatus,
gemachtigde: Hanemaayer De Boer & Partners,
tegen
[gedaagde],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.Het verloop van de zaak

1.1.
Mercatus heeft [gedaagde] gedagvaard voor de kantonrechter. [gedaagde] heeft op de dagvaarding gereageerd. De kantonrechter heeft besloten dat de zaak op een zitting verder besproken moet worden.
Mercatus heeft, vóórdat de zaak met de kantonrechter is besproken, nog nadere stukken opgestuurd.
1.2.
De zaak is bij de kantonrechter besproken op 4 maart 2026. Daarvan heeft de griffier aantekeningen gemaakt. Vervolgens is vonnis bepaald.

2.Waar het in deze procedure om gaat

2.1.
[gedaagde] huurt van Mercatus de woning aan de [adres] in [plaats] . De huur is (op dit moment) € 633,90 per maand en moet worden vooruitbetaald. [gedaagde] heeft een huurachterstand.
2.2.
Mercatus vordert – kort gezegd – ontbinding van de huurovereenkomst tussen partijen en ontruiming van de woning. Ook eist zij betaling van de huurachterstand met rente en kosten.
Volgens Mercatus heeft [gedaagde] al vaker een huurachterstand laten ontstaan.
2.3.
Volgens [gedaagde] klopt het dat er een huurachterstand is, maar [gedaagde] is het er niet mee eens dat de huurovereenkomst wordt beëindigd en dat zij de woning moet ontruimen. [gedaagde] kon door financiële en andere persoonlijke omstandigheden de huurachterstand niet betalen.

3.De beoordeling

[gedaagde] moet de huurachterstand betalen
3.1.
Mercatus noemt op de zitting een huurachterstand van € 1.655,68. Deze huurachterstand is berekend tot en met de maand maart 2026.
Volgens [gedaagde] klopt die huurachterstand, maar zijn betalingen op verkeerde maanden geboekt. De kantonrechter zal [gedaagde] daarom veroordelen om dit bedrag aan Mercatus te betalen.
Geen ontbinding en ontruiming
3.2.
Er is een huurachterstand van ruim vier maanden. Omdat [gedaagde] in juli 2025 ook is veroordeeld tot betaling van een huurachterstand rechtvaardigt de huidige huurachterstand in beginsel een ontbinding van de huurovereenkomst en veroordeling tot ontruiming van de woning. [gedaagde] heeft gemotiveerd uitgelegd door welke bijzondere persoonlijke omstandigheden de huurachterstand is ontstaan. De huurachterstand ziet op de periode maart, april, mei en augustus 2025. [gedaagde] heeft hulp gezocht, en bewindvoering aangevraagd. [gedaagde] betaalt naast de lopende huurtermijnen € 200,00 per maand voor aflossing op de huurachterstand. De hoogte van de huurachterstand is sinds de dagvaarding beduidend lager geworden door deze betalingen van [gedaagde] . [gedaagde] heeft toegezegd de aflossing van € 200,00 per maand voort te zetten.
Daarbij komt nog dat [gedaagde] de zorg heeft voor haar minderjarige kinderen. Het belang van de minderjarige kinderen van [gedaagde] staat op grond van artikel 3 lid 1 van Pro het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind voorop. De kantonrechter is gelet op deze feiten en omstandigheden van oordeel dat [gedaagde] toch nog een kans verdient en zal daarom de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning afwijzen. Dit betekent dat [gedaagde] in de woning mag blijven wonen.
Ambtshalve toetsing
3.3.
De overeenkomst is gesloten tussen een professionele partij, handelend in de uitoefening van haar beroep of bedrijf (Mercatus) en een consument ( [gedaagde] ). Een huurder wordt hiervoor gelijk gesteld aan een consument. Op zo’n overeenkomst zijn consument-beschermende bepalingen van toepassing. Sommige belangrijke consument-beschermende bepalingen worden zo belangrijk gevonden dat de kantonrechter ambtshalve (dat wil zeggen uit zichzelf, ook als de consument daar niet om vraagt) moet beoordelen of die zijn nageleefd. Zo moet de kantonrechter ambtshalve beoordelen of in de huurovereenkomst en/of de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden bepalingen (‘bedingen’) staan die relevant zijn voor de beoordeling van de (verschillende onderdelen van de) vordering. Als dergelijke bedingen op zichzelf, of in combinatie met andere relevante bedingen voor consumenten onredelijk bezwarend zijn als bedoeld in artikel 6:233 sub a van Pro het Burgerlijk Wetboek, moet de kantonrechter de betreffende bedingen ambtshalve vernietigen en de daarmee verband houdende onderdelen van de vordering afwijzen. In deze procedure gaat het met name om het beding over rente. Ook het boetebeding is relevant.
Het rente- en boetebeding
3.4.
Het rentebeding in artikel 13.2 is in overeenstemming met de wettelijke regeling in artikel 6:119 BW Pro. Dit beding is daarom op zichzelf niet onredelijk bezwarend.
In combinatie met het boetebeding in artikel 15 is Pro het rentebeding wel onredelijk bezwarend. De mogelijkheid van het in rekening brengen van een boete naast rente levert een onevenredig hoge schadevergoeding op. Het rentebeding wordt daarom vernietigd.
De gevolgen van de ambtshalve toetsing voor de vordering
3.5.
Omdat sprake is van een onredelijk bezwarend beding is volgens Europese rechtspraak terugvallen op de wettelijke regeling niet toegestaan. Dit betekent dat de
rente volledig moet worden afgewezen. [gedaagde] hoeft de rente dus niet te betalen.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
3.6.
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Mercatus worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
153,02
- griffierecht
529,00
- salaris gemachtigde
506,00
(2 punten × € 253,00)
- nakosten
126,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.314,52

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Mercatus van € 1.655,68 aan huurachterstand tot en maart 2026;
4.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.314,52, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
4.3.
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
4.4.
wijst af wat er meer of anders is gevorderd.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Baken, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026.