Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd op de terechtzitting van 6 januari 2026;
- proces-verbaal forensisch onderzoek plaats delict van 11 januari 2025;
- proces-verbaal van voor-categorisering van 13 januari 2025.
de rechtbank begrijpt: de verdachte) richting het blonde meisje liep, dat bij een tafel stond. Ik zag dat de verdachte met zijn linkerhand de kont van het blonde meisje aanraakte. Ik zag dat hij zijn hand over de kont van het blonde meisje haalde. Ik zag dat het meisje hier direct op reageerde en in de richting van de verdachte keek. Ik zag dat ze naar een persoon keek waarmee zij in de kroeg was en tegelijk naar de verdachte wees met haar rechterhand.
de rechtbank begrijpt: de avond/nacht van 10 op 11 januari 2025) was ik bij [café] in Woerden. Ik hoorde [slachtoffer 2] (
de rechtbank begrijpt: aangeefster [slachtoffer 2]) direct zeggen: "Hey joh, hij haalt zijn hand door mijn naad heen!".
de rechtbank begrijpt: de avond/nacht van 10 op 11 januari 2025), was ik bij [café] in Woerden. Ik hoorde hem zeggen: "Moet ik mijn familie en vrienden gaan bellen? Dan schieten wij jullie en deze toko overhoop!" Ik stond op ongeveer één meter van hem af. Ik zag dat hij gebaarde met zijn rechterhand. Ik zag dat hij zijn wijsvinger en middelvinger naar voren richtte en zijn duim omhoog. Ik herkende dit als een pistoolgebaar, zoals je een pistoolgebaar maakt met je hand. Ik zag dat hij dit pistoolgebaar richtte op zijn rechterslaap. Ik heb van horen zeggen dat hij buiten een pistool heeft getrokken. Dit heb ikzelf niet gezien. Ik wilde daar snel weg en zijn we bij de bar gaan staan, zodat hij ons niet kon raken als hij ging schieten. Ik was echt geschrokken en bang. Ik voelde angst dat hij [slachtoffer 2] of een maatje van mij iets aan zou doen.
- Ik vond het deel wat naar beneden wees en de manier waarop de verdachte het voorwerp vast hield sterk gelijkend op een slede. Het is mij ambtshalve bekend dat een vuurwapen op deze wijze gedragen wordt;
camera binnen 1 - 00:33 uur
de rechtbank begrijpt: op 10-11 januari 2025) in [café] . Ik zag een man binnenkomen die ik niet kende. Ik zag dat hij allemaal schietbewegingen maakte met zijn vingers. Hij zette zijn vingers in de vorm van een pistool en deed dit naar andere mensen wijzen en naar zijn eigen hoofd wijzen. Hij liep daarop weer naar buiten. Ik zag dat hij een echt vuurwapen uit zijn broek bij zijn kruis pakte. Ik zag dat hij het vuurwapen doorlaadde. Het was een zwart vuurwapen en het lijkt op het vuurwapen wat de politie ook bij zich heeft.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.IN BESLAG GENOMEN VOORWERPEN
- 1 STK Munitie (PL0900-2025010760-3465442);
- 1 STK Wapen (PL0900-2025010760-3465607);
- 1 STK Wapen (PL0900-2025010760-3465608);
- 1STK Verdovende middelen (PL0900-2025010760-3465438).
10.VOORLOPIGE HECHTENIS
11.BENADEELDE PARTIJ
12.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36b, 36c, 36f, 57, 241 en 285 van het Wetboek van Strafrecht en
- 26 en 55 van de Wet wapens en munitie;
13.BESLISSING
- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;
- zich binnen drie dagen na het ingaan van de proeftijd bij reclassering Inforsa op het adres Wittevrouwenkade 6 te Utrecht zal melden. Verdachte blijft zich gedurende de proeftijd melden op afspraken met de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
- zich inspant gedurende de proeftijd voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur;
- gedurende de proeftijd meewerkt aan controle van het gebruik van alcohol/drugs om het middelengebruik te monitoren. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd;
- zich gedurende de proeftijd laat begeleiden door E25 zorg en welzijn of een soortgelijke organisatie, te bepalen door de reclassering. De begeleiding richt zich voornamelijk op praktische ondersteuning en duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich gedurende het traject aan de aanwijzingen die E25 geeft gericht op begeleiding en ondersteuning;
- zich gedurende de proeftijd laat behandelen door Fivoor of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duur de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt. Bij een terugval in middelengebruik of verslechtering van het psychiatrische ziektebeeld kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende opname voor detoxificatie. Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende opname indiceert, zal verdachte zich, na goedkeuring door de rechter, laten opnemen in een zorginstelling voor zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing in forensische zorg, bepaalt in welke zorginstelling de opname plaatsvindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorginstelling dat nodig vindt;
- 1 STK Munitie (PL0900-2025010760-3465442);
- 1 STK Wapen (PL0900-2025010760-3465607);
- 1 STK Wapen (PL0900-2025010760-3465608);
- 1STK Verdovende middelen (PL0900-2025010760-3465438);
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] geheel toe tot een bedrag van € 1.000,00;
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 januari 2025 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 1.000,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 januari 2025 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 20 dagen gijzeling;
- bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;